Jan Smeijers was in zijn tijd een bekende Bekenaar. Inderdaad, in zijn tijd, maar die ligt ondertussen 17 jaar achter ons. Mag de Smeijer vergeten zijn bij het gros van de mensen in zijn geliefde Beek, onder die inwoners is een groepje dat er van alles aan doet de man, zijn doen en laten, niet te laten wegzinken in vergetelheid. Het groepje wordt bemand met naaste familie, Pieter-Jan en Ad, intimi Jac, Gerard, Gijs en met een krullenbol met filosofische trekken. Ger begon bij de Smeijer als krullenjongen. Jan en Ger, op de bouw maten, daarbuiten vrienden voor het leven.

De groep organiseert rond de sterfdag van de Smeijer de Jan Smeijers Memorial, kortweg de JSM. Een dag waarop gefietst wordt. Een dag die doortrokken is van tradities en rituelen. Neem het ontbijt: koffie, twee warme worstenbroodjes en een krentenbol. De gastheer, dit jaar was dat Ger, klieft een kale krentenbol, beboterd en besuikerd hem. Uit zijn handen komt een lekkernij.

Neem het bezoek aan het kerkhof. Jan wordt gegroet. Zijn opvallend graf geïnspecteerd: het enigszins scheef gezakte kruis, de verroeste zaag, de woekerende bodembedekkers. De serene stilte raakt je. Die sneuvelt bij het maken van de groepsfoto.

Bezemwagen

Neem de ronde die gefietst wordt. Die was dit jaar qua kilometers aan de korte kant. De racefiets was in het schuurtje gebleven, de fietskleren in de kast zo ook de fietshelm. In plaats daarvan werden vijf gewone fietsen bereden, waarvan twee met trapondersteuning en een bezemwagen. De 180 km van voorbije jaren werd terug geschroefd tot 42 km door Nederland en België. Wat is er aan de hand? Drie van de JSM’ers kampen met blessureleed. De vraag wierp zich op: opschorten van de JSM of het programma aanpassen. De keuze bleek betrekkelijk eenvoudig; doorgaan na aanpassing.

Weinig km, rustig tempo en toch een volle dag op pad. Dat leidt tot veel tijd naast de fiets. Dus veel tijd op het zonovergoten terras. Maar niet alleen daar. Een hoogtepunt van de JSM was het ritueel in de kapel gewijd aan Maria van de heide. Het is een witgeschilderd gebouwtje ergens in de verlatenheid van de Vlaamse Kempen. Er staan stoelen tegen de muur, genoeg voor ieder van ons. Van Gerard krijgen we een waxinelichtje aangereikt. Als het jouwe brandt haal je een herinnering op aan Jan. We hoorden over een fietsvakantie met het gezin in Zeeland.

Over een kleinzoon die timmerman is, net als opa. Die jongen gaat al net zo gemakkelijk om met bouwvakkers die geen woord Nederlands verstaan.

Over een compliment van de Smeijer na jaren van:’Niks wert, we ge mokt’.

Eigentijdse Tijl Uilenspiegel

De cantor zong Stella Maris en de ballade van Rooie Fik, twee liederen die Jan graag hoorde. Hoe bijzonder is het een boek te krijgen dat een halve eeuw of langer bij bakker Peeters op zolder lag. Een boek met een opschrift: 3e prijs voor Jan Smeijers in het opzeggen van de Catechismus. Gedateerd op 20 juli 1952.

Ja, dat zijn getuigenissen uit het leven van Jan Smeijers die ontroeren.

Een paar uur later aan de lunch en nog later op een terras aan de Vrijthof galmt de lach over gasten en passanten. Snaakse anekdoten en voor onmogelijk gehouden verhalen waarin Jan figureert als eigentijdse Tijl Uilenspiegel. Ook dat is traditie.

Jan Smeijers, een mooie mens om nooit te vergeten.

De JSM’ers maken er werk van. Mooi toch!

Ad Smeijers