We zijn het midden van de maand mei al gepasseerd; de maand die opgedragen is aan Maria. In een tijd, waarin het wel lijkt alsof de rol van het geloof bijna is uitgespeeld, worden overal nog kaarsen opgestoken voor de Heilige Maagd en worden er nog heel veel weesgegroetjes gebeden. Dat betekent dat nog heel veel mensen, ook zij die zich niet meer gelovig noemen, toch een devotie koesteren voor Maria. Hoe komt dat toch?

door Kees van Kemenade

In de Mariakapel aan de Vrijthof branden altijd tientallen kaarsen, kleintjes maar ook grote die dagenlang hun kleine vlammetje tonen. Natuurlijk, binnen, in de St. Petrus, is ook een groot Maria-altaar, maar hier in de kapel wandelt men even binnen, steekt een kaars aan en denkt aan de intentie. Een examen dat gehaald moet worden, een ziekte die op genezing wacht, een relatie waar op wordt gehoopt,.… Het aantal redenen waarvoor men een kaarsje opsteekt is groot.

Het is natuurlijk niet altijd zo dat met die handeling men gelooft dat het ook werkelijk gebeurt. Dat een gezwel verdwijnt, een ruzie beëindigt, een diploma behaald wordt, al zijn wonderen natuurlijk nooit helemaal uitgesloten. De kracht van het gebed, zoals men het wel eens uitdrukt. Bij het aansteken van de kaars denkt men er aan, concentreert men zich op wat men zou willen. Geestelijk is men bezig met het ongrijpbare, of het moeilijk bestuurbare, en dat is belangrijk. Wie geen trouwe kerkganger meer is, weet dat er naast de stoffelijke werkelijkheid, nog een heel andere werkelijkheid bestaat. Die van hoop en vertrouwen, van positieve en soms ook negatieve gedachten, van zoeken naar de redenen voor ons bestaan. Het kleine vlammetje zorgt even voor concentratie op die grote vragen.

Maria devotie

Natuurlijk, dat veel kinderen, meisjes en ook jongens, Maria in een of andere variant in hun voornamen kregen, is voorbij. Hier en daar zie je nog een beeldje of een devotietegel aan de muur van een huis. Natuurlijk, Brabant is het land van de kapellen en de kapelletjes, die nog altijd bezocht worden. Vaak als een rustpunt bij een fietstocht. Hoeveel er op het grondgebied van de gemeente Hilvarenbeek zijn, die zijn toegewijd aan Onze Lieve Vrouw? Op de oude gemeentegrens aan de weg van Beek naar Diessen, een herinnering aan de Oorlog, die op ’t Laar in Diessen, de Lourdesgrot in Baarschot, het kapelletje in Biest-Houtakker aan het Spruitenstroompje, die voor O.L.V. van de Voort aan de weg naar Tilburg. Als die kapellen worden keurig bijgehouden, dus de devotie tot de Heilige maagd leeft nog steeds. Traditioneel omdat men aannam dat Maria als Moeder Gods’ alles aan haar zoon kon vragen, ook de genezing van een dodelijke aandoening. Hij zou nooit weigeren. Theologisch kijken wij daar meestal anders naar. Het is meer een gevoel, zonder wetenschappelijke basis.

Op bedevaart

Elk jaar ga ik in de meimaand op bedevaart, steeds naar een ander adres. De Zoete Moeder in de Sint Jan was de eerste; de Heilige Eik in Oirschot was de tweede waar ik een kaars opstak voor de genezing van borstkanker bij mijn moeder. Ik ben het blijven doen, ook na haar dood, vele jaren later. Het is als met iedere bedevaart: de reis erheen is minstens zo belangrijk als de aankomst. Je bent onderweg met de gedachten in je hoofd die met je meereizen. De aankomst op de plek, bijvoorbeeld Kevelaer, net over de grens, Scherpenheuvel in Vlaanderen, of Maria Laach in de Eifel, geeft dan de ontlading. De kaars wordt aangestoken, de intentie uitgesproken en dan de weg terug naar huis. Met het verlangen dit ritueel volgend jaar weer te doen.

Of het allemaal helpt? De sceptici zullen wel een antwoord hebben; voor mij is het een waardevol gebaar.