Jagers hebben een patroonheilige, een die waakt over hun werk. Was het vroeger een hobby om gewoon beesten te schieten, nu heeft de jacht zich ontwikkeld tot beheer van onze fauna. De liefde voor de natuur en de bezorgdheid over wat er gaande is, willen zij graag tonen aan de Bekenaren. Dat doen zij op met een Hubertusviering op zondag 27 oktober, om 12.00 uur, op de Vrijthof.

door Kees van Kemenade

“Vorig jaar was de eerste Hubertusviering op de Vrijthof een succes. Sfeervol, en bezocht door veel mensen, en dat bracht ons op het idee om dat te herhalen. Het is een oude traditie rondom onze beschermheilige die wij niet verloren willen laten gaan.”

Dat vertelt Fré van Dal, lid van de Wildbeheereenheid De Hilver, die hoopt dat deze nieuwe Sint Hubertusviering opnieuw druk bezocht gaat worden. “Wij willen er ook het werk van ons jagers onder de aandacht brengen van Beekse bevolking. Het woord Wildbeheereenheid gebruiken wij niet voor niets. Precies houden we bij, hoeveel dieren er rond lopen. Te weinig, dan wordt er niet op hen geschoten. Maar teveel en dreigt er grote schade, dan worden ze bejaagd. Als er bijvoorbeeld teveel reeën zijn in ons buitengebied, en er is voor hen te weinig voedsel aanwezig, dan zorgen wij dat door afschot het aantal tot een wenselijk aantal wordt teruggebracht. Het voorkomt dierenleed van uitgehongerde beesten. Natuurlijk is die jacht een hobby van ons, de jagers, maar bijvoorbeeld de boeren profiteren ervan.” Maar ook wie bij nacht over een weg in het buitengebied in botsing zou kunnen komen met een wild zwijn, die mag blij zijn met het werk van de jagers. Tijdens de viering willen de aanwezige jagers dit graag duidelijk maken om zo meer begrip te krijgen voor het werk van de moderne jager.

Een heilige jager

De leden van de Wildbeheereenheid De Hilver hebben gezorgd voor een aantrekkelijk programma, voorgegaan door pastor Rieke Mes, dat zich volledig in de buitenlucht afspeelt.

De Huubkes Bròdjes (de gezegende Hubertusbroodjes) worden uitgedeeld. Een traditie die terug gaat op de legende dat Hubertus een kind genas dat was gebeten door een dolle hond en nu de verschijnselen kreeg van hondsdolheid. Toen ongeneeslijk en een van de griezeligste manieren om dood te gaan, maar tegenwoordig gelukkig te genezen.

Er is muziek door het gezelschap van de Kempische Jachthoornblazers. Twee restauranthouders van de Vrijthof hebben van het vlees van de jacht elk een eigen wildgerecht bereid. Dat wordt gratis geserveerd. Een vrijwillige bijdrage daarvoor gaat naar het werk van Quiet in Hilvarenbeek.

Een bijzonder onderdeel van de viering is de zegening van huisdieren, voornamelijk honden en nu ook enkele paarden. Dieren hebben een vaste plaats in de levensgeschiedenis van Hubertus. Op Goede Vrijdag in het jaar 783 was hij, als adellijk jongeman gaan jagen. Wat eigenlijk niet hoorde, maar Hubertus gaf geen zier om religie. Te paard en vergezeld van zijn honden achtervolgde hij een prachtig hert. Toen hij het dier klem had en zich gereedmaakte om te schieten, bemerkte hij een glanzend kruis in het gewei. Hubertus zag dit als een goddelijke vingerwijzing en gooide zijn leven radicaal om. Hij trad in dienst van de kerk en volgde later zijn leermeester Lambertus op als bisschop van Maastricht. Hij verplaatste die voor de veiligheid naar de stad Luik. Tot het midden van de zestiende eeuw lag Hilvarenbeek in het bisdom Luik, een van de redenen waarom Hubertus hier altijd een populaire heilige was.