Hier in onze gemeente zijn we gezegend met heel veel natuur. Met planten en bomen, maar ook met zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen , vogels, spinnen en insecten en dan kruipen er in de bodem nog tal van andere organismen. Laten we daarom maar eens op zoek gaan naar al wat wij de Beekse fauna noemen. Iedere soort heeft zijn eigen verhaal. Ieder seizoen zijn eigen bijzonderheden. Laten we dus maar eens op zoek gaan naar alles wat loopt, vliegt, kruipt of zwemt. En zeker in het begin van de lente is dat heel wat.

door Kees van Kemenade

foto (in kop) Kees van Limpt

Ooit vloog er een ijsvogel tegen mijn raam. Hij was kennelijk op zoek naar visjes in mijn vijver, maar had het glas over het hoofd gezien. Ik was bang dat hij dood was en kon hem goed bekijken terwijl hij op de grond lag. Wat een prachtig vogeltje! Zijn metaalblauwe kleur, contrasterend met de oranje borst en witte delen. Precies de kleuren van de familie Oranje-Nassau. Na een paar minuten schudde hij met zijn kopje, krabbelde weer op en vloog weg. Een geruststelling!

Vaak zie ik hem in een flits – hij haalt de 80 km/u wel - over het water scheren en dan heb je niet de tijd om de ijsvogel goed te bekijken. Hij leeft van kleine visjes en andere waterdiertjes. Van ijs houdt hij helemaal niet, want dan vriest zijn viswater dicht en dan gaat hij dood door voedselgebrek. De opwarming van ons milieu is dus zegenrijk voor onze ijsvogels. De naam slaat waarschijnlijk op de metaal/ ijzerachtige kleur van zijn blauwe veren. Die veren zijn heel bijzonder: deze visser duikt namelijk in het water om met zijn dolkachtige snavel een prooi te vangen. Zijn veren nemen daarbij geen vocht op. Anders zou hij ook niet weer gemakkelijk kunnen opduiken.

Nestelen dat doen ijsvogels in een steile oever of in de boomvoet van een ontwortelde boom. Zij maken een tunneltje met een kraamkamer aan het einde, waar het vrouwtje na de balts in maart de eieren legt. De balts wordt op een elegante wijze ingeleid doordat het mannetje het vrouwtje een pas gevangen visje aanbiedt. Op de foto (zie kop) wordt een jong op precies zo’n wijze gevoed.

Je kunt zien dat een nest in gebruik is, doordat de vogels hun ontlasting lozen net voordat zij het gangetje binnenvliegen. Dat levert een witte sliert op.

De laatste tijd neemt het aantal toe, hoewel er vijanden zijn. Wezels, hermelijnen en bunzings proberen de nestgangen binnen te dringen. Watervervuiling met gif dat zich door het eten van besmette visjes ophoopt in het weefsel van de ijsvogel is ook een gevaar. Watersport en opdringerige vogelliefhebbers kunnen makkelijk voor verstoring zorgen. Het nest wordt dan verlaten en de ijsvogels hebben dan niet meer de energie om een nieuwe gang te graven.

Toen wij nog guldens hadden en prachtige biljetten stond de ijsvogel op het biljet van 10 gulden. Jeroen Bosch schilderde deze vogel op De Tuin der Lusten. En er bestaat zelfs nog een mythe over zijn ontstaan. De mooie Alkyone had de hovaardij om zich met de godin Hera te vergelijken. Voor straf werd zij veranderd in een ijsvogel.