Hier in onze gemeente zijn we gezegend met heel veel natuur. Met planten en bomen, maar ook met zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen , vogels, spinnen en insecten en dan kruipen er in de bodem nog tal van andere organismen. Laten we daarom maar eens op zoek gaan naar al wat wij de Beekse fauna noemen. Iedere soort heeft zijn eigen verhaal. Ieder seizoen zijn eigen bijzonderheden. Laten we dus maar eens op zoek gaan naar alles wat loopt, vliegt, kruipt of zwemt.
door Kees van Kemenade
foto Kees van Limpt
Wat is dat toch een geweldig gezicht: een roofvogel die op de thermiek rondzweeft in de lucht, of zoals de sperwer tussen de bomen en soms laag over de grond rond scheert tijdens de jacht. Eigenlijk is het maar een vervelende naam voor deze sperwer: roofvogel. Natuurlijk hij jaagt op vogels; de kleine mannetjes op zangvogeltjes en de grotere vrouwtjes op zelfs flinke duiven. Maar dat is niet meer of minder dan wat de natuur hem opdraagt. We noemen dat de voedselpiramide. De vogeltjes eten insecten en zaden en de sperwers leven van hen. Op zijn beurt moet deze roofvogel weer oppassen voor de grotere havik, want die kan hem zo te pakken nemen.
De sperwer is een prachtige kleine roofvogel met zijn lange gele poten en de gele iris van de ogen. De lichte borst vertoont horizontale streepjes. De vleugels zijn stomp. Hij is uiterst wendbaar tussen de bomen in het bos, maar vertoont zich ook in de bebouwde kernen. Zeker als de mensen er de vogeltjes voederen. Raar eigenlijk: als je een voederplankje maakt en zo vogels lokt, dan steun je tegelijkertijd ook de sperwer. En dat is een goede zaak, want hun aantal loopt terug door gebrek aan voedsel. Wat hem zou kunnen helpen? Hagen en kleine bosjes, oogstresten niet onderploegen, hakhout dat blijft liggen in het bos, wat wildere parken, dus alles wat het aantal kleine vogels doet toenemen. Enorme akkers en weilanden zijn als een woestijn voor hem.
De meeste sperwers hier zijn standvogels, maar er duiken ook wintergasten uit het noorden op. In het voorjaar bouwen ze een nest, hoog in een boom en baltsen ze in de lucht. Tot begin van de zomer worden de 4 of 5 eieren uitgebroed. Dat doet het grotere en daardoor beter voor het broeden geoccupeerde vrouwtje, terwijl het mannetje foerageert.
