Hier in onze gemeente zijn we gezegend met heel veel natuur. Met planten en bomen, maar ook met zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen , vogels, spinnen en insecten en dan kruipen er in de bodem nog tal van andere organismen. Laten we daarom maar eens op zoek gaan naar al wat wij de Beekse fauna noemen. Iedere soort heeft zijn eigen verhaal. Ieder seizoen zijn eigen bijzonderheden. Laten we dus maar eens op zoek gaan naar alles wat loopt, vliegt, kruipt of zwemt.
tekst Kees van Kemenade
foto’s Kees van Limpt
Een van de mooiste ontmoetingen die je kunt hebben als je wandelt in de natuur is met een ree. Je loopt over een pad dat een scherpe bocht maakt en ineens,… daar sta je oog in oog met dit sierlijke dier. Heeft hij witte stippen op de rug, dan is het nog een kalf en dan zal de moeder, de reegeit, zo wel opduiken. Wat een prachtige kleur, dat roodbruin. Bijna een meter hoog en tot tegen de 35 kg, dus een groot dier. Lang zal de ontmoeting niet duren, want reeën, zijn heel schuw en meteen verdwijnen zij weer in het veilige struikgewas. Veel vaker zie je alleen de pootafdrukken van het beest in het zand of de modder. Een ree is evenhoevig en dat zie je duidelijk aan de afdruk. Hij loopt op twee tenen; de nagels zijn in de evolutie uitgegroeid tot hoeven van hoorn.
Een eeuw geleden was het dier zeldzaam. Nederland bestond naast de menselijke nederzettingen uit open vlakten. Daar houden reeën niet van; beschutting moet er zijn. Maar door de bebossing in de vorige eeuw zijn ze talrijk geworden. Voedsel is er voor hen volop: jonge boombast, eikels, bladeren, kruiden, boomknoppen,… Net als een koe eten ze, slaan het op in een van de magen en gaan dan later rustig herkauwen. Zo talrijk is de ree dat er een predator nodig is om het er niet teveel te laten worden. Dat is dan vooral de jager en misschien, voorzichtig, de wolf. Jagers stellen vast hoeveel reeën een gebied kan herbergen en dan schieten zij het teveel af. Zouden zij het niet doen, dan verzwakt de populatie door voedselgebrek.
Als regel leven bokken en geiten apart, maar tijdens de bronsttijd zoeken ze elkaar op om te paren. Dat geeft vaak hevige gevechten tussen de mannetjes, want alleen de sterkste bok mag paren. Eigenlijk een goed idee om zo de sterkste genen door te geven. Er is wel een gevaar voor vooral de kalfjes. Loslopende honden die een kalf als speelgoed zien. De moeder verlaat haar kalf en het dier is gedoemd te sterven. Daarom dienen mensen hun hond in het bos aan de lijn te houden. Maar als hondenliefhebber en natuurvriend doe je dat natuurlijk.
