In Hilvarenbeek leven naast veel mensen ook nog vogels, grote en kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën, insecten en spinnen. Allemaal samen noemen we die natuur: onze fauna. Alles wat loopt, kruipt of vliegt dus. Ieder dier heeft zijn eigen verhaal. Als je dat kent, dan wordt zo’n deel van onze fauna nóg interessanter. Erop uit dus in de bebouwde kom en het buitengebied en “op zoek naar al wat leeft en ons altijd weer boeit”. Zeker in de winter is dat heel wat om waar te nemen.

door Kees van Kemenade en Kees van Limpt

Winter is dè tijd om een koperwiek te zien. Gasten uit het barre noorden, die naar hier komen in de late herfst om te overwinteren. Deze opname werd gemaakt aan de Roovertsedijk, op een perceel met ingezaaide wilde bloemen. Je herkent deze mooie vogel aan de roestbruine tot zelfs oranje flanken, vandaar de aanduiding ‘koper’. Een wiek is gewoon een vleugel. Die koperkleurige veeg, de witte wenkbrauwstreep en de lichte borst met kleine streepjes laten geen ruimte voor twijfel. Het is een lijstersoort, net als onze merel, maar een stuk kleiner.

Je zult ze niet gauw zien in het dorp zelf, want ze zijn betrekkelijk schuw. Hier eten ze insecten als ze die verborgen in planten of in schors, wormen en verdroogde bramen of andere bessen. Als er weer een koude aanval komt, dan zoeken ze ook menselijke bewoning op. Valfruit is dan hun meest geliefkoosde voedselbron. Je kunt ze dus lokken met stukjes al of niet rottend fruit tussen de struiken te leggen.

In het voorjaar verdwijnen deze trekvogels weer, terug naar het hoge Noorden, waar ze leven in naald- en berkenbossen en waar zij nestelen en hun jongen groot brengen.