door Jan van Helvoirt

Cornelis Cornelis Moonen uit het Lurinxeind was eerst ‘gezworen’ en later schepen in Diessen. Hij was erg gezien en zeker niet bang van vrouwen. Bovendien bleek hij ook een soort kruidendokter te zijn. Hij had een remedie tegen ‘stijfbloed’ en tegen stijfheid van ledematen. Het middel werd als volgt aangeprezen: breng bijvoet, mater, karmilbloemen, flierbloemen en wat Spaanse zeep samen aan de kook. Ga gedurende een half uur in een ton midden in dat mengsel zitten. Na drie keer zou de stijfheid verdwenen zijn. Het genoemde ‘mater’ of moederkruid zou ook ziekten aan de baarmoeder genezen!

Bij zijn Poppelse dienstmeid Hendrina van Gorp had deze Diessense notabele kruidenspecialist blijkbaar toch te vaak de bloemetjes buiten gezet. Voordat zijn vrouw in 1759 kinderloos gestorven was, had hij bij Hendrina een bastaardzoon verwekt. Hij had haar door schoone woorden weeten te beprate tot soo verre dat hij met haer vleeselijck hat geconferceert. Toen hij de hoogzwangere dienstmaagd ijskoud uitgeteld op de hoogkar naar Poppel bracht, werd het kind op de winterse dag van 17 januari 1749 geboren. Wellicht dat de stuiterende schommelingen op de bevroren onverharde dijk naar Roovert de frequentie der weeën wat opvoerden, zodat de heimelijke bevalling toch nog opgewekt en in alle openheid kon verlopen. Maar de Diessense armenzorg was ze kwijt!

Dat moet men ook in Vessem gedacht hebben. De kar van die Kempense armenzorg stuurde de zwaar zieke en arme Wouter van Oerle met zijn vrouw Johanna de Volder en twee kleine kinderen begin april 1804 naar Middelbeers. Daar werden ze aan de grens op de Beerse kar overgeladen en door Wilbert van de Wetering naar Diessen vervoerd. Dan zou de reis naar Goirle gaan omdat ze daar vandaan kwamen. Toen ze bij de stroom de Aa in de Bruggestraet in Diessen aankwamen vroeg de vrouw de kar even stil te houden, zeggende: “Ik denk dat mijn kind sterft”. De voerman hield onmiddellijk halt en terstond zei de moeder luid wenend: “Mijn kind is dood!” Het 16 maanden oude kind werd bij Laurens Jan Hermans in de Rijt (het zandpad en de brug zijn met de ruilverkaveling vakkundig opgeruimd) in Diessen binnengebracht. De opgetrommelde Beekse dokter Francois de Lang constateerde dat het kind door menigvuldige armoede en groote ellende met eene uitteering en convulsies (stuiptrekkingen) was overleden. Zwakheid en extreme kou waren ook de doodsoorzaak geweest van de vermogende Diessenaar Francis van der Put: zeker geen armoede! Op 30 juni 1792 wist hij zowaar nog een boerderij in diezelfde Rijt te kopen. Bovendien was Francis schepen van Diessen en ook zat hij in de schepenbank van Hilvarenbeek. Hij boerde aan de noordkant van het Klein Laar.

Op een zeer koude vriesavond in eind maart 1804 ging de rijke dorpsvertegenwoordiger met knikkende knieën klappertandend op weg via het Leureneind en de Bremstraat naar de raadsvergadering in de aloude Heerlijkheid Hilvarenbeek. Misschien stond het punt van de onafhankelijkheid van Diessen toen al op de agenda, want die werd immers in 1810 een feit. Daar hij ’s nachts nog niet thuis gekomen was, en de raadsvergaderingen duurden toen nog niet zo lang, gingen de naaste familieleden ongerust op onderzoek uit. Zijn schoonzoon Anthonie van Spreeuwel vond ’s morgens om 11 uur het lijk van zijn schoonvader bij ’t Bosch van Jan van Klijnenbreugel, de toenmalige bewoner van het ‘Huiske ten Halve’. Aldaar hadden de schepenen met secretaris Martinus Huijsmans, de latere eerste burgemeester van Beek, meteen vastgesteld dat het hun collega Francis van der Put betrof. Zij constateerden dat aan zijne losse schoenen en broekriempjes geen gespen waaren. Wel werden een gulden, elf stuivers en tien penningen gevonden. Zijn oplettende schoonzoon Van Spreeuwel verklaarde later dat hij, om diefstal en lijkroof te voorkomen, in eerste instantie alvast de gespen had verwijderd! Reeds vanaf 21 maart 1804 had het zeer streng gevroren. De Beekse arts François de Lang concludeerde dan ook de dood veroorzaakt te zijn door zwakheid en koude. Hij had ook geen enkel spoor van verwondingen kunnen vinden. Mogen we deze Diessense ‘gestrande schepen’ als een eerste onvoorziene voorbode beschouwen van het… huidige nieuwe kerkhof?