Een volle grote zaal in CC Elckerlyc luisterde dinsdag 20 januari ademloos naar gesprekken over het verlies dat mensen kunnen lijden, maar ook naar verhalen over de veerkracht die mensen bezitten om zelfs met de meest tragische berichten om te kunnen gaan. Wat men hoorde bij de persoonlijke verhalen zijn zaken die eigenlijk universeel zijn: je hebt anderen nodig om na een jobstijding er bovenop te komen.
door Kees van Kemenade
De gekozen setting was eenvoudig: een gespreksleider, Sandra Beuving, die als tafeldame in gesprek ging met gasten die hun al of niet volledig verwerkt verdriet wilden delen met de aanwezigen. De gesprekken werden afgewisseld met aangepaste en ontroerende muziek door Myrinke van Werkum. De verhalen gingen over verdriet en de verwerking ervan in de breedste zin. Het verlies van de partner door dood of anderszins, dan wel de boodschap dat de gezondheid nog slechts een illusie is. Zekerheden die je bezit kunnen opeens illusoir blijken te zijn. Erg dapper was het gesprek met een vrouw die haar partner verloor door zelfdoding. Te kunnen delen met anderen wat je toch wel als het summum van verdriet mag beschouwen. De meeste gesprekken maakten duidelijk dat veel verwerkt kan worden, de mens bezit immers veerkracht, maar toch niet alles zal verdwijnen achter de horizon van de tijd.
Verdriet en herstel
Wat altijd helpt is een gesprek met anderen die naar je willen luisteren en een deel van jouw verdriet willen helpen dragen. Dat iemand zich tot je richt met de vraag: “Hoe gaat het nu met jou?” En dan een luisterend oor biedt. Natuurlijk, zijn er ook mensen die een deel van hun verdriet alleen willen verwerken, maar iemand die oprecht in jouw leed wil meegaan, is voor eenieder een goede zaak. Je toont betrokkenheid en dat helpt. Zo’n gesprek kan alle kanten opgaan, tot relativerend en zelfs met een mate van humor toe. Als de betrokkenheid er maar is en dat wordt meteen gevoeld. Die verbinding te leggen is heel belangrijk. Een belangrijk begrip dat speelde bij de gesprekken was rouw. Het stilstaan bij het verlies en daarmee de weg inslaan die leidt tot herstel. Uiteindelijk is dat toch het doel: het een plek geven in je leven, maar het je niet verhinderen om door te gaan met je leven.
Hoop houden
Erg indrukwekkend was het gesprek met Gerard Peeters, die vele jaren werkte als gespecialiseerde verpleegkundige op de longafdeling van het St. Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg. Hij vertelde over de vele malen dat hij mensen moest vertellen over hun ongeneeslijke ziekte. Dat de tijd met hun naasten er bijna opzat. Het begon al tijdens zijn opleiding. Een meisje had bij een brommerongeval een hoge dwarslaesie opgelopen. Hij was aanwezig bij het overbrengen van het bericht dat haar leven, zoals ze gekend had, nooit meer terug zou komen. Hoe geef je mensen die dit te horen krijgen toch nog hoop? Die vraag, naar hoop geven, heeft hem zijn hele leven geleid. Wat voor raad kun je iemand geven die een ernstige longaandoening heeft gekregen? Er eerlijk over praten natuurlijk, en aanstippen dat er nog positieve mogelijkheden zijn. Contact met lotgenoten is misschien wel belangrijk. Niet dat gedeelde smart altijd halve smart is, maar het kan wel helpen.
