In Hilvarenbeek leven naast veel mensen ook nog vogels, grote en kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën insecten en spinnen. Allemaal samen noemen we die natuur: onze fauna. Alles wat loopt, kruipt of vliegt dus. Ieder dier heeft zijn eigen verhaal. Als je dat kent, dan wordt zo’n deel van onze fauna nóg interessanter. Erop uit dus in de bebouwde kom en het buitengebied en “op zoek naar al wat leeft en ons altijd weer boeit”. Zeker in de winter is dat heel wat.
door Kees van Kemenade en Kees van Limpt
Wat is dat toch een mooie bezoeker van de tuin in de winter: het roodborstje. Deze werd gefotografeerd bij de hoptuin van De Roos aan de Roovertsedijk. Een roodborstje in de tuin komt meestal uit het verre noorden en overwintert hier. Deze op de foto is mogelijk inheems, al gaat een deel van de populatie wel naar het zuiden. De nieuwelingen moeten wel mensentuinen opzoeken, omdat ze anders in het territorium van de autochtoon komen en daar zijn ze niet gewenst.
Dit vogeltje houdt van bomen en vooral struiken en leeft er van insecten, spinnen, bessen, zaden en wormen, kortom een gevarieerd menu. Mannetjes en vrouwtjes hebben allebei een rode borst. Ze broeden in de maanden april tot in juli en leggen dan 5 à 7 eitjes met een mooie lichtblauwe kleur. De jongen die uit het ei kruipen, zijn nog gespikkeld. De rode borst komt pas als ze volwassen zijn.
Roodborstjes zijn heel algemeen en eigenlijk goed gewend aan mensen. Als je in de tuin bezig bent, kunnen ze gaan afwachten of er insecten vrijkomen bij de tuinarbeid en die zijn dan hun prooi. De Engelse naam voor deze vogel is Robin, en dat is een populaire kindernaam geworden. Iedereen kent wel de beginregels van het kinderliedje van Jan Gouverneur: “Roodborstje tikt aan het raam, tin, tin, tin. Laat mij er in, laat mij er in,…. Nou vraagt een roodborst echt niet of hij naar binnen mag, maar hij is zo agressief naar indringers in zijn territorium, dat hij ze aanvalt. Zelfs zijn eigen spiegelbeeld in het vensterglas moet het dan ontgelden.
