In Hilvarenbeek leven naast veel mensen ook nog vogels, grote en kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën insecten en spinnen. Allemaal samen noemen we die natuur: onze fauna. Alles wat loopt, kruipt of vliegt dus. Ieder dier heeft zijn eigen verhaal. Als je dat kent, dan wordt zo’n deel van onze fauna nóg interessanter. Erop uit dus in de bebouwde kom en het buitengebied en “op zoek naar al wat leeft en ons altijd weer boeit”. Zeker in de winter is dat heel wat. Alleen gaat het met dit beest niet zo gemakkelijk lukken.
door Kees van Kemenade en Kees van Limpt
Dit naaste familielid van onze huishonden zal je niet gauw waarnemen, want de vos gaat meestal bij de schemering pas op pad. Met zijn uitstekende gehoor, reuk en zicht, heeft hij jou al lang gezien, voordat jij hem in de gaten hebt. Als je hem ziet, met zijn fraai roodbruine kleur en zijn dikke staart is dat een bijzondere gewaarwording. Het is gewoon een prachtig dier. Eigenlijk zitten ze overal waar voedsel te vinden is, dus ook in de bewoonde delen van onze gemeenten. En omdat hij alles eet, is de vos niet geliefd. Een ren met kippen en de toegang niet goed afgesloten... hij neemt ze allemaal te grazen. Dood dus veel meer dan hij op zou kunnen. Een gebied met veel grond broeders... hij pakt zowel de eieren als de uitgekomen jonge vogels. Hij mag dus vrijwel voortdurend bejaagd worden, al maakt dat geen verschil. Iedere vos heeft een territorium en als hij sterft, neemt een ander zijn plaats weer in.
De moeren (de teefjes) gebruiken een hol voor de eerste maanden met de jongen. De rekels (reutjes) rusten gewoon onder een haag of struik. Hun eigen gebied markeren de vossen met urine, gemengd met specifieke geurstoffen. Kom daar niet zomaar binnen als concurrent. De paartijd van deze dieren is in de winter en na een draagtijd van twee maanden werpen de moeren in het voorjaar. Dat levert als regel 4 à 5 jongen op. Ooit was er nog een reden voor zijn gebrek aan populariteit. Hij gold als verspreider van hondsdolheid. Maar door voer met vaccin aan te bieden is ons vossenbestand vrij van die akelige ziekte. Ook in de literatuur komen wij de vos vaak tegen als een slim en vooral sluw beest. In de fabel van de vos en de raaf bijvoorbeeld. Hij ontfutselt de raaf, die en stuk kaas in zijn snavel heeft, daarvan door hem te vragen om nog eens zijn mooie zang te laten horen. De middeleeuwse satirische roman ‘Van den Vos Reynaerde’ is wel het bekendste voorbeeld. Beesten zijn in dit verhaal eigenlijk mensen met hun eigenschappen. Hier is de vos een echte schelm die iedereen te slim af is.
