In Hilvarenbeek leven naast veel mensen ook nog vogels, grote en kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën insecten en spinnen. Allemaal samen noemen we die natuur: onze fauna. Alles wat loopt, kruipt of vliegt dus. Ieder dier heeft zijn eigen verhaal. Als je dat kent, dan wordt zo’n deel van onze fauna nóg interessanter. Erop uit dus in de bebouwde kom en het buitengebied en “op zoek naar al wat leeft en ons altijd weer boeit”. Zeker in de winter is dat heel wat.

door Kees van Kemenade en Kees van Limpt

Het is maar een klein vogeltje met een parmantig staartje dat steeds opwipt. Bruin van kleur, met een streep bij de ogen. Hij weegt maar zo’n 10 gram. Daarom gebruiken we meestal een verkleinwoord om dit vogeltje aan te duiden. Hij kan niet goed tegen koude winters en dan zoekt hij graag de tuinen van de mensen op, om nog iets te eten te vinden. Dat zijn vooral kleinen insecten en spinnetjes, die hij met zijn scherpe snavel uit schors en andere schuilhoekjes kan peuteren. In de koude winters zoekt hij graag een holletje op om warm te blijven, soms in gezelschap van andere winterkoninkjes. Ieder dier heeft ook een naam in het latijn: Troglodytes en dat betekent holbewoner.

Maar waarom nou dat koninkje in zijn naam? Dat heeft te maken met een oude legende. De vogels wilden een van hen tot koning kronen en besloten een wedstrijd te houden: wie kan het hoogste vliegen. De adelaar was overtuigd dat hij de winnaar zou worden, maar het winterkoninkje was slimmer. Omdat hij zo klein is, kon hij zich verbergen in het verenkleed van de adelaar. Toen die meende zijn hoogste punt te hebben bereikt, kwam dit vogeltje tevoorschijn en klom nog een stuk hoger. En daarmee werd hij de koning van het vogelrijk.

Straks in april bouwt het mannetje een aantal nesten en lokt daar een vrouwtje naar toe. Dat doet hij met opvallende scherpe trillers, die tot ver te horen zijn. Wijfjes die daardoor geïmponeerd raken, kiezen een van de nesten uit en leggen daarin 5 à 7 eitjes. Wil je het winterkoninkje een plezier doen, zorg dat voor een niet-aangeharkte tuin, vol met struiken en hopen bladeren. Daar kan hij naar hartenlust rommelen. Het is niet nodig om hen te beschermen, want de soort komt algemeen in flinke aantallen voor. Maar het zorgt er wel voor dat je kunt genieten van dit aandoenlijke kleine vogeltje.