Dat Hilvarenbeek een mooie gemeente is en je er met veel plezier kunt wonen, dat weet iedereen. Maar hoe mooi en interessant dat zie je pas als je op ontdekkingstocht gaat. Bij voorkeur te voet, want dan ervaar je alles veel beter dan op de fiets of in de auto. Vandaag een wandeling rondom een gebied tussen Goirle en Hilvarenbeek, waar ooit vennen lagen en waar het toponiemen nog altijd aan herinnert. We maken gebruik van het netwerk aan knoppunten dat heel onze gemeente bestrijkt. Startpunt is knoppunt nummer 12, aan de Goirlesedijk en dan verder in de richting van nummer 13.
door Kees van Kemenade
Ooit was dit gebied een grote heidevlakte met verspreid talrijke grote en kleine vennen. In de crisistijd van de jaren dertig werden hier de werklozen aan het werk gezet. Met de schop slootjes graven, de harde bodem van de vennen doorbreken en bomen aanplanten op de meest schrale grond. De rest werd akkerbouwgebied, mogelijk omdat kunstmest nu op grote schaal voorhanden was. Van de heide is niets meer over, maar goed, er zijn andere dingen voor in de plaats gekomen. We volgen een hele tijd het Boterpad, waarlangs ooit de boerinnen hun handelswaar naar de markt in Tilburg brachten. Boter was een van de weinige producten die toen geld in het laatje brachten. Het Boterpad loopt nu dood op de omheining van het Safaripark. Lopen door agrarisch gebied is vaak saai, maar hier zijn de zandpaden beplant met eiken en berken. Dat is afwisselender en zorgt voor een mooie aanwezigheid van vogels. Langs het pad ligt er eentje, een duif, kaalgeplukt door een roofvogel.
Gemeentebossen
Op enige afstand passeren wij de in 1964 gebouwde Hilvaria Studio’s waar ooit films werden opgenomen, reclame- en erotische films. Later werd het een geluidstudio waar artiesten van naam opnamen kwamen maken voor nieuw uit te brengen platen. Van Morrison weet ik zeker, en ik geloof ook de Rolling Stones. Een stukje volgen wij de Goirlesedijk, ooit een zandweg met in het begin van de vorige eeuw ook een spoorlijn ernaast. Dat was de beroemde stoomtram die dwars door onze gemeente reed, via de Vrijthof naar Esbeek en dan Poppel-grens. We komen nu in de gemeentebossen, oorspronkelijk met alleen naaldhout. Dat groeide snel en bracht het meeste geld op, voor de bouw en zeker ook voor de kolenmijnen in Limburg. Maar nu prevaleren andere natuurwaarden en maken de bosarbeiders er een meer gemengd bos van, met ook veel loofbomen, eiken, berken, beuken. Zo’n natuurlijke omgeving geeft een veel grotere variatie aan insecten, vogels en zoogdieren.
Het Nestven
Er loopt een pad dwars door de Huisvennen, want zo heet het hier nog steeds. Links en rechts akkers, zonder mooie houtwallen of singels naast het wandelpad. Er kunnen overal nog best veel meer bomen worden bij geplant, denk ik dan. Gelukkig zijn niet alle vennen verwoest, want het Nestven is behouden gebleven en zelfs nog vergroot. Op de oevers groeit het pijpenstrootje, dopheide en ik zie zelfs nog wat verdroogde pollen struikheide. Een deel van de bossen naast het ven is gerooid om een meer open landschap te creëren. Een grote meeuwenkolonie heeft haar intrek genomen in en rond het water. Zo lopen wij de weg af, die ook Nestven heet, naar het begin- en eindpunt. Er wacht daar een bank op ons, daar neergezet ter nagedachtenis aan Jeroen Bruijns. Op het bankje staan een paar achtenswaardige woorden: “Op een dag kan alles anders zijn. Ga daarom hier zitten en geniet.”
In anderhalf uur wandel je door dit afwisselende landschap van besloten bos en open agrarisch gebied, als je de volgende nummers volgt: 12 – 13 – 14 – 97 – 11 – 12.
