Je kunt op veel manieren genieten van de natuur. Kees van Limpt doet dat met zijn camera. Hij gaat er op uit om in het groen de mooiste plaatjes te schieten van vogels, grote en kleine zoogdieren, van reptielen en amfibieën, en van insecten. Kortom van alles wat leeft in Hilvarenbeek en de onmiddellijke omgeving. We spraken met deze natuurfotograaf, die voor zijn interesse vaak veel geduld aan de dag moet leggen.
door Kees van Kemenade
“Als ik kan ga ik er elke dag op uit, op de fiets met mijn camera en de tele- en de macro-lens paraat. Gewoon in de eigen omgeving, om alles wat leeft te fotograferen.”
Dat vertelt de enthousiaste natuurfotograaf kees van Limpt, die een naam heeft opgebouwd met de weergaloze foto’s van al wat leeft, vooral hier in de eigen omgeving.
“Ik heb gewoon een passie voor de natuur en die wil ik ook graag delen met anderen. Iedere keer weer een belevenis. Soms zie ik een mooie vogel op een tak zitten, een bosuil bijvoorbeeld en dan fotografeer ik hem meteen. Maar ik gebruik ook wel een schuiltent in camouflagekleuren, om bijvoorbeeld een havik in het bos te fotograferen. Als er ergens een dood konijn ligt, dan komt hij daar wel op af, maar je moet wel veel geduld hebben. Vier of vijf uur in de schuilhut is niet ongewoon, maar het wordt ook wel acht uur om nèt de goeie foto te maken.”
Tuin en buitengebied
Naar welke gebieden gaat dan de voorkeur uit?
Dat is voor Kees wel heel breed. “Je kunt prachtige foto’s maken in je eigen tuin, maar ook gewoon het buitengebied ingaan. Ik hang achter mijn huis altijd vetbollen op. Die maak ik zelf met ossenwit-vet en zaden. Daar komen zoveel vogeltjes op af en dat leg ik dan vast. Maar vooral ga ik toch wel de natuur in: Annanina’s Rust, De Utrecht, of de Regte Heide bij Riel. Daar maak ik de meest bijzondere opnamen.”
Het is natuurlijk wel een eenzame hobby?
“Dat is waar. Ik ga altijd alleen, want je moet zo min mogelijk geluid maken als je een wilt zijn met de natuur. Hoe die interesse ontstaan is? In mijn jeugd in Reusel, groeide ik op in De Peel, één groot natuurgebied. Daar leerde ik ze kennen: de vogels, de hagedissen en salamanders, de kleine zoogdieren. We gingen nestjes uithalen, iets wat ik later wel berouwde. Mijn interesse groeide en is nooit meer verdwenen.”
Nieuwe soorten
“Ik moet zeggen, veel van de vogels uit mijn jeugd zijn er niet meer. Wie hoort nog ooit de leeuwerik zingen, hoog in de lucht. De nachtegaal en de wielewaal kom je amper nog tegen. Vroeger zag ik de korhoen, maar die is hier uitgestorven. Ik ben bang dat de patrijs dezelfde kant op gaat. Of dat verdwijnen nog om te keren is, dat weet ik niet. Misschien dat mede door mijn werk, de mensen meer interesse krijgen en dat daardoor onze fauna beter beschermd gaat worden. Aan de andere kant: er is nog zo véél! Er zijn ook vogels bijgekomen, soorten die je vroeger nooit zag. De grote zilverreiger bijvoorbeeld. Ik kan nu een foto maken van een roerdomp, vroeger onmogelijk. Ik verheug mij er op om die foto’s in de toekomst met de lezers van de Hilverbode te delen in de nieuwe rubriek Beekse Fauna.”
