De agenda voor 2026 oogt allesbehalve rustig voor Arijan van Bavel (46). Integendeel. Met een gloednieuwe theatershow samen met John en Kees de Bever trekt de entertainer vanaf januari door het hele land. Voor Van Bavel voelt het als een nieuwe fase, maar tegelijk ook als een logisch vervolg op alles wat eraan voorafging. „Zonder Adje had dit nooit bestaan,” zegt hij zelf. „Dat onhandige personage uit Mooi! Weer De Leeuw komt ook weer even langs, al is het maar heel subtiel.”
Door Ron van Kuijk
Arijan van Bavel werd geboren op 26 april 1979 in Breda en groeide op in Molenschot en Gilze. Inmiddels woont hij al weer jaren in Tilburg, een stad die hij liefkozend „een verzameling kleine dorpjes” noemt. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met Adje, de onhandige sidekick die hij 5,5 jaar lang speelde bij Paul de Leeuw. Een rol die hem tot op de dag van vandaag achtervolgt, maar waar hij geen moment spijt van heeft. „Mensen roepen nog steeds dagelijks ‘Hee, Adje!’ naar mij op straat. Daar moet ik alleen maar om lachen. Ik vind het absoluut niet vervelend. Want daardoor komen mensen nog steeds naar het theater of spreken ze me aan. Dat is alleen maar mooi.”
De toevallige doorbraak
De weg naar landelijke bekendheid begon allesbehalve glorieus. Van Bavel maakte ooit een theatervoorstelling met vijf Brabantse vrienden. „We hadden zaaltjes gehuurd in Rijen en Oosterhout. Superleuk, maar er kwam geen hond op af. Eerst familie en vrienden, daarna letterlijk niemand meer.” De handdoek leek in de ring gegooid, totdat Paul de Leeuw op televisie zei: ‘Heb je een wens? Stuur een mailtje.’
„Ik dacht: laat ik als Adje een mail sturen. Gewoon voor de grap,” vertelt Van Bavel. „Niet wetende dat de redactie dacht dat Adje écht bestond.” Het leidde tot een optreden in de studio, waar Van Bavel samen met De Leeuw het nummer Ik heb je lief zong. „Ze geloofden gewoon dat Adje echt was. Ik durfde toen niet meer te zeggen dat het om een act ging.”
Na de uitzending ging het snel. „Binnen tien minuten stonden we weer buiten, in die pakjes. We hadden ons omgekleed op de parkeerplaats bij de McDonald’s in Weesp. Doodgênant. En toen belde Paul later die avond. Hij had inmiddels begrepen dat ik acteur was en in de Efteling had gewerkt.” Een paar dagen later volgde er een koffieafspraak. „Paul zei: laten we dingen afspreken± als een van ons iets niet leuk vindt, doen we het niet. En als een van ons wil stoppen, dan stoppen we. Dat waren de basisregels.”
Kijkcijfersucces
Wat volgde, was een groot (kijkcijfer)succes. „In de hoogtijdagen haalden we 3,8 miljoen kijkers. Dat gebeurt nu bijna niet meer.” Van Bavel belandde in een sneltrein. „Van vijf voorstellingen per jaar naar 250 per jaar. Concerten, evenementen, televisie. Alles tegelijk.”
De belevenissen met Paul de Leeuw waren soms absurd. „Met een auto het water in rijden, in doldwaze kermisattracties zitten, Symphonica in Rosso in een uitverkochte GelreDome… Dat ga je nooit meer meemaken.” Tegelijkertijd was er ook de verwarring bij het publiek. „Mensen dachten echt dat ik niet helemaal wijs was. Nog steeds vragen mensen zich af of dat zo is,” zegt hij lachend.
Het contact met Paul de Leeuw is gebleven, zij het op afstand. „Geen vrienden, maar wel warm contact. Als hij iets nieuws heeft of ik speel een voorstelling, dan sturen we een appje. Dat is prima zo.”
Van supermarkt tot Efteling
Lang voordat Adje landelijke bekendheid kreeg, werkte Van Bavel al op plekken waar zijn hang naar entertainment zichtbaar werd. In de Boerenschuur-supermarkt in Riel liep hij als kerstman rond, regelde hij het verkeer op de parkeerplaats en verkocht hij taarten in kostuum. „De familie Van de Corput gaf daar alle ruimte voor. Dat paste bij die supermarkt: geen keten, maar een familiebedrijf met karakter.”
Daarna volgde de Efteling. „Ik had geen acteerervaring, maar ik deed maar wat. Dat was geweldig.” Spelen in weer en wind, midden tussen het publiek, bleek een goede leerschool. „Al die momenten neem je mee. Dat heb je nodig om later op zo’n groot podium te staan.”
De basis werd echter nog eerder gelegd, op het speciaal onderwijs. „Dat volgde ik omdat ik toen niet lekker in mijn vel zat. We kregen daar de opdracht een brief te schrijven aan iemand waar je tegenop keek. Dat was Jos Brink.” Tot zijn verbazing werd hij uitgenodigd en daarna volgde Van Bavel als tiener jarenlang lessen bij hun theater- en musicalacademie. „Van Jos en Frank Sanders heb ik alles geleerd: techniek, spel, discipline. Dat was goud.”
Ondernemer
Na de periode bij Paul de Leeuw stortte Van Bavel zich na een mislukt avontuur als theatereigenaar in Tilburg op het bedenken van entertainmentconcepten voor pretparken. Uiteindelijk leidde dat tot de overname van attractiepark De Waarbeek in Hengelo. „We gingen van 30.000 naar 250.000 bezoekers per jaar. Dat was keihard werken, maar ontzettend leuk om op terug te kijken.”
Inmiddels mag Van Bavel zich mede-eigenaar van een eetcafé noemen. De band met Molenschot bleef voor Arijan van Bavel namelijk altijd bestaan. Niet alleen omdat hij er opgroeide, maar ook door de familiegeschiedenis die diep in het dorp verankerd is. Die kwam opnieuw tot leven toen hij in het najaar van 2025 samen met zijn zus betrokken raakte bij eetcafé De Goesting. Het pand staat op historische grond: zijn opa begon er ooit een café, later voortgezet door zijn ouders. „Dat gevoel raak je nooit kwijt,” zegt Van Bavel. „Dit was geen investering uit zakelijk oogpunt, maar puur uit liefde voor het dorp.”
Van Bavel is nadrukkelijk geen gezicht op de werkvloer. „Ik werk niet in De Goesting,” benadrukt hij. „Het draait om de mensen die er elke dag staan.” Voor hem is het belangrijkste dat Molenschot een ontmoetingsplek behoudt. „In zo’n dorp heb je elkaar nodig. Een café is meer dan horeca; het is een voorziening.” De betrokkenheid voelt voor hem als een cirkel die rond is. „Op deze manier eren we onze opa en onze ouders. Dat voelt gewoon goed.”
In de afgelopen 20 jaar woonde Van Bavel onder meer in Winterswijk (vanwege het pretpark), Made en Tilburg (aan de Korvelseweg en in de Bomenbuurt). Inmiddels is hij neergestreken in het Tilburgse centrum: „Overal heb ik met plezier gewoond. Je moet er zelf een feest van maken.” De terugkeer naar Tilburg voelde als thuiskomen. „Familie, vrienden, korte lijntjes. Dat miste ik.”
Naast theater en ondernemerschap vond Van Bavel na een HBO-studie ook voldoening in het werken als dramatherapeut. „Vooral werken met kinderen vind ik prachtig. Die zijn nog vormbaar, nog niet vastgeroest in strategieën. Dat is dankbaar werk.” Drie dagen per week houdt hij zich bezig met zorg en organisatie, twee dagen met op het podium staan. „Die combinatie is perfect.”
De Bevers geven nieuwe energie
En dan is er nu dus de nieuwe show met De Bevers. Het idee ontstond onverwacht. „Kees kwam kijken bij een voorstelling van mij in Udenhout en zei: volgend jaar worden John en ik bij elkaar opgeteld honderd jaar, kunnen we niet iets maken?” Van Bavel twijfelde niet en ging aan de slag met het samenstellen van een voorstelling.”
Het resultaat is een comedyshow waarin John en Kees op vakantie gaan langs verschillende campings. „John moet zingen om de vakantie terug te verdienen. Dat levert natuurlijk ellende op.” De try-outs (onder meer in Goirle) waren veelbelovend. „De tent stond op zijn kop. Bij de naturistencamping-scène hadden mensen bijna zuurstof nodig. En het personage ‘Adje’ maakt ook weer even zijn opwachting.”
Première in Tilburg
In januari start de tour, met op 29 januari de première in Tilburg. „Dankzij John en Kees kan ik weer grote zalen spelen. Dat is een cadeautje.” Over de samenwerking is hij enthousiast. „Je hoeft geen acteur te zijn om comedy te maken, maar timing is alles. En dat hebben zij. Echt.”
Plannen voor daarna? Die zijn er nog nauwelijks. „Als het een klein zetje nodig heeft, prima. Maar als het niet vanzelf gaat, hoeft het ook niet. Deze tour had een jaar geleden ook niemand bedacht. En toch staat ‘ie er nu. 2026 wordt voor mij hoe dan ook een jaar om naar uit te kijken. Met De Bevers, volle zalen en dus ook die gekke ‘Adje’ die weer even om de hoek komt kijken!"
