door Ad Smeijers
Voorjaar 2025
Het was het laatste weekend van maart. Het weekend waarin de wintertijd om klokslag 15.00 uur voorbij is en de zomertijd begint. De weersgesteldheid in dat weekend was niet veel beter dan het decemberweer dat wij deze dagen beleven. Grauw, kil en een nevel die overging in miezerige motregen. “Ze hebben vast geen ander weer. We zullen het ermee moeten doen”,’ hoorde Wiebe als hij op straat mensen tegenkwam. Allemaal vriendelijke mensen, daar niet van, maar loze praat blijft het wel.
Wiebe Stoppel had het niet zo begrepen op die vrijblijvende weerpraatjes. Hij verdroeg ze omdat hij het standpunt aanhing: mogen zijn wie je bent. Het maakt niet uit, een irritante zeurkous, een goedgemutste optimist, de kleinzielige mierenneuker of een katjes-in-het-donker-knijper, zo maar een paar types uit het netwerk van Wiebe. Zeuren over het weer. Mensen, mensen toch! Dit moest de mensheid weten: ‘Het weer is van iedereen, het kost niks want het is gratis en het komt van God, dus moet het wel goed zijn’. Mensen hou op met zeuren.
Dat dácht Wiebe, hij zei het nooit.
In de stiltecoupé wordt gekletst, Wiebe zegt er niets van. De hond legt dampende drollen op het trottoir, zijn baasje ruimt niks op. Wiebe laat het erbij. Bij een pakkettenafhaalpunt, een klant wacht zijn beurt niet af, Wiebe zegt er niets van. Want van hem mocht je zijn wie je bent. Waarom zou je de kletsers, de hondenuitlaters en ongeduldige klanten blokkeren in wat diepe denkers definiëren als het diepste zijn? Ofschoon het behoorlijk vervelend kan zijn als de kleinzielige kommaneuker begint te piepen: “Wiebe, jouw heg is te breed, ze hangt te ver over de stoep. Neem de doorgang bij de lantaarnpaal. Ik lijd aan anorexia. Ik heb al moeite om zonder kleerscheuren de hindernis gevormd door paal en heg te nemen. Wat moet dat zijn voor een obees.” Ongezond dikke mensen komen er steeds meer. In 2024 had 50,4% van de Nederlanders van 18 jaar en ouder overgewicht, waarvan 15,7% obesitas. Voor hen is die passage een hindernis, meneer Stoppel. En voor hen niet alleen. Wat denk je, meneer Stoppel, van opa’s achter een kinderwagen, oma’s achter de wandelwagen, een rollator voortgeduwd door een oudje, een versleten man op krukken en een peuter op zijn loopfietsje. Meneer Stoppel, rooi je coniferen. Vervang je heg door een schutting. Is ze geplaatst dan heb er er geen omkijken meer naar. Je weet toch meneer Stoppel een schutting hoef je niet te knippen, water te geven of te bemesten.“
De toestand in de wereld benauwde hem. Trump en zijn vriendje Poetin hielden hem meer bezig. Een Amerikaanse president die onberekenbaar is, die naar Wiebes ideeën danst naar de pijpen van de Russische autocraat. Och arme Oekraïne. Waar moet het heen? De tijden zijn zorgelijk. Om die zorgen weg te nemen krijgt ieder adres in Nederland een boekje van de landelijke overheid. ‘Bereid je voor op een noodsituatie’ heet het.
Wiebe las: ‘Het is op dit moment geen oorlog in Nederland, maar ook geen vrede. Ondanks dat Nederland er alles aan doet om een oorlog te voorkomen, kan ons land hierbij toch betrokken raken. Niet meteen doordat soldaten of tanks ons land aanvallen, maar wel door verstoringen en digitale aanvallen. Daardoor kunnen belangrijke systemen uitvallen. De gevolgen zijn dan ook groot. Denk aan een grote stroomstoring, niet kunnen pinnen of lang geen internet hebben.’
Voorlichting die tegelijkertijd bang maakt, angst aanwakkert. Daar moest je het over hebben, niet over het weer. Wiebe legde een noodpakket aan.
Wiebe Stoppel en Kor Cordatus kwamen elkaar nogal eens tegen. De belangstelling voor het veranderende boerenbedrijf, de mechanisatie, de jacht en de natuur in het buitengebied deelden ze. Trekkers met meer pk’s dan die je tien jaar geleden bij loonwerkers zag, dat soort dingen. Neem nou de John Deere GRX640. Kom je die tegen, nou dan zoek je de berm op in je autootje. Kor verdiende een dikke boterham met zijn bedrijf. In de schuur stonden een Fendt, een Deutz en de John Deere. De Massey Ferguson 65 had Kor voor zijn plezier aangehouden. Het was een oldtimer. Wiebe had er wel eens een ritje meegemaakt. Weinig comfort, voor een keer leuk op een zonnige zondagmiddag. Daar bleef het dus bij.
Kor had met een gezond boerenverstand en zakelijk inzicht een bedrijf opgebouwd, loonwerkbedrijf Cordatus. Wiebe had bij de boerenbank de agrariërs gestimuleerd groot te denken en de bijbehorende kredieten verstrekt. Zakelijk hadden ze een band, maar er was meer dat hen bond. Ze deelden de zorg over de voortgang van het kerkelijk leven. Ze noemden zich Godzoekers.
Wiebe en Kor waren trouwe bezoekers van de vieringen die begonnen waren na de van hogerhand opgelegde kerksluitingen. De samenkomsten deden hen goed, ze vonden er wat ze zochten: een vorm van christendom zoals het in de eerste eeuwen geweest moest zijn: nabij en kleinschalig, verborgen en hier en daar gedoogd.
En dan hun zorgen over de ondergang van het in parochies georganiseerde christendom. Over tien jaar is het weg. Ook daarover waren ze het eens.
Gaat het Kerstfeest daarmee verloren? Het feest waarop christenen wereldwijd de geboorte van Jezus vieren. Wie ziet in het kind van Bethlehem de Messias, de Gezalfde, de Vredevorst. Wie viert met zijn geboorte het verhaal van God met de mensen? Een van hen ben ik, zei Wiebe en Cordatus prevelde hem na. Zijn wij Godzoekers een uitstervend mensensoort? Met die vraag bleven ze zitten.
Belangrijke gebeurtenissen vragen om gedegen voorbereiding. De adventskrans verschijnt, gelovigen organiseren midweekse meditaties en een adventswandeling op de late namiddag wanneer het donker wordt. Eerste Kerstdag wordt gevierd met nachtmissen, bijzondere zang, veel wierook en een preek waar werk van gemaakt is. In de stal ligt het Jezuskind. Maria zijn moeder en Jozef haar man zijn een en al zorg. Het bezoek stroomt toe: uit de nabijheid, de herders die zelfs hun wolvee in de steek laten. En nieuwsgierige koningen die een reis ondernamen om de pasgeboren koningszoon te zien en hem hulde te brengen: Melchior met goud, mirre van Casper en wierook van Balthasar.
Iedere baby ontroerde Wiebe. Baby’s zijn een godsgeschenk. Baby’s ontvang je. Hij wond zich op als hij hoorde van baby’s maken. Hij gruwde van die taalvervuiling. Een fietsband kun je maken, een kast, een schilderij desnoods een sloopauto. Maar kinderen? Een man levert wat in, een vrouw ontvangt. Als je dat maken noemt. Ieder pasgeboren wezen, het kon een pup, een kitten zijn, maar mensenkinderen in het bijzonder vervulden hem met liefde en zachtheid. Wiebe voelde zich de goede fee in een sprookje.
Of Kor er ook zo over dacht?
Kor: “Ik heb zoveel dochters dat ik de tel ben kwijt geraakt. Oma’s van weerskanten, overleden tantes, en mijn vrouw zaliger waren vernoemd. We waren, zeg maar, door de voorraad meisjesnamen heen. In nieuwlichterij als Amila, Emma en Olivia hadden we geen trek. Maria kon altijd nog en daar kwamen we tenslotte op uit. Ons Maria was een vrolijk kind, een leuk meisje, een buitenbeentje. Eigengereid was ze ook. Dit voorval is me altijd bijgebleven: ‘Kom, papa, ik moet poepen’. Ze trekt me mee naar het toilet. Ik hoef alleen het licht aan te doen en dan moet ik meteen wegwezen. Dat doe ik niet. Ik gluur en zie dat Maria broek en luier uitdoet, het wc’tje op de grote pot plaatst, via een trapje erop klimt en doet waarvoor ze gekomen is. Ze veegt de billen af, spoelt een paar keer door en hanteert de wc-borstel. Als de deur open gaat, verschijnt een triomfantelijke Maria. Ik ben getuige geweest van een bijdehante dame. Nog geen twee jaar, hoe bestaat het. Ik kan er nog niet over uit. Nog zo iets, ze ging vroeg het huis uit, ze vertrok naar de grote stad. Het contact met haar zussen en met mijn vrouw zaliger verwaterde. Net of ze van de radar verdwenen is. Dat is heel jammer, maar zo gaan die dingen ooit. Waar ze nu is? Ergens tussen de Noord- en de Zuidpool, misschien in Canada, misschien in Nieuw-Zeeland, misschien woont ze om zo te zeggen om het hoekje.“
Voorjaar 2025
Terug naar het grauwe, kille laatste weekend van maart....
Wiebe was op die bewuste zaterdagavond in maart bij Kor Cordatus. Hij stond op het punt naar huis te gaan, veel later dan hij van plan was. De telefoon ging. Politie! Een auto had zich vastgereden in het buitengebied. Of Kor die los wilde trekken. Daar hoefde Kor niet lang over na te denken. Mensen helpen noemde hij een christelijke plicht. En de zucht naar avontuur deed de rest. Of Wiebe meeging? Nou kende Wiebe overdag het buitengebied als zijn broekzak. In het aardedonker is het toch een ander verhaal. Hij ging mee uit nieuwsgierigheid. Ik hoop dat die auto een trekhaak heeft, dan is het een koud kunstje: ketting eraan en trekken, gedoseerd trekken, zeg maar.“
Van wie was die auto, waarom kwam hij vast te zitten op dit ontijdige uur? Daar had de politie over gezwegen.
Het miezerde zacht, de ruitenwisser zwiepte om de paar seconden de aanslag van de voorruit. De verstraler zorgde voor voldoende licht. De harde weg was een zandpad geworden. Verderop was hij kapot gereden door het wagenpark van loonwerkers. Door de regen was het een modderpoel geworden. De GRX640 John Deere had er geen moeite mee, de Franse auto uit het hogere segment wel. Die zat tot aan zijn assen vast in het slijk. Dat zagen we al van verre toen het licht van de schijnwerper op de auto viel. Kor sprong uit de cabine en Wiebe volgde hem.
Verdomd zeg, de chauffeur was niet alleen.
”Waar kennen we elkaar van?“, vroeg Kor langs zijn neus weg. De chauffeur zweeg, trok zijn portefeuille uit zijn jasje. Hoeveel geld hij Kor schuldig was, vroeg hij niet. Hij gaf hem dubbel zo veel als Kor gerekend zou hebben. ”En je houdt je mondje dicht, dat begrijp je wel, hoop ik.“
Dat waren zijn enige en laatste woorden. Het lostrekken stelde niks voor.
”Ik begrijp wel waarom die slee van een auto tot aan zijn assen in de modder is weggezakt, en jij ook wel Wiebe’, zei hij schalks in mijn richting.
Najaar 2025
Wiebe en Kor treffen elkaar weer op een avond in de dagen dat Sinterklaas zijn biezen gepakt heeft en de voorbereidingen op kerstmis beginnen. Een deel van de mensen ontsteekt kaarsen op de adventskrans, richt onder de kerstboom het stalleke in en draait cd’s met kerstliederen. ‘Stille Nacht’ ontroert in alle talen. Een Oekraïens lied bezingt het wonder dat in de wereld is geschied: ‘De maagd Maria heeft een Zoon ter wereld gebracht. Zij heeft Hem met stro toegedekt en in een kribbe gelegd’. Kortom, vreugde in overvloed voor alle mensen van goede wil.
Het deel van het volk dat zich rekent tot de groep ‘Adieu God’ ook gekend als ‘Van God los’ vermaakt zich aan goed gedekte tafels. Met elkaar eten en drinken en met elkaar praten is samen verder komen. Zij zijn net zo goed mensen van goede wil.
Het zijn tenminste twee sporen naar een ideale wereld. De hoop groeit als de wapens zwijgen, als de zwaarden omgesmeed worden tot ploegscharen, als de vrede een kans geboden wordt.
Wat ze niet bespraken, wat Wiebe vreemd bleef vinden, was de opgefleurde relatie van Kor met de lokale overheid. Zou die vastgereden auto er iets mee van doen hebben? Als Kor vandaag de dag een bezwaarschrift indient op het gemeentehuis, krijgt hij zowat met kerende post een antwoord, steeds een voor hem gunstig antwoord. “Kor”, zei Wiebe “wendt je invloed aan, steun de actie ‘zinloos geveld’ en die 50 zuileiken worden niet gerooid!!“
Half december 2025
Een opgewonden Kor aan de telefoon. ”Wiebe, moet je horen. Ik kreeg daarnet met de post een uitnodiging voor een babyshower. Weet jij wat dat is? Je mag een baby komen bewonderen en cadeautjes, liefst geld, achterlaten. De vrouw laat weten dat ze in oktober bevallen is van een jongetje, een zevenmaandskindje.“ Goddank geboren in een ziekenhuis en niet thuis volgens de principes van influencers die de ‘oerbevalling’ propageren. Een misdadige actie. Weten die vrouwen wel wat ze doen?
“Het jongetje”, ging Kor verder, “had 6 weken in een couveuse moeten blijven. In die weken was hij aangesterkt en mocht hij met zijn moeder naar huis. Van de papa was geen spoor te bekennen.”
“Wiebe, raad eens hoe hij heet.”
Hij wachtte Wiebes antwoord niet af.
“Cornelius, heet hij en ze noemt hem Kor.” Met de hartelijke groeten uit Poppel, van jongste dochter Maria.
Een verloren gewaande dochter, die met kind terugkeert, zo dicht bij Kerstmis. Het is een kerstcadeau. Ja, dat is het, een heel groot kerstcadeau.
