Na bijna drie jaar de gemeente te hebben gekruist komt de rubriek Beekse Biodiversiteit aan een groen einde. Het is niet zo dat alle planten die hier groeien een verhaal hebben gehad, verre van dat. De 125 bomen, struiken, planten, mossen zijn maar een klein deel van wat hier groeit en ons altijd weer boeit, om met Jac P. Thijsse te spreken. Ik zou nog jaren hebben kunnen doorgaan, maar je moet ook kunnen stoppen. Al schrijvend over individuele soorten heb je toch wel wat ideeën gekregen en een verhaal daarover is een mooie afsluiting van de reeks.

door Kees van Kemenade

Als je, net als ik, graag wandelt in onze gemeente, dan kom je voortdurend in contact met de natuur. Overal zie je bomen en struiken hun gang door de seizoenen maken, planten opkomen, ontluiken en weer afsterven. Een jaarlijkse gang door de seizoenen die bij de voorbijganger toch wel interesse op móet wekken. Om een of andere reden wil je de naam van het plantje dat je bekijkt graag weten. Wat voor soort is dat mooie gele plantje dat groeit in de berm van de klinkerweg naar Breehees? Dat heet determineren: “…ah … bezemkruiskruid.” Natuurlijk wil je er dan ook wat meer van weten. Op zoek naar informatie, dus. Een exoot, afkomstig uit Zuid-Afrika, waarvan de zaden via graantransporten hier terecht zijn gekomen. En hij bloeit tot in de winter. Biologen noemen hem invasief, wat een scheldwoord is. Je vindt steeds meer info en dan komt de gedachte: ik zou dat moeten delen met de lezers. Ziedaar, het begin van de rubriek Beekse Biodiversiteit.

Steeds de verwondering

Geen conclusies over de achteruitgang van de soorten rijkdom. Dat kan een bioloog, een wetenschapper die data vergelijkt over een langere periode. Ik ben gewoon een wandelaar die houdt van de natuur. Die ontdekte dat in naaldbossen vol dennen en sparren weinig anders groeit. Bosjes met ook veel loofbomen zijn veel rijker, zeker als er een beek doorheen stroomt, zoals de Reusel door Turkaa, of de Leij door de bossen tussen Roovert en Gorp. Je ontdekt dat bermen langs fietspaden en wegen een indrukwekkende biodiversiteit kennen. Een poel in het land, een sloot, zijn altijd een garantie voor uiteenlopende vochtminnende planten. Als je varkensgras ziet groeien over een zandpad, dan valt het op dat zelfs de meest schrale grond toch zijn soorten kent. Helemaal leuk vond ik het als er een bijgelovig verhaal schuilt achter een plant. Niet dat het hoeft te kloppen, dat de wortel van mannetjesvaren het mannelijke libido verhoogt. Of dat er een heus sprookje bestaat waarin de tondelzwam een hoofdrol speelt, De Tondeldoos van H.C. Andersen. Verbazingwekkend waren ook de ontmoetingen, zoals met de gaspeldoorn die midden in de winter bloeit aan de oevers van de Broekeling nabij Esbeek.

Belangstelling en waardering

De lezers hebben misschien de klaagzang gemist die men meestal aantreft bij verhalen over de natuur. Dat heb ik bewust achterwege gelaten. Natuurlijk moet je bewust zijn van de gevaren die de natuur bedreigen. Maar aan de bewustwording moet iets vooraf gaan: belangstelling en waardering voor alles wat je hier aan biodiversiteit kunt aantreffen. Dan kom je vanzelf op de gedachte dat dit niet achteruit mag gaan, maar dat de soortenrijkdom eerder versterkt moet worden. Als genoeg mensen dat vinden, mede door het lezen van mijn rubriek, dan is er heel wat gewonnen.

De mens heeft heel veel kapot gemaakt, maar is in staat om ook heel wat te herstellen en te verbeteren. Het doet mij heel veel plezier, als ik voorbij een bloemenveldje fiets en de insecten zie gonzen rondom de bloemkelken. Of waar een genormaliseerde beek, lijkend op een afvoerkanaal, weer wordt omgetoverd in een meanderende waterloop. Een beukenhaag wordt aangeplant,….