In de gemeente Hilvarenbeek en omliggende kernen bestaan naar schatting meerdere zogenoemde Fondsen op Naam: vermogens die ooit zijn ondergebracht om lokale initiatieven, verenigingen of maatschappelijke doelen te ondersteunen. Vaak gaat het om bedragen die door particulieren of families beschikbaar zijn gesteld, met een duidelijke bedoeling voor de gemeenschap. Maar in de praktijk blijkt dat een deel van deze tegoeden al langere tijd nauwelijks wordt ingezet.

Geld dat blijft liggen

Fondsen op Naam zijn doorgaans ondergebracht bij een stichting, waarbij de besteding is vastgelegd volgens de wens van de oprichter. In theorie biedt dat een solide constructie. In de praktijk blijkt het echter niet altijd eenvoudig om de middelen ook daadwerkelijk aan te wenden.

Bestuurders van dergelijke fondsen, vaak vrijwilligers, krijgen te maken met uiteenlopende uitdagingen. Zo is de oorspronkelijke doelstelling soms lastig te vertalen naar de huidige tijd, ontbreken er geschikte aanvragen, of is er simpelweg te weinig capaciteit binnen het bestuur om het fonds actief te beheren.

Het gevolg: geld dat bedoeld is voor de gemeenschap, blijft op de plank liggen.

Bestuurlijke verantwoordelijkheid niet zonder risico

Wat minder zichtbaar is, zijn de verantwoordelijkheden en risico’s die gepaard gaan met het beheer van een fonds. Bestuurders van stichtingen zijn wettelijk gehouden om zorgvuldig en in lijn met de doelstelling te handelen. Dat betekent onder meer dat zij aansprakelijk kunnen worden gesteld bij aantoonbaar wanbeheer of nalatigheid. Daarnaast vraagt het beheer om een sluitende administratie, transparantie en naleving van steeds strengere regelgeving rond governance en toezicht.

Voor kleine, lokaal georganiseerde fondsen kan dat een forse opgave zijn. Zeker wanneer besturen klein zijn, vergrijzen of moeite hebben om opvolging te vinden.

Oorspronkelijke bedoeling raakt uit beeld

Daarmee ontstaat een spanningsveld. Enerzijds is er geld beschikbaar, anderzijds is het niet eenvoudig om dit effectief in te zetten. In sommige gevallen raakt zelfs de oorspronkelijke bedoeling van het fonds op de achtergrond. Dat is opvallend, juist omdat deze fondsen ooit zijn opgericht om lokale initiatieven te stimuleren en de leefbaarheid in dorpen en kernen te versterken.

Oproep tot heroverweging

In reactie op deze ontwikkeling klinkt er lokaal een oproep om anders naar deze fondsen te kijken. Zo wijst Geef om Beekse Kernen (GoBK) op de mogelijkheid om (een deel van) het vermogen onder te brengen bij een bredere, actief opererende stichting.

Volgens betrokkenen kan dat voordelen bieden. Zo kunnen middelen opnieuw, mogelijk in tranches, in de Beekse kernen worden gebracht, terwijl de oorspronkelijke doelstelling behouden blijft. Het verlaagt de verantwoordelijkheden van lokale bestuursleden, daar middelen in één of meerdere Beekse kernen beschikbaar worden gesteld

GoBK beschikt bovendien over een zogeheten ANBI-status, wat fiscale en organisatorische voordelen met zich meebrengt in transparantie en besteding in algemeen nut.

Vaak zit er grond/bos in de nalatenschap van een Fonds op Naam

Vaak zit er grond/bos in de nalatenschap van een Fonds op Naam

Nieuwe rol voor bestaand vermogen?

Of en in hoeverre fondsen daadwerkelijk deze stap willen zetten, zal per situatie verschillen. Vaak spelen ook emotionele of historische overwegingen een rol, zeker wanneer een fonds nauw verbonden is met een familie of persoon.

Toch lijkt de vraag gerechtvaardigd of stilstaand vermogen nog voldoet aan de bedoeling waarmee het ooit is opgebouwd.

De discussie daarover lijkt ook in de Beekse kernen voorzichtig op gang te komen.