Een museum is een plek waar herinneringen worden bewaard, de voorwerpen en de verhalen die erbij horen. Elke gemeente streeft ernaar om die te bewaren voor het nageslacht. Dit jaar, in april, bestaat De Dorpsdokter veertig jaar. Maar eigenlijk is dat niet het echte begin van de museale traditie in Hilvarenbeek. Die begon al kort na de oorlog in een tijd dat de maatschappij enorm begon te veranderen.

door Kees van Kemenade

Ooit reed er een stoomtram door Hilvarenbeek en door Esbeek, verdienden de mensen de kost in de landbouw, of als arbeider in de leer- en tabaksindustrie. Maar de tijden veranderden, de oude landbouwwerktuigen werden vervangen door modern materieel, de gereedschappen van de oude ambachten raakten in onbruik. Net als de voorwerpen uit de religieuze traditie. Dat bracht mensen als Adriaan Leenhouwers en Herman Kies er toe om die spullen van vroeger te gaan verzamelen. Dat was niet zo moeilijk, want ze werden als waardeloos gezien. Een andere verzamelaar was huisarts Harry Ruhe, die als dokter eigenlijk alles zelf moest doen. Een visgraat in de keel… hij kocht een speciale tang om die te verwijderen. Een verlostang en haalhaak voor een zware bevalling, ook die schafte hij aan. Voor elke medische handeling was er wel een stukje gereedschap nodig en dat kwam er dan. Maar zijn interesse was zo groot, dat hij ook doktersgereedschappen uit het verleden ging verzamelen. Vlijmen en een laatkop om te kunnen aderlaten bijvoorbeeld.

Ongeschikte ruimtes

Als je verzamelaar bent, dan wil je de mensen ook de mogelijkheid geven om de collectie te bekijken. Dat werd ook gestimuleerd door de Heemkundige Kring die kort na de oorlog was ontstaan. Een Oudheidkamer in het nieuwe gemeentehuis, een eigen particulier museum van Harry Ruhe in de Schorsmolen, de ruimte in de molenberg van De Doornboom. Allemaal hadden ze zo hun nadelen. De schorsmolen was maar heel beperkt toegankelijk, de Oudheidkamer was nodig voor de gemeentelijke taken en de molenberg was vochtig en ongeschikt om zaken ten toon te stellen. Een museum wil namelijk ook de voorwerpen conserveren en dat kan alleen als er een goed klimaat heerst, in ieder geval niet te vochtig. Anders blijft er van oude foto’s en papieren documenten weinig over. Er werd druk uitgeoefend op het gemeentebestuur om te komen tot een eigen museum voor Hilvarenbeek. De locatie die werd gesuggereerd, was de schuur van het molenaarshuis, naast de molen.

Nieuwe naam

Na veel wikken en wegen ging het gemeentebestuur akkoord om de oude schuur om te bouwen tot een eigen museum. In 1984 werd de eerste steen gelegd door dokter Ruhe, die als de krachtigste pleitbezorger gold. Nou moet een museum ook een staf hebben en daarvoor werden bekwame mensen aangezocht om de collectie te beheren. Jef van Gils voor foto’s en documenten, Cees Prinsen voor de gereedschappen, Will Heeffer deed de kunst, Nol Vromans de devotionalia, Hans Schoenmaker alles wat betreft de archeologie en Jan van Eijck de medische collectie.

De officiële opening van Museum De Doornboom was op 11 april 1986. In de loop der jaren kwam de belangstelling steeds meer te liggen bij de voorwerpen uit de geneeskunde in de breedste zin van het woord. De heemkundige collectie werd afgestoten en kwam uiteindelijk terecht in de Beekse toren. Om die ontwikkeling te onderstrepen werd de naam van het museum in 2004 verandert: van De Doornboom, de naam van de windmolen, naar De Dorpsdokter, een naamgeving die de lading beter dekte. In 2017 werd het museum sterk uitgebreid met de oude mulderswoning van de familie Van Rijswijk. Nu konden nog meer aspecten van de gezondheidszorg worden getoond, met nadruk op het verleden en de ontwikkelingen die daarop volgden. Tandarts, apotheek, fysio,…. Vrijwel alles wordt getoond met een indrukwekkend aantal voorwerpen, die vooral tot leven komen als er het verhaal erbij wordt verteld. Daarvoor heeft men inmiddels een team van vrijwilligers opgebouwd die het het publiek kunnen boeien met diepgaande beschouwingen en luchtige anekdotes. In die mate dat het aantal bezoekers nog steeds toeneemt en Hilvarenbeek daarmee toeristisch nog beter op de kaart wordt gezet.