Een uitnodiging om mee te doen met de Beekse carnavalsoptocht door De Spikkels, was aanleiding om eens dieper te duiken in de vraag: Waarom heten zoveel mannen in Esbeek toch Ad en Kees? We moeten daarvoor wel een eeuw terug naar de tijd van bouwpastoor Jurgens, en de cultuur van het Rijke Roomsche Leven.
door Kees (Cornelis) van Kemenade
In 1889 kregen de Esbekenaren een eigen kerk en nu hoefden ze niet meer de modderwegen te belopen om naar de zondagse mis in Hilvarenbeek te gaan. Pastoor Jurgens, telg van een rijk industrieel geslacht uit Oss, had als bouwpastoor zelf voor een deel van de fondsen gezorgd. Er moest een patroonheilige voor de kerk en parochie worden gezocht en daarbij viel de keuze op de heilige Adrianus.
In 1572, op 9 juli, was deze man, die geboren was in Esbeek en toen als pastoor werkte in Monster, door de Geuzen doodgemarteld. Hij maakte deel uit van een groep geestelijken, die vooral in Gorcum gevangen genomen waren en die daarom bekend staan als de Martelaren van Gorcum. De moorden echter vonden plaats in Brielle.
Aan de gevel van de St. Petrus aan de Vrijthof is een beeldhouwwerk van Adrianus te zien met de strop om zijn hals. Het was dus logisch dat de recent, in 1867, heilig verklaarde martelaar de patroonheilige zou worden van de Esbeekse parochie en haar kerk. Er zijn kerken genoemd naar de Martelaren van Gorcum, maar die in Esbeek was de enige ter wereld die was gewijd aan Adrianus van Hilvarenbeek.
Adrianus, de Martelaar van Gorcum, afgebeeld bij de ingang van de Beekse kerk
Beschermheilige gezocht
Met de keuze van Adrianus als naamgever van de kerk en parochie rees een probleem. De heilige martelaar was geen beschermheilige, eentje waar je tot kon bidden om verlost te worden van een kwaal of ongemak. In een tijd van gebrekkige medische hulp was dat geen luxe en daarom kwam pastoor Jurgens met een oplossing. Hij liet een mooi beeld van de heilige Cornelius vervaardigen en dat in de kerk plaatsen. Uit Rome verkreeg hij een reliek, een stukje bot, van paus Cornelius.
de heilige Cornelius beschermer van kinderen en hoornvee
Deze twee zaken zorgden ervoor dat er een bedevaart op gang kwam naar het dorp, mede geholpen door de aanleg van een spoorlijn vanuit Tilburg en Goirle naar Esbeek en dan verder naar de grens. Het zorgde voor een grote toeloop van pelgrims die hulp zochten voor problemen met hun zenuwstelsel, epilepsie of stuipen bijvoorbeeld, en voor problemen met het vee, meer speciaal het hoornvee. Dat was belangrijk voor de boeren.
Volle trams met bedevaartgangers naar de heilige Cornelius zorgden voor een enorme toeloop, te veel voor de kleine kerk. Er werd een buitenkapel bijgebouwd, die we nog kunnen zien en een herinnering betekent aan de ooit zo bloeiende devotie.
Bekijk het beeld maar eens. Hij heeft een hoorn (cornus in het Latijn) in de hand.
Esbeek heeft naast de school nog een kapel met daarin het beeld van de heilige Cornelius
Voornaam kiezen
En mijn eigen naam Cornelis? Na de oorlog kregen mijn vader en moeder kennis, zoals men dat toen noemde. Ze waren door allerlei omstandigheden al wat ouder toen ze trouwden en twijfelden of ze nog kinderen zouden kunnen krijgen. De bedevaart naar Esbeek bracht de oplossing. Er werd vurig gebeden tot de heilige, die ook als beschermer van de kinderen werd gezien, èn er werd een gelofte afgelegd. Ieder kind zou de naam Cornelis, of als het een meisje was Cornelia, in de naam krijgen.
Of de heilige werkelijk hielp, weet ik niet, maar er kwamen drie zonen, met allemaal Cornelis in de naam. Omdat ik de oudste ben, werd mijn eerste doopnaam Cornelis, in Brabant wordt dat dan Kees. En dus is de heilige Cornelius ook mijn patroon.
