door Jan van Helvoirt
J. N. Franckenhof bouwde in 1853 een nieuwe boerderij op sektie A nr. 260, genaamd 'Wol- en Klaveroord', dat veel later de naam de Blauwe Hoef kreeg. De Tilburgse notaris A.J. Verschure verkocht op 1 februari 1861 de hoeve van de inmiddels eigenaar geworden Petrus Johannes Cornelisse. Deze Piet Cornelisse stond in Tilburg, hij was een van de eerste fotografen, bekend als een ‘Godloochenaar, een zonderling’. Op zijn ‘Beekse buitenverblijf’ voerde hij allerlei dwaasheden uit, zodat al vrij snel het gerucht verspreidde dat het op de Blauwhoef spookte. De volgende koper was de Antwerpse koopman Frederic Francis de Bruijn en hij noemde zijn eigendom gewoon het ‘Buitenverblijf‘. Hij verhuurde het aan Cornelis Torremans die een vuilige en slorsige vrouw met een krankzinnige meid had. Op 30 september 1863 ontstond er brand in de bewuste boerderij bij de ‘Limiet van Tilburg bij Broekhoven’. Enkele jaren later verkocht de Antwerpenaar het geheel aan de Tilburgse lakenverver Casper Houden. Het onroerend goed werd omschreven als een buitenverblijf met boerderij, stal, schaapstal, boomgaard, dreven, plantsoen en turfvelden. Het lag aan de Grintweg naar Tilburg en de totale oppervlakte bedroeg 33.00.88 hectare. Deze rijke Houben had in 1868 de drie boerderijen (Willemshoeve, Sophiahoeve en Schaapskooi), gebouwd door de latere Koning Willem II, geschonken aan de monniken van de Katsberg. Die bouwden er de nog bestaande Abdij van Koningshoeven. In 1883 was Adriaen van der Meijs de huurder van de Blauwe Hoef en zijn adres was Broekhovenscheweg.
Het pand wisselde in 1892 weer van eigenaar. In oktober 1903 bestond de Blauwe Hoeve uit een boomgaard, rozenkwekerij met bouw- en weilanden groot 18 ha omgeven met een doornen haag en met een sloot breed 1,5 meter met voor en achter hekken. Het Beekse raadslid Legius vroeg in 1924 om de afrastering in de weg naar de Blauwhoeve te verwijderen. Het diende een openbare weg te blijven. De Maatschappij 'Wegenbouw Utrecht' wilde in 1928 via de 'doorrit' Blauwe Hoeve blijven rijden. In 1935 waakte de veldwachter P. A. Marteijn met Tilburgse kermis bij de hoeve. Die veldwachter surveilleerde in 1934 wederom bij de Blauwe Hoeve, de Torentjes Hoeve en de Princen Hoeve. In 1936 had de Beekse veldwachter opnieuw post gevat bij de Princenhoeve en de Blauwe Hoeve. In april 1948 was er brand ten westen van het fietspad Blauwe Hoef-Biest-Houtakker. Op 1 januari 1949 moest de Blauwe Hoef, de dienstwoning van A. School van de erven Blomjous, zijnde Wijk C nummer 103 verlaten zijn. De weg bij de hoeve was eertijds een verbinding tussen de twee gehuchten Westerwijk en de Hoevens, volgens E. van Mourik in 1952. C. Mutsaers vestigde zich in 1952 in het pand met als adres Wijk C nummer 103.
Jacobus Naaijkens, Gelderstraat A 177, en Antonis Adams, Torentjeshoef C 108, verklaarden in 1952 dat voor de aanleg van het Wilhelminakanaal de weg die thans vanaf de Tilburgseweg over de Blauwe Hoef ging normaal doorliep naar Moergestel. J.A.F. Mutsaers vroeg in 1954 vergeefs of de inrijpoort met het monumentale hek aan de Blauwe Hoef, geplaatst door Zijne Koninklijke Hoogheid Willem II, in aanmerking kon komen voor restauratie binnen de monumentenzorg. Nadat er in 1962 een varkenshok werd gebouwd verrees er even later op het erf ook nog een kippenkooi. In 1963 werd de boerderij nummer 4 aan de Broekhovense Dijk ontruimd. In 1970 gaf de gemeente vergunning voor grootschalige ontzanding bij de hoeve. De Blauwe Hoef, een zijweg van het verlengde van de Hoevense Kanaaldijk, lag in 1970 ingeklemd tussen de Provinciale Weg en het Wilhelminakanaal. Ruim zestig deelnemers mochten op 21 april 2018 tijdens de fietsexcursie van de Heemkundige Kring enthousiast zowel de Hilverhoef van Hendrik Roozen (gebouwd door Jos Bedaux in 1940 in opdracht van de Tilburgse burgemeester Jan van de Mortel) als de Blauwe Hoef van de familie Zeeuwen zeer gastvrij bezoeken. En daarbij had de organisatie echt geen… blauwtje gelopen!
