door Jan van Helvoirt

Wouter Lenaerts van Riel, analfabeet, timmerman en kerkmeester, woonde in 1620 aan [de Wapper] op het einde van de Varkensmarkt. Jan Willem Joordens de Greve verkocht in 1649 een akker aan Aerden Peters van Heze die men noemde [Wapper.] De voerman Aert Peters van Hese alias Wapper woonde in 1651 op de Wapper aan het einde van de Paardenstraat en de Papenstraat (Varkensstraatje). De weduwe van Jan Adriaen Nouwen verkocht in 1720 koren bij de Wapper. De weduwe van Adriaan Moonen moest in 1728 op straffe van een boete de Beek aan de Wapper goed uitdiepen. Haar zoon Huybert Adriaen Moonen woonde in 1733 in het huis genaamd de ‘Wapper’ aan de Platte Beek. Marie Cornelis Mallens liet in 1749 haar huis, schuur en hof de ‘Wappert’ na noord en west de Straat. De rentmeester Cornelis de Back verkocht in 1750 voor het ‘Capittel en de Cantorij van Beek’ de akker de Wapper. Goyaart Hackens erfde in 1754 de Wapper groot 3 loopse gelegen aan het Diessens Heike. Jan Peeters erfde in 1769 huis en hof de Wapper groot 3 loopse gelegen achter de Varkensmarkt aan de Platte Beek en noord de Straat.

In 1769 erfde Adriana Moonen een akker aan de aanstede van de Wapper west het Sacrament Gilde aan de Platte Beek. De zes kinderen van Jan Peeters en Elisabeth Moonen woonden in 1777 in het huis de Wapper. Peter Woestenborg liet in 1779 een zaailand achter geheten de Wapper groot 2,5 loopse. Gerrit Anthonisse moest wegens brandgevaar in 1787 beyde schoorstenen aan beyde huyzinge aan de Wapper repareren. Maria Anthonisse liet in 1787 bij de Wapper een huis en hof groot 1 loopse na aan de Schutskooi oost en zuid de Straat, west Jan Wilborts en noord huis en hof de Oude Trapman. In de ‘Lijst der Opmetingen van de Beekse Teullanden’ van 1794 waren het land en groes de Wapper van Jan Peters nummer 288 en 3392. Cornelis van Heesch kocht in 1795 het weiland de Wapper groot 1 loopse. Willem de Kort kocht in 1802 het ‘Smits Akkerke’ groot 0,75 loopse gelegen achter de Wapper. Petronella Jan Verhart kocht in 1803 een zaailand aan de Wapper groot 1,5 loopse west het Venerabele Gilde. De kinderen van Jan Peters erfden in 1807 het bouwland de Wapper groot 5 loopse en 46 roede west het Venerabele Gilde en noord de Straat. Jan Damen kocht in 1808 een gedeelte van het huis de Wapper west de Plattebeek en het Venerabele Gilde. Anthony Antonisse kocht in 1808 een schuur aan de Wapper met een hofje west de Plattebeek en noord de Baan en land de Wapper groot 3 loopse 25 roede west het Venerabele Gilde.

Jan Melis kocht in 1827 de weide de Wapper. Het groes genaamd de Wapper van Jan Huybert van Gorp in 1828. De winkelier Joseph van de Watering kocht in 1838 het bouwland de ‘Beerten Akker’ achter de Wapper. Hector Majoie bouwde in 1881 ten zuiden van de Paardenstraat achter de Wapper op sektie D nr. 1049 het herenhuis ‘Jachtlust’. In 1838 was de Wappert een 'naamdragend deel' van het zuidelijkste puntje van de Varkensmarkt bij de Plattebeek. De kinderen Van Vucht verkochten in 1888 het weiland de Wappert. De gebroeders Palmen verkochten in 1916 drie huizen aan de Wappert. Franciscus van den Broek mocht in 1913 een benzinemotor plaatsen in zijn fabriek op de Wapper op sektie D nr. 940. De Beekse sigarenmaker Adrianus van Gompel kreeg in 1913 ook toestemming om aan de Pattebeek bij de Wapper op sektie D nr. 940 een 'schapen- en geitenslachterij' te bouwen. De weg van de Wapper ging eeuwenlang ‘zonder overbuizing’ door het beekje vanuit de Koestraat. De gegraven Plattebeek zorgde uiteraard voor veel extra water op het einde van de Varkensmarkt, zodat heel vroeger er daar gemakkelijk een grote ‘waterpoel’ ontstond. En dat was nu juist ook de oude betekenis van ‘wapper’. Maar mocht je dat echt niet weten, dan ben je natuurlijk… nog geen oelewapper!