door Jan van Helvoirt
In 1399 stond volgens hertogin Johanna van Brabant de Schutskooi van de Biest op de Houtakker. Loslopend vee werd er opgesloten en de rechtmatige eigenaar kon tegen betaling zijn koe, schaap of paard terug komen halen. Dat schuurtje stond wellicht ten noorden van het huidige Vossenhol. De paarden van Adriaan van Spreeuwel die in de haver liepen werden in 1681 opgesloten in de Beekse Schutskooi door de schutter Willem Wilborts. In 1687 werd de nieuw te bouwen Schutskooi in de Beekse Beerten door de schepenen aanbesteed. De grootte was 14 roeden in het vierkant en de Beekse timmerman Peter Otten was de bouwer. In 1704 werd het slot van de Schutskooi ‘afgevrueckt' en er werd een paard gestolen. Helena Middegaels liet in 1721 een akker bij de Schutskooi na zuid de Gemene Straat. De schutters Thomas van Eijndhoven en Lambert Bruers vingen op 8 augustus 1723 twee 'suigende lammeren' van de president Weyhern van Kasteel Groenendaal op de ‘Hoog Loose Bogt’ en zij sloten die meteen op in de Schutskooi. Beide genoemde schutters verkochten in 1723 het peert in 't voeder besteed in de Schutskooy. Op 15 juni 1725 werd er een nieuw bruggetje gelegd bij de Schutskooi. Enkele dagen eerder werden er niet minder dan dertig schapen van de furieuze Carel Weyhern van Kasteel Groenendaal naar de ‘opvangstal’ gebracht. De broers Francis en Jasper van Eijndhoven, beiden schutters, raakten op 10 september 1725 slaags met de smid Cornelis van Hoof aan de Beerten over de koop van een koe en met hamers sloeg men gewelddadig de deuren open. De timmerman Cornelis Leemans bouwde in 1731 een hagelnieuwe Schutskooi met een houten bank.
Toen de schutter Lambert Bruers op 4 maart 1734 een ‘kooy schapen' op de Keuteldonk schutte (arresteerde) om naar de ‘opvangstal’ te brengen, werd hij met een zwaar hout afgeslagen. Wilhelmus Cox aan de Beerten erfde in 1746 een akker aan de Schutskooi zuid de Gemene Straat. In 1750 werd een bruggetje over de Platte Beek bij de kooi gelegd. Huybert Moonen moest in 1752 een valhek maken aan zijn huis aan de Schutskooi. Gerrit Anthonisse kocht in 1752 een huis met hof groot 0,5 loopse omtrent de Schutskooi noord de Gemene Straat (=Paardenstraat). De ‘schouwvoering’ in 1756 werd begonnen aan de Schutskooi in de Beerten. De timmerman Jan Peters repareerde in mei 1759 de Schutskooi. Wilhelmus Cox aan de Beerten werd in 1761 beboet omdat de weg tegenover de Schutskooi niet goed opgemaakt was. Gerrit Anthonisse werd in 1770 beboet omdat het brugske aan de Platte Beek aan de Schutskooi geen nieuwe leuning had. Huybert van Gijsel had zijn akker achter de Schutskooi in 1771 niet goed geheimd. In oktober 1772 werd de Schutskooi gerepareerd door de timmerman Christiaan Vingerhoets. Gerrit Anthonisse moest in 1777 de brug over de Platte Beek aan de Schutskooi vernieuwen.
Peter Damen repareerde in 1779 de stal en de brug aan de Bekerdijk. Catharina van Trier kocht in 1782 de ‘Canonnick Acker' zuid de Straat en 'over de Schutskooi'. Willem Kox werd in 1785 beboet omdat de weg tegen de Schutskooi niet was opgehoogd. Johannes Vervoort bezat in 1787 een huis aan de Schutskooi zuid de Paardenstraat en dat huis stond eerst ‘achter ’t Kruys' aan het Marktveld. Ook bezat Vervoort naast zijn woning in 1787 de ‘Akker aan de Schutskooi’ of de ‘Aart Jaspers Akker’. Maria Anthonisse liet in 1787 bij de Wapper een huis en hof groot 1 loopse na aan de Schutskooi oost en zuid de Straat, west Jan Wilborts en noord huis en hof de Oude Trapman. Gerrit Cornelis van Heesch kocht in 1793 het ‘Klein Huiske’ oost de Schutskooi en noord de Paardenstraat. De naburen van de Beek van de Schutskooi tot omtrent de School Huizing moesten in 1795 die waterloop 1,5 voet dieper maken. Johannes Vervoort had de weg aan de Schutskooi in 1796 niet goed genoeg opgemaakt. De genoemde Schutskooi stond eeuwenlang op een smalle strook merendeels opgeboomd stuk gemeentegrond juist voorbij het punt waar de Platte Beek in de Beek liep. Om precies te zijn: sektie D nr. 1048. Pal ten zuiden van de verdwenen Schutskooi op de Beerten bouwde Hector Majoie in 1881 het statige Jachtlust aan de zuidkant van de Paardenstraat. In 1845 bouwde Josephus de Rooij even verderop een huisje met een klein stalletje op de ‘Tip’. Dit driehoekig stukje oorspronkelijke gemeentelijke heidegrond, omringd door talloze oude weilanden, lag westelijk aan het Klokkenkuilstraatje. Dat prachtig historische beukenlaantje loopt nu nog van de Hakvoortseweg recht naar de Annanina’s Rust, de voormalige immense heide van Beek, Diessen en de Biest. De ‘Franstalige’ Martinus Huijsmans, de eerste burgemeester van Hilvarenbeek, noemde zijn twee aangrenzende weilanden aan de ingang van het straatje de Ecurie. En is dat geen prachtige Franse vertaling voor… ‘Beestenstal’ of Schutskooi?
