Al meteen na de Tweede Wereldoorlog richtten een zestal Bekenaren op 23 oktober 1945 de Geschied- en Oudheidkundige Kring Hilvarenbeek op. Het waren de huisarts Harry Ruhe (voorzitter), de priester-doctor P.C. de Brouwer (secretaris-penningmeester), de Esbeekse meester Lauwers (conservator), waarnemend burgemeester Van den Burg en de onderwijzers Jan Naaijkens en Eugène van der Heijden als leden. Hun drijfveer was het bewaken en beheren van het historisch erfgoed en karakter van Hilvarenbeek, dat wel eens in het nauw zou kunnen komen in de wederopbouw van het dorp na de oorlog. De kring werd aanvankelijk opgericht als kring van Brabantia Nostra, maar later opgehangen aan de koepelorganisatie Brabants Heem die in 1948 werd opgericht door pastoor Binck uit Alphen. Harry Ruhe was eerst voorzitter en later in de jaren ’50 lange tijd secretaris van deze kring.

door Jan A.M. van Eijck

arts-conservator Museum De Dorpsdokter

Huisarts Harry Ruhe

Harry Ruhe had die historische belangstelling met de paplepel meegekregen. Geboren in Amsterdam in 1908 als zoon van een groothandelaar in aardappelen, volgde hij het middelbaar onderwijs op het R.K. Sint Ignatiuscollege, geleid door de Jezuïeten, waar hij zich al gauw interesseerde en bemoeide met het archief aldaar. Hij wist er zelfs al een kleine salarisvergoeding voor te regelen! Hij was als middelbare scholier meteen geïnteresseerd in de Amsterdamse bouwkunst, met als specialiteit de Romaanse en Gotische architectuur. Dat is hem zijn hele leven blijven biologeren.

Na zijn geneeskundige studie aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam, afgerond met de artsenbul in 1934, werkte hij 1 jaar aan het Sint Josephziekenhuis in Eindhoven om zijn medische ervaring op te bouwen. Daar werd hij benaderd om in Hilvarenbeek een gat op te vullen dat was ontstaan door het plotseling overlijden van dokter Blom, huisarts in Hilvarenbeek van 1920-1934.

Harry Ruhe moest wel kiezen, want hij had ook gesolliciteerd in het Limburgse stadje Thorn. Dat witte stadje met zijn rijk verleden trok hem wel erg aan. Maar hij viste toch achter het net, omdat een andere kandidaat werd benoemd als gemeente-arts. Het verhaal gaat dat ook de Hilvarenbeekse deken Van der Kamp zich bemoeide met zijn benoeming. Die trok naar Eindhoven om Ruhe te overtuigen, want hij was fel tegen een protestantse kandidaat die ook solliciteerde. Zo ging dat vroeger….

Ruhe kwam dus in 1934 naar Hilvarenbeek als tweede huisarts, want daar zat reeds vanaf 1915 dokter Jan Heezemans, een geboren Bekenaar.

De samenwerking tussen deze twee huisartsen is nooit geweldig geweest. Waarneming voor elkaar deed men wel, maar die werd geregeld door een briefje onder de deur door te schuiven…. Ook de overname van de praktijk van dokter Blom ging niet soepel, en duurde wel een jaar voor alles was geregeld. Geen gemakkelijke start dus in Hilvarenbeek, maar hij was wel gedreven, vooral ook door veel zelf te doen, want dat verwachtte de Beekse bevolking ook. In 1938 had hij al 2000 patiënten in Hilvarenbeek en omstreken. De bevolking had ook veel schrik van een ziekenhuis in die tijd; de dokter moest het zelf maar doen, vonden zij! En dat deed hij ook!

Ook hoorde hij in 1960 bij de oprichters van de Stichting Huis en Hoef voor het veilig stellen van verwaarloosde monumentale gebouwen in Brabant. Zo redden zij in die jaren monumentale boerderijen, oude Kempische huizen en ook de kerktoren van Nederwetten van de ondergang.

Huisarts onmisbare schakel

Tussendoor is dokter Ruhe in 1957 ook nog gepromoveerd tot doctor aan de Universiteit van Utrecht met het proefschrift: Een huisartsenpraktijk in 1938 en 1954. Hij toonde met dat proefschrift aan dat de huisarts een onmisbare schakel is in de gezondheidszorg, ondanks de sterke opkomst van de specialisaties in de geneeskunde. Vooral door de opkomst van het ziekenfonds, dat na de Tweede Wereldoorlog toch bleef bestaan tegen alle verwachtingen in, blijft de huisarts de poortwachter van de zorg met een eigen werkterrein. Dr. Ruhe was daarmee zo ongeveer de tweede huisarts in Nederland – na dr. Buma uit Ridderkerk met zijn promotie De huisarts en zijn patiënt: (1950) - die de toekomst van de huisarts positief zag, maar dan wel met een aparte opleiding. En zo gebeurde het ook: vanaf 1973 kwam de huisartsenopleiding tot stand, en in januari 1974 kreeg zowaar ook dr. Ruhe zijn Certificaat van huisarts nog toegestuurd! De praktijk deed hij daarna over aan Stan Meijer (associé vanaf 1969) en Luc Marres (vanaf 1974).

Expositie huisartsengeneeskunde

Voor het jubilerend Museum De Dorpsdokter is nog belangrijker, dat dokter Ruhe zich na zijn pensioen in 1974 inzette om een collectie, veelal met eigen bewaard materiaal, aan te leggen en te exposeren over de geschiedenis van de huisartsgeneeskunde. Dat laatste deed hij voor het eerst in 1980 met de tentoonstelling De dorpsdokter van vroeger in zijn eigen museumpje-aan-huis ‘de Schorsmolen’. Daar trok hij ook landelijk veel belangstelling mee.

Een eigen museum bij de molen

Ruhe, die zich ondertussen wel oud voelde worden, zocht op tijd naar een opvolger van hem als conservator, maar ook vooral naar een oplossing om het museum over te dragen van particulier bezit naar de gemeenschap. Met mij (Jan van Eijck) als opvolger wisten we in 1982-’83 de gehele collectie te documenteren en op te slaan in een schuurtje, in afwachting van een ander gebouw als museum in de openbare ruimte. En die ruimte kwam er in 1983: een uitbouw aan het woonhuis van de molenaarswoning bij molen De Doornboom.

Harry Ruhe zelf legde in november 1984 de eerste steen van het museum bij molen De Doornboom. Zijn collectie is de basis geworden van Museum De Doornboom, dat officieel opende in 1986. In 1989 droegen de heer en mevrouw Ruhe de collectie notarieel over aan de museumstichting. Harry Ruhe heeft er nadien niet meer van kunnen genieten, omdat hij te veel aan het vergeten was….

Dokter Ruhe stierf in 1991 op de leeftijd van 82 jaar, in het verpleeghuis in Bladel.

Museum De Dorpsdokter

De collectie is de laatste 40 jaar erg uitgebreid met vele schenkingen en aankopen. In 2005 werd de naam van Museum De Doornboom veranderd naar Museum De Dorpsdokter. De collectie werd opgesplitst; de collectie omtrent de dorpsgeschiedenis ging naar de eerst verdieping van de Beekse kerktoren en de collectie omtrent de dorpsdokter naar het museum bij de molen. Daar wilden ze zich nog beter kunnen focussen op de geschiedenis van de eerstelijns geneeskunde.

Anno 2026 kan Museum De Dorpsdokter jaarlijks voor ca. 6000 bezoekers de gehele opkomst van de complete eerstelijnsgeneeskunde zichtbaar maken, van huisarts tot tandarts en van wijkzuster tot apotheker! Vooral dankzij de collectie die begon in de huisartsenpraktijk van dokter Harry Ruhe!

Museum De Dorpsdokter heeft in de afgelopen 40 jaar naar schatting ruim 130.000 bezoekers mogen verblijden. En daar zijn ze trots op. Dat deden ze namelijk met een kleine 50 vrijwilligers, sommigen maar één jaar, maar velen veel meer dan 10 jaar! Vrienden en vriendinnen van elkaar zijn het geworden…. en nog steeds! Geen wonder met zo’n gezonde collectie… En nu: op naar de 50 jaar!