door Jan van Helvoirt

In Bavel werd medio vijftiende eeuw Hoeve Woestenberg vermeld. Wellicht heeft geen familie haar naam daaraan ontleend. In 1476 werd daarop immers reeds een klooster gesticht. In dezelfde periode werd in Diessen een hoeve genoemd met de naam Woestenborg. Het tweede element betekende ‘heuveltje’ of ‘hoogte’. Dat het een burcht of versterking zou betreffen blijkt nergens uit. Het eerste element ‘woest’ had betrekking op de ‘gemeynt of de aert’. Dat waren de woeste gronden die hier ook wel ‘woestine’ werden genoemd. De bekende historicus en genealoog Leo Adriaenssen stelde een interessante ‘Stamboom van de Brabantse familie Woestenborg 1400-1800’ samen. Hij was een archiefonderzoeker van de Diessense en Beekse archieven pur sang. Maar hij was ter plaatse in het veld niet erg bekend. Hij raadde mij aan een toponiemen- of veldnamenonderzoek te beginnen. En zowel de genealogie als de resultaten van het toponiemenonderzoek staan sinds kort uitgebreid op mijn website.

Het is niet erg waarschijnlijk dat meer dan een familie zijn naam aan die Diessense hoeve ontleende. Na de familie Woestenborg was de hoeve aan de oostkant van de Reusel immers minstens twee eeuwen in handen van de familie Van den Nieuwenhuijsen. Ook verdween het toponiem in het midden van de zestiende eeuw. Maar de familienaam bleef uiteraard bestaan. De hoeve zelf bleef trouwens ondanks alle oorlogen en rampspoed toch lang overeind. De brute inval van de Duitsers in Diessen vanuit Middelbeers op 12 mei 1940 was de oorzaak van de totale verwoesting van de boerenhoeve.

Willem Janssen van den Wuestenborch werd geboren rond 1370. Voor zijn overlijden in 1436 moet de hoeve in de Rijt in Diessen door hem of zijn ouders gebouwd zijn. Hij noemde zich ook naar zijn hoeve ‘den Wuestenborch’. Willem kreeg vier kinderen, waarvan het jongste kind Margriet het huis, hof, erf en aangelag het Wuestenborch erfde. Zij trouwde met Henrick Ghyselbrecht Henricks van Westelbeerze. De oudste zoon Jacob Jan verhuisde naar Beek waar zijn zoon Claes notaris en priester werd. Zijn tweede zoon vertrok naar Gorp en kreeg daar twee kinderen, vanwaar de tweede zoon Jan Janss naar Moergestel verhuisde. Nakomelingen vestigden zich in die Hoevel. aenden Wynckenberch, aende Broecksyde en inde Heysen. In 1531 werd Henrick Janss Wuestenborch pachter van de Moergestelse windmolen. Behalve boer waren de nakomelingen in Moergestel boer, schepen, gezworen, kapelaan, voerman, raadsheer en heilige-geestmeester. Maar na het verlaten van de aloude hoeve in de Diessense Rijt zien wij de nakomelingen vooral terug als molenaar, Behalve in Moergestel waren telgen als zodanig actief in Oosterhout, Rucphen, Alphen, Retie, Lage Mierde. In Hilvarenbeek liet de familie richting Gorp de Doorenberg ofte Heymolen draaien. In 1830 was Adrianus Woestenberg in de Diessense Westerwijk eigenaar van de oliemolen. De hoeve in de Rijt zelf ging al vrij snel over naar de familie Van den Nieuwenhuijsen. Bartolomeus, geboren rond 1350, erfde van zijn vader Jan de Voorste Watermolen ten zuiden van de Turkaa. Van bovengenoemde Margriet van den Wuestenborch verwierf hij de hoeve in erfpacht. En dat bleef eeuwenlang in die familie. Zo werd Michiel Hendrick van den Nieuwenhuijsen aende Rijt geboren, alwaar hij het goed Wuestenborch erfde. Na zijn dood bekende zijn vrouw Mathijsken Dirck Costers alias Hagen in 1553, dat Michiel haer man, doen hy leefde ontfangen hadde van Dircken haeren natuerlycken vader voirscreven hondert Carolus gulden, die hy geappliceert hadde aendie stede die hy te besetten plach, geheyten Wuestenberch.

Daarna waren lange tijd de families Otten en Cools de eigenaren. Na de invoering van het Kadaster in 1830 kunnen we de bewoners van hoeve Woestenborg beter volgen; de naam is overigens al lang in onbruik geraakt en uit het Diessense geheugen verdwenen. Adriaan Meijssens werd dan als eigenaar vermeld. Zijn broer was bakker in de Kerkstraat en vermoedelijk kreeg hij de helft van de gronden die bij Woestenborg hoorden. De hoeve lag pal ten noorden van de aloude Rijtseweg op sektie B nr. 166. Dit zandpad voerde vanaf den Heuvel over de brug over de Reusel via de Rijt naar de weg naar Middelbeers.

Pal aan de andere kant van het zandpad stond ook een hoeve op sektie B nr. 172 en die was in eigendom van Bernard Hermans. Ook de hoeve aan het Groot Laar (later Van Rijthoven) was deels zijn eigendom. Hermans verkocht alles in 1841 aan Anthony van Korven en in 1878 werd Willem Vingerhoets eigenaar. Daarna kwam in 1905 Peter van der Staay die het weer verkocht aan ‘Bertoom Dirks’. Hij sloopte het om net voor de brug een nieuwe boerderij (later Jo van Gestel) te bouwen.

De in 1940 zwaar getroffen Woestenborg kwam in 1876 in handen van de Bekenaar Leonardus Damen. In 1898 werd de latere burgemeester Jan Heuvelmans gehuwd met Johanna Moonen voor de helft eigenaar. Verder waren dat voor 1/12 deel onder andere de smid Jan Heuvelmans, de in Gent wonende religieus Antoon en de Diessense huisschilder Tontje Smetsers. Na de oorlogsbrand liet Janus Heuvelmans in 1941 alles slopen. Maar blijkbaar niet goed genoeg! In mijn jeugdjaren zag ik nog steeds, als ik met de fiets via een omweg uit het Turkaa kwam, de restanten van de funderingen van de Woestenborg op een natuurlijke hoogte liggen. De ruilverkaveling begin jaren ‘70 walste echter opnieuw als een tank over het gebied. De middeleeuwse verkaveling, het zandpad, de brug en de resten van de hoeve verdwenen compleet. Gelukkig was het Diessense en Beekse archief veilig opgeborgen! Moet je over de sloop van dit erfgoed eigenlijk niet enorm… woest worden?