door Jan van Helvoirt
Hein Vera schreef in 2014 in zijn dissertatie met betrekking tot de ‘gemene gronden in de Meierij 1000-2000’ dat er omstreeks 1200 een parkachtig landschap bestond. Een mengeling van bosschages, akkers, weiden, heidevelden en mogelijk kleine zandverstuivingen. Een grote groep met bomen duidde men aan met ‘hout’ (ligna). Voor 1100 kende men het huidige ’bos-toponiem’ nog niet. Nadat Godfried hertog van Leuven het goed Orthen van de bisschop van Keulen had ontvangen, werd in 1185 (sommigen beweren 1196) de huidige stad ‘s-Hertogenbosch of Den Bosch gesticht. De laatste benaming is semantisch gezien volgens mij de juiste.
Bijna overal kunnen we lezen dat de hertog Hendrik 1 van Brabant een bestaand bos ten zuiden van het genoemde Orthen rooide om er zijn vooruitgeschoven stad met militair steunpunt te kunnen bouwen. Bij de samenvloeiing van de Dommel en de Aa lag een schuin oplopend zandplateau, geschikt als natuurlijke fundering om een fort te bouwen. Vanuit Orthen loopt de huidige Hoge Steenweg ook nog steeds frappant schuin omhoog naar het oude centrum. Die schuin gelegen zandschel eindigde ook abrupt met bijna een stijlrand bij het zeer laaggelegen Bossche Broek. De oudste benaming van deze stad was ook ten Bossche. Dat wil zeggen: schuin oplopend. Talloze malen heeft men gezocht naar het ‘bos van de hertog’ maar tevergeefs: het is er nooit geweest. Men vond uiteraard wel wat wortelsporen en boomstronken. Als de hertog al een ‘hoeveelheid bomen’ in zijn naam wilde hebben, dan had hij zeker het element ‘hout’ gebruikt. Ons huidige ‘bos’ betekende oorspronkelijk struikgewas en pas vanaf de dertiende eeuw kreeg het de huidige betekenis van ‘gecultiveerde groep bomen’.
In De Mierden kent mende nog een mooie overgangsnaam. In augustus 1331 werd een van de grenspalen bij de afbakening van hun gemeynt Houtsbossche genoemd! De betekenis van ‘hout’ voor ons huidige ‘bos’ zou spoedig verdwijnen. Het Belgische Hombeek (bij Mechelen) kent nu nog een Boschstraat gelegen in de buurt Boschkant. In 1384 noemde men die nog ten Bossche! Bij onze zuiderburen wemelt het overigens van de ‘boschelementen’. In Kortrijk ligt nog een vervallen veldweg, genaamd de Boschstraat, en die liep via Kaster (=helling) naar Tienen. In Maaseik loopt de Boschstraat schuin omhoog naar het oude centrum. Oude ‘Boschstraten’ vinden we nog in: Antwerpen, Machelen, Bertem, Kortenberg, Brussel, Houthalen, Beringen, Lummen, Bree, Hasselt, Bocholt, Hamont, Achel, Hoogstraten, Melle, Edegem, Boom, Buggenhout, Neeritter, Waarschoot, Nazareth, Berlare en Merelbeke. De fraai gerestaureerde Abdij ’t Park in Heverlee bij Leuven kent een prachtige Boschpoort in haar omringende muren. Om die te bereiken moet je vanaf het binnenplein wel behoorlijk omhoog lopen. In de Vlaamse Ardennen ligt onder Zottegem een fraaie helling, toepasselijk genaamd ten Bossche, die ik vaak als liefhebber in de Ronde van Vlaanderen heb mogen beklimmen. Lekker in de schaduw door de ‘bossen’ maar wel een kuitenbijter met een helling van ruim 5% over 500 meter! Na de Muur van Geraardsbergen kregen we dan meteen de bekende ‘Bosberg’ slordig bezaaid met gladde kasseien. Boven op de heuvel staat het ‘vol met bomen’, maar de aanloop naar de steile helling is erg ‘bossche’.
Het oude woord ‘bosse’ of ‘bossing’ kwam uiteraard ook voor bij de schrijnwerkers. Bij de panelen moest men met een speciale schaaf een stukje plank schuin oplopend schaven, zodat het paneel perfect in de sponning paste. In ons land komt de naam ‘bossche’ ook best wel veel voor in straatnamen. In Breda loopt de Boschstraat recht naar de Boschpoort en Maastricht heeft een Boschstraat die naar het centrum loopt en niet naar Den Bosch! De oude stad Bergen op Zoom kent nog steeds de Korte Bosstraat. Eersel kende een mooi toponiem met de welluidende naam Boschpoort.
Tijdens de schouwvoering in Diessen op 7 juni 1776 bevond men zich warempel in de Boschstraat, die ik later nooit meer ben tegengekomen. In Esbeek bevindt zich bij de Hondboschstraat, die duidelijk omhoog loopt richting Leeuwerik, helaas nog steeds een ‘hond onder een boom’. Bovendien werd daar een hoeve in de Groenstraat getaxeerd met het Heiveld in de Bosscheweide. Ook Hilvarenbeek kan natuurlijk niet achterblijven. Veelzeggend is de vermelding van de Boschbaene in 1599. Toen liet Gijsbrecht Marcelis een schuur met schaapskooi na zuid de ‘Gemeyne Straet’ (= Paardenstraat) en neffens die Bossche Baen (= Doelenstraat). Dan hebben we natuurlijk ook nog de alom bekende Bossche Weg. Die liep niet naar Den Bosch, maar volgens de wegenlegger van de gemeente Hilvarenbeek in 1869 van de Voort naar de Biest over een lengte van 204 meter. Zelfs liep dit zandpad niet naar het historische Bossche Geefhuis evenmin als naar de Leenhoeve van Thorn! In 1884 wilde men de nieuwe keiweg nog over die ‘omhoog lopende zandweg’ aanleggen. Maar men koos toch voor de Houtakkerseweg richting Paardenstraat. Tot slot had Antonie van Loon in 1870 zijn koe, ‘idioot als hij was’, aan de Bosscheweg op andermans grond laten weiden en werd daardoor door Adriaan Jansen flink mishandeld. Zat het boertje Van Loon misschien op dit historische zandpad toch te lang met zijn hoofd… te hoog in de wolken?
