door Jan van Helvoirt
Op 8 oktober 1968 kocht de gemeente Hilvarenbeek van de ‘Stichting van Spreeuwel Mannengasthuis’ een complex gronden met opstallen met een totale grootte van 10.90.00 ha. Een belangrijk deel, groot 6.66.90 ha, lag binnen het uitbreidingsplan Molenakkers, dat reeds op 23 november 1966 was goedgekeurd. Een ander gedeelte met een oppervlakte van 4.23.10 ha bestaande uit niet minder dan dertien percelen was bestemd voor de aanleg van de provinciale weg Tilburg-Reusel en in het laatje van de stichting werd een bedrag van 96.200,37 gulden gestort. Later zou die weg N-269 gaan heten en de eeuwenoude monumentale hoeve, Gasthuis of Hanullehuis genoemd, was gedoemd meedogenloos het veld te ruimen. Op dat moment lag het nog op de oostelijke oever van het riviertje de Hilver dat men vroeger altijd de Aa noemde. De boerderij lag in het buurtschap het Laag Spul onder de schaduw van Kasteel Groenendaal aan de andere kant van de rivier. Het zandpad voor het huis liep van Groenendaal naar het ‘Hoog Loo’, ook wel het Paardenkerkhof genoemd. Aan het erf grensde, parallel aan het genoemde zandpad, een langwerpige vijver of ‘waterkolk’. Het dak was met stro gedekt en op het westelijke uiteinde bevond zich een smeedijzeren kruis met een aparte vorm. Dit grote kruis had twee onder elkaar geplaatste dwarsbalken in plaats van een. En die hadden dezelfde lengte. Dat zag men alleen bij de oudste exemplaren van die ‘Lotharingen kruisen’. Dat zegt natuurlijk al genoeg over de ouderdom van deze verdwenen Beekse hoeve met haar zware eikenhouten gebinten. Ook het eiken kruis in een der kamers was indrukwekkend.
Op 4 mei 1452 werd dit Gasthuis gesticht door Jan van Spreeuwel, de zoon van Dirk van Spreeuwel 'Rentmeester van het Kanunniken Kapittel' in Hilvarenbeek. Dat werd beschreven in het laatste deel van zijn testament. Allereerst werden zijn vrouw Elisabeth, de knecht Henricken, de klerk Dirck, de herder Jan en enkele neven en nichten goed bedeeld. Het hospitaal of gasthuis dat moest worden opgetimmerd omschreef hij als een huys met alle gerief en wel op z’n erfelijke goederen gelegen omtrent de windmolen aan de Esbeekscheweg. Het Gasthuis had ook nog inkomsten en beurde in 1459 en jaarlijks 20 schellingen uit een erf van Maria Magdalena tussen 'Peperstraat en Trierentrag' in Den Bosch. Verder kreeg het in 1460 land en een erf met gebouwen in het Spul. Jan Bosmans 'sloetelbewaerder' overleed in 1568 in het Gasthuis. In 1569 werd de hoeve gevisiteerd. Willem den Broeder had in 1680 Jenneken van Spreeuwel op het erf van het Gasthuis geslagen en zonder pardon onder 'haar fondament' geschopt. In 1697 overleed Jacob van Gestel in dit Gasthuis. Willem van Tilborgh werd in 1694 aangesteld als rentmeester van het ‘Manhuyse'. Heer Anthony Timmers werd in 1758 beboet omdat de Straat naast 't Veld aan 't Gasthuis niet goed gedijkt was. Het Mannen Gasthuis werd in 1773 opnieuw beboet omdat de weg aan de Bekerdijk niet opgemaakt was. Het ‘Hospitaal of Mannenhuis’ had in 1806 twee knechten en twee meiden. Jan Martinus Lemnius kocht in 1809 het Veldeke aan het Gasthuis groot 2 loopse 40 roede west de Stroom en oost het Gasthuis noord ‘spits uitlopend’.
Tot 1815 woonden er tien ongehuwde mannen in het Mannenhuis. Op 7 februari 1815 was Willem van de Ven de laatste ‘gastbewoner’ van het huis. Op de hoek van de paardenstal van de hoeve, voor de Dreef van het Kasteel, moest de eigenaar van Groenendaal een 'draaiboom of klaphek' hangen. In 1833 vond er een grote reparatie aan de boerderij plaats. In 1838 grensde aan het Kasteel het Gasthuis dat 'eene fondatie' werd genoemd. De kinderen Huybrechts verkochten in 1844 een akker achter de boerderij het Gasthuis. Op 18 maart 1851 werden de Beekse springstieren bij het Gasthuis gekeurd. Jan de Graaf verkocht in 1859 hout op stam ter plaatse het Van Spreeuwelhuis. Maximiliaan Majoie bezat in 1870 de Weide voor het Gasthuis. Openbare verkoop van toemaat in 1898 langs de Dreef van de Gasthuishoef en van rogge en haver bij de boerderij in 1908 in de herberg van Willem Loyens. Cornelis Timmermans huurde in 1906 de historische boerderij in het Spul. In 1971 werd het Mannengasthuis gesloopt ten behoeve van de aanleg van de nieuwe rondweg. Familie Van Oort vertrok in 1931 van de ‘Kapelhoeve’ op de Westerwijk naar de ‘Gasthuishoeve’ in het Laag Spul en zij woonde en boerde er tot de definitieve sloop in 1971. In de loop der eeuwen hebben talloze goede mannen uit Beek, naaste verwanten van Van Spreeuwel of Van Dunne gebooren onderdak gekregen en hun laatste adem mogen uitblazen onder de draaiende wieken van de nabijgelegen Akkermolen. Zij moesten wel eerlijk, rustig en vredig samenleven zonder te schelden, te vloeken, te kijven en te knorren. Ook was het aan de broeders van het Gasthuis verboden om toevallig verdiende penningen te eigen bate aan te wenden en aan vreemden te vertellen wat er zoal binnenhuis omging. Maar dat is toch ook nu nog verplichte kost en zeker geen ‘kruisweg’ voor de leden… van de illustere Stichting Jan van Spreeuwel!
