door Jan van Helvoirt

In december 1894 werd op ons mooie Marktveld, de benaming Vrijthof was hier nog lang niet van toepassing, een kiosk gebouwd. Dit gebeurde ten behoeve van Harmonie Concordia om des zomers muziekuitvoeringen te houden. Er werd echter één voorwaarde gesteld: al is het maar vijfentwintig vierkante meter, de gemeente blijft altijd eigenaar van de grond! Drie jaar later kwam er weer een bouwverzoek met betrekking tot de Beekse Markt. Dit keer van het bestuur van de Stoomtram Wegmaatschappij. De nieuwe kiosk moest gezelschap krijgen. Men wilde op het Marktplein een heus tramstation bouwen. Het zou moeten gaan bestaan uit een wachtkamer en een bergplaats voor bagage en goederen. Verder diende er een kantoorgebouw aangebouwd worden. Juist ervoor zou een wissel gelegd worden! Een zware wissel in mijn ogen. Er waren uiteraard ook nu weer voors en tegens. Doch een van de Beekse raadsleden had gelukkig een verziende blik en wees de rest op de ontsiering van het schone plein om daarop te laten bouwen. Trouwens: eerder in 1758 had men vergaande plannen gemaakt om een nieuw raadhuis te bouwen midden op de Markt. En daar onder zou een ‘criminele gevangenis’ ingericht moeten worden. Het is er gelukkig nooit van gekomen. Ook het eerder genoemde tramstation kwam er niet. Men ging later trouwens in zee met een andere trammaatschappij, namelijk de Meierij. In die periode ging de gemeenteraad wel akkoord met de verkoop van de uitgestrekte heide tussen de keiweg Esbeek - De Mierden en de Belgische grens voor een bedrag van 25 gulden per hectare.

Het armlastige Beek kon de heide wel missen en de centen zeker goed gebruiken. Er zat echter nog wel een addertje onder het gras. Als op die schrale gronden uiteindelijk woningen gebouwd zouden worden, dan bestond het grote gevaar dat het aantal armen en behoeftigen in die uithoek van de gemeente Hilvarenbeek zou aangroeien. En derhalve zouden de lasten van de gevestigde Armenbesturen onverantwoord sterk vergroot worden. Tegelijkertijd mocht notaris Huijsmans wel voor dezelfde prijs per hectare tussen de Tuldensedijk en het Broekeling heide kopen. Dan was er ook nog de Esbeekse boer Bosmans die op Dun graag een stukje heide van tien hectare zou willen kopen. Hierover werd in het raadhuis totaal niet gediscussieerd: het werd unaniem van de hand gewezen. Dit was echt meten met twee maten! Als we trouwens goed meten heeft de gemeente nu nog maar 240 hectare in bezit. De Gemeentebossen bij de Trimbaan en het Stuk in Diessen. Gelukkig heeft men trouwens ook nog 25 meter onder de kiosk waar niemand bij kan. Eind negentiende eeuw ontstond er wel volop discussie over de kwaliteit van het oude raadhuis aan de Markt. Het was zeker geen geweldig aanzien meer voor de Markt! Het raadslid Verhoeven was tegen een verhoging op het onderhoud van het gebouw. De ‘hoofdelijke omslag’ mocht van hem niet te hoog worden en hij was een sterke voorstander van ‘beknibbelen’. De burgemeester vond ook dat het raadhuis zeker niet mocht onderdoen voor een gewoon huis. Door jarenlange verwaarlozing was het nu zeer slecht en eigenlijk niet meer dan een ‘schandvlek’. De deuren en de ramen sloten niet meer en het Beekse archief was vanwege het vele lekken niet meer veilig. Bovendien was het meubilair erg primitief.

’s Winters was er zo’n tocht dat het werk er moeilijk en onaangenaam was en het arbeidsproces verliep toch al zo traag! Hoewel het raadslid Van Laarhoven zich sterk maakte om de kosten te verhogen werd er toch voorlopig niets aan het oude gebouw vertimmerd. Dat gold echter niet voor de straatverlichting. Deze Van Laarhoven, zelf ook geen licht maar toch een briljant politicus, vroeg of er nog lantaarnpalen over waren. En zo ja, dan zag hij er het liefst een geplaatst op de weg naar Diessen tegenover… zijn eigen woning! Maar het ambtelijk proces kon nog stroperiger verlopen. In de winter van 1909 moesten er minstens vijf prachtige lindebomen voor het raadhuis worden gerooid. De opbrengst van de gekapte bomen zou 112 gulden bedragen. Het raadslid Willekens stelde echter in alle oprechtheid dat met die rooiing ons mooie Marktveld te veel ontsierd zou worden. Het immer doortastende raadslid Favier kwam met de ultieme oplossing: “Als we nu eens alle bomen rooien dan kan er van ontsiering geen sprake meer zijn”! En zo gebeurde het ruim een eeuw geleden echt. In 1910 werden er nieuwe bomen rondom de Markt geplant. Echter wel op een nieuwe rooilijn, verderop richting het plein. Het toppunt van politiek schuivend vermogen bezat toch wel de wijze heer Jan Wijten uit de Biest in 1881. Om allerlei redenen kreeg de raad van Hilvarenbeek dringend advies van Gedeputeerde Staten om hun voorstel de school te sluiten op te heffen. We citeren Jan Wijten: “Ik zou er tegen zijn als ze niet bestond. Maar nu ze eenmaal bestaat … wil ik ze behouden”.