door Jan van Helvoirt
Als er op de drempel van de achttiende naar de negentiende eeuw in Esbeek iemand van feesten hield, dan was het pastoor Jurgens zelf wel. Niet werelds in de verdorven herbergen maar alleen in zijn devote voornamelijk uit eigen middelen gebouwde kerk! Hij voerde immers op eigen houtje ook een ‘Derde Kerstdag’ in. In de tijd van de Ossche Jurgens werd 13 december hier verder ook nog als een echte zondag gevierd: feest van St. Lucia.
In 1889 schreef hij in zijn prachtige 'Parochieboek': de legende is, dat alhier in de zoogenaamde Groenstraat zoo hevig (in vroegere jaren) het Roodvonk geheerst heeft, dat de menschen als van gebrek stierven: niemand zou het gewaagd hebben de lijdenden te bezoeken, te helpen, zoodat de straat met gras begroeide... vandaar de Groenstraat. Hij doelde natuurlijk op de zeer besmettelijke ziekte ‘pest of rode loop’ die veelvuldig de kop opstak in onze regio. Daar die verering van Lucia in de Beekse kerk al een oud gebruik was en omdat de Esbekenaren uit gewoonte de Lucia-mis in Beek wilden bijwonen, droeg Jurgens in Esbeek al om 6.30 uur de mis op. 's Middags was er na het Lof tijd voor een Rozenhoedje met het lied van de Heilige Lucia. Daarna zou hij ook uitleg geven over die heilige. Dat had hij beter niet kunnen doen, want nu zijn er nog steeds goedgelovige Esbeekse boeren in de Groenstraat die zijn verhaal via mondelinge overlevering voor zoete koek aannemen! Het element 'groen' in Groenstraat betekende: aangewassen gronden tussen de beek en de hoge akkers. Niet alleen Esbeek maar ook de Biest en talloze Kempense dorpen kenden zo’n Groenstraat. Toponiemen houden zich niet aan grenzen!
In 1736 sloeg het noodlot keihard toe in Esbeek. Begin oktober berichtten enkele inwoners van Esbeek dat aldaer seekere besmettelijke siekte, welke in den rooden loop bestaat, regeert. De ziekte was hier reeds tot in verscheidene woningen ‘doorgebroocken’ en had al veel dodelijke slachtoffers geëist. Men vernam dat een zekere meester chirurgijn Willem Versteeg uit Werkendam redding kon brengen. Hij werd spoedig opgetrommeld en op 8 oktober arriveerde hij in Beek. De volgende dag toog hij naar Esbeek en na een kort bezoek had hij al vrij snel zijn plan klaar: smorgens een remedie met twee keer een romer wijn en smiddags kalfsbouillon. De rekening zou wel achteraf komen! De slachter Adriaan Rombouts leverde een geslacht kalf en een schaap. Daniel van Poppel, hij woonde in de herberg aan de westkant van de Mostaard waar tot in de jaren ’70 Janus van Dommelen boerde, moest vant selve vlees eene behoorlijke soepe kooken en prepareeren. Cornelis van de Gouw werd aangenomen om de Esbeekse zieken op te passen.
De Gouw moest de zieke Esbekenaren ook het vereiste recept aanbieden, waarvoor hij elf stuivers beurde. Bovendien kreeg hij drie gulden vanwege het feit dat hij twee keer naar Werkendam was gereisd: een keer om mr. Versteeg te spreken en een keer om medicijnen te kopen. Op 11 oktober beval de Beekse Drossaard om het recept van doctor Bols in Turnhout op te halen. Het waren zes porties om door de sieke tot stuytinge van hare qualen te worden ingenomen. Meester Willem Versteeg kwam met een rekening van ruim 51 gulden aanzetten. Vanwege 'verteringen' wilde men slechts dertig gulden betalen. Uiteindelijk moest Anthony Swagemakers van de Tulderhoeve, daar stierven in zeer korte tijd ook verschillende personen, veertig gulden in gereetheyt houden. Dokter Roeykens uit Oirschot, die Esbeek meerdere malen bezocht, declareerde nog ruim tien gulden. Bijna twintig jaar eerder, het Esbeekse rampjaar 1719, vielen er in ons dorp drieënzestig doden. Zij bezweken allen aan de rotkoorts: van pestbuilen tot bloedzweren. Directe omgang met de zieken was verboden!
St. Lucia is patroonheilige van de blinden en de opticiens. Zou Jurgens zijn 'lofwaardige' onderdanen uit de Groenstraat met een ‘knipoog’ ook verteld hebben, dat de heilige vurig werd aanbeden… door prostituees?
