door Jan van Helvoirt
Johannes Michiel Lauwers zag op 22 mei 1881 in Baarle Nassau het levenslicht. Zijn ouders hadden daar een boerderij/herberg. Nadat hij in Eindhoven de Kweekschool had afgerond startte hij zijn loopbaan als onderwijzer in Hulsel. Daar leerde Jan ook zijn latere vrouw Anna Maas kennen. Tussen 1905 en 1912 was hij verbonden aan de lagere school in Hoogeloon. Daarna werd hij benoemd tot hoofd der Openbare School in Esbeek. Hij volgde daarmee Henricus de Bruin op. Vanaf 1912 tot aan zijn pensioen in 1941 bleef hij met veel enthousiasme als hoofd leiding geven aan de Katholieke School aan de Dorpsstraat. In 1916 kocht hij, naast de Boterfabriek Unitas, voor dertig gulden het weiland Martenshof. In 1924 smeekte hij of het Schoolhuis niet mocht worden opgeknapt, omdat er de ruiten zowat uitvielen. Ondertussen had hij al wel een nieuw huis laten bouwen waarop nog steeds de naam ‘Martenshof’ prijkt.
Lauwers was erg betrokken bij het Esbeekse onderwijs en zeer plichtsgetrouw tot op zeer hoge leeftijd. Hij verzuimde slechts anderhalve dag gedurende zijn lange loopbaan. In 1929 mocht hij echter zes weken lang zijn school niet binnen. In februari was er in zijn gezin immers de zeer besmettelijke ziekte roodvonk uitgebroken. Interesse in de geschiedenis van zijn eigen omgeving had hij wellicht van zijn grootvader overgekregen. Die had nog actief meegestreden tijdens de Tiendaagse Veldtocht van 2 tot 12 augustus 1831 en daarover wist die zeer spannende verhalen te vertellen. Als rasechte schoolmeester kon Jan ook zeer goed vertellen, maar helaas kwam hij meestal niet verder dan ‘navertellen’ en ‘naschrijven’.
Ik denk niet dat hij het Beekse archief vanbinnen ooit gezien heeft en gedegen historisch onderzoek heeft hij niet geleverd. Dat was wel toevertrouwd aan zijn Beekse vriend dr. P.C. de Brouwer, wiens vader eerder hoofd der school in Diessen was. Wel liet hij in 1924 het gedenkboekje ‘Langs de Hilverboorden’ verschijnen, dat zeker niet gebaseerd was op gedegen bronnenonderzoek. Ook toponymisch was onze Esbeekse schoolmeester niet erg onderlegd. Het verklaren van de naam Esbeek was wel het dieptepunt: de rivier de Spruitenstroom slingert in de vorm van de letter ‘S’ door Esbeek! Maar op het gebied van de archeologie was hij erg alert en vooruitstrevend. Hij spoorde de boeren aan de archeologische oppervlakte vondsten bij hem in te leveren.
In 1916 vond hij een mammoetkaak bij de Esbeekse Steenfabriek. Tijdens de ontginningen op De Utrecht kwamen urnen, vuurstenen bijlen en hoefijzers naar boven. Bij de Lange Gracht vond hij een prachtige bronzen bijl. Hij wist zowaar een echte tentoonstelling ‘De Oude School’ in te richten, die later in zijn geheel naar Tilburg verhuisde.
De houtvester ir. C. Sissingh die ook deel uitmaakte van het schoolbestuur, eiste bij zijn aanstelling dat Jan landbouwlessen zou gaan geven op de avondschool. Vrij snel haalde hij de benodigde landbouwdiploma’s en ruim twintig jaar lang gaf hij les aan de jonge boeren. Op de Beekse huishoudschool onderrichtte hij de boerinnen in fruit- en sierteelt. Het ontginnen van de immense heide volgde hij aanvankelijk met veel belangstelling. Willem van de Loo van het Esbeekse Hoogeind was de ploeger op De Utrecht en hij begeleidde een span van zes ossen. Lauwers was er bij toen een os op zijn rug in de sloot viel. En die was er met man en macht niet meer uit te krijgen. De Groningse houtvester Sissingh riep kortaf: “Schiet hem maar dood!” Van der Loo ging weer met zijn vijf ossen terug naar de ossenstal. En warempel: de gevallen os stond al voor de stal te wachten!
Afwachten deed Lauwers zeker niet. In Hilvarenbeek was hij de initiatiefnemer van ‘Hilvarenbeek Vooruit’, dat later de V.V.V. zou worden. Ook was hij bestuurslid van Concordia en in juli 1929 was hij medeoprichter van De Hilverbode. Ook was de schoolmeester jarenlang voorzitter van de Katholieke Onderwijzersbond, afdeling Hilvarenbeek. Liefst 29 jaar was Jan Lauwers, zelf ook een fanatieke imker, voorzitter van de Bond voor Bijenhouders van de N.C.B. Samen met de Beekse burgemeester Meuwisse, dr. H. Ruhe en dr. P.C. de Brouwer was hij in 1945 betrokken bij de oprichting van de ‘Stichting Geschied- en Oudheidkundig Museum Hilvarenbeek’. In 1949 ontstond hieruit de Heemkundige Kring Ioannes Goropius Becanus. Twee jaar later werd in het nieuwe gemeentehuis aan de Markt de Oudheidkamer ingericht, waarbij Lauwers zijn verzameling in bruikleen afstond.
In zijn eigen Esbeek was Jan uiteraard ook erg actief. In 1922 legde hij de eerste steen voor het Esbeekse Pakhuis en hij zette de proefboerderij Unitas op in 1929. Op De Utrecht richtte hij vervolgens in 1933 nog ijskoud IJsclub De Flaes op. Twee jaar later werd voor hem de grond toch wel wat te heet onder de voeten. In 1935 stond onze landbouwvoorman immers op zeer gespannen voet met een van de overige leden van het bestuur van de Boerenbond. Hij werd zelfs “Dictator van Esbeek” genoemd. De geestelijke adviseur pastoor Houben moest alle heiligen aanroepen om de zaak gesust te krijgen. Maar een pastoor moet toch ook problemen oplossen en… niet veroorzaken!
(rectificatie: hierbij nog de bron van de foto van vorige week ‘Florent Van Vlasselaer, boek ’t Schouwke van W. Maas).
