door Jan van Helvoirt
Een van de markantste figuren in het Diessense leven in de negentiende eeuw was wellicht de veldwachter. Hij moest vooral de orde handhaven, maar hij was zelf ook regelmatig doelwit van aanslagen. In 1811 was Anthony van der Meijs de Diessense ordebewaker. Tijdens zijn surveillance zag hij iemand met gestolen turf uit het Kromven in het Diessens Heike komen. Toen hij die Beekse wever Hendrik Hendriks wilde verbaliseren werd hij door de wever hardhandig met een heischop bedreigd.
Op 12 oktober 1815 werd de Diessense veldwachter Jacobus van de Winkel, hij had net de overleden veldwachter Anthony van der Meijs opgevolgd, ter hoogte van de Buskes met een geweer beschoten. Hij raakte behoorlijk gewond aan zijn handen en aan zijn borst. Even daarvoor had hij een kar met boter aangehouden ter hoogte van Mijntjeshoef en de voerman was het blijkbaar met zijn boete niet eens. Deze veldwachter woonde net voorbij de Waterstraat in het laatste kleine huisje aan de zandweg naar Esbeek.
Zijn opvolger Cornelis Schuurmans arresteerde de molenaar Adriaan van der Laak in zijn huisje achter de Voorste Watermolen. Hij had clandestien heideplaggen op zijn hoogkar opgeladen. Veldwachter Schuurmans werd op zijn beurt in december 1861 opgevolgd door Peter Groeneweg uit Oud-Beijerland. Zijn vrouw Ida Faas mocht op 62-jarige leeftijd nog les geven in ‘nuttige handwerken’ aan de Diessense meisjesschool. Groeneweg overleed op 16 december 1889 en hij werd meteen opgevolgd door Hendrik van Gool.
Bij hem in huis woonde de erg gebrekkige oud-pootmeester Jacobus Martis, die vaak prat ging op zijn vechtpartijen en zijn gevangenisstraf. Op 2 december 1876 stichtte hij brand in de turfschop van de veldwachter die slechts op 200 meter afstand van de Diessense kerk stond. Op een winterse avond in 1877 bedreigde hij het 7-jarige zoontje van de veldwachter en probeerde hem tijdens het eten met een stok van tafel te slaan. Eerder in de zomer van dat jaar was Van Gool, hij was behalve veldwachter ook pootmeester, een sloot aan het graven op het Laar. Dat zinde blijkbaar de Diessense landbouwer en herbergier Jan Timmermans niet. Dreigend beet hij hem toe: Gemeentevreter en smeerlap. Werkt maar eens door als ge durft!
Schuurmans werd in 1906 opgevolgd door Jan Wilborts. Cornelis Schoenmakers werd in 1912 de nieuwe veldwachter, die op zijn beurt in 1932 Hendrikus Gevers benoemd zag worden. Die kreeg meteen een pistool en een karabijn. Ook werd door Jan van den Hout en de gebr. Van Gijsel een nieuwe ambtswoning op het Laar gebouwd. De laatste veldwachter die in Diessen werd benoemd was Wilhelm Swinkels die zijn ambt op 12 april 1937 aanvaardde.
Van de veldwachter Pieter Groenewegen zijn we best veel te weten gekomen, omdat hij een dagboek bijhield van al zijn verbalen van januari 1862 tot en met zijn dood in 1889. Veruit de meeste overtredingen hadden betrekking op het laten grazen van schapen en hoornbeesten op verboden terrein. In april 1862 lette de schaaphouder Cornelis Adams totaal niet op. Hij had 12 schapen laten ontsnappen uit de weide van Jan Timmermans. Zij liepen in de Weide achter de Pastorie van Wouter van Nieuwkuijk. In augustus 1863 greep hij de 9-jarige beestenhouder Francis Kuipers in de kraag. Hij liet vier ‘rundbeesten’ clandestien grazen in de weide van Jan van Gijzel. De 25-jarige Adriana de Brouwer werd gearresteerd toen zij een zak vol met gras had geplukt in het bos van de gemeente in het Turka. Ook werd er hard opgetreden als er turf of strooisel werd gestolen. Ook moest de veldwachter ‘te veld’ om de dief op te sporen die de bijl van de timmerman Jan Kerkhofs had gestolen. Na enig speurwerk kwam hij er achter dat de timmerman Jan van Nieuwkuijk de dader was. Hendrik van de Laak uit de Waterstraat werd ook door Pieter op de bon geslingerd. Hij had twee bossen vlas te drogen gelegd op zijn bakoven, waar hij ’s morgens nog broden in had gebakken.
In 1868 ging de 64-jarige Peter Rozen op het Sprenkeleind voor de bijl. Hij was in zijn schuur met een brandende pijp zijn heiturf aan het optassen. En Adriaan Merkx uit Baarschot had zijn ashoop slechts op een meter van zijn huis liggen! Vaak werden er ook ‘masten spellen’ en strooisel gestolen en regelmatig kruiwagens. Johanna de Wijs maakte het in 1870 echt te bont. Op zondagmorgen was zij met een kruiwagen in het openbaar turf aan het vervoeren zonder dat zij vergunning had van de gemeente of de pastoor. Toppunt was toch wel het gedrag van de 27-jarige Wouter van Helvoirt, die nog inwoonde bij de weduwe van Jan van Helvoirt, landbouwster en herbergierster op de Heuvel. Adriaan van Spaandonk (21) was knecht in de buurt bij de weduwe van Jos van den Berg, Deze landbouwster en herbergierster woonde in het Kostershuis of de Wildeman recht tegenover de pastorie. In die herberg was blijkbaar een bruid en dat moest men natuurlijk in heel Diessen horen! Wouter kwam op 5 januari 1867 al schietend met een geweer buiten en Adriaan met een pistool. Maar losschieten was toen toch echt verboden in… de bebouwde kring van woonhuizen.
