door Jan van Helvoirt

In de loop der eeuwen werden talloze ‘befaamde personen’ geboren op de oude Tulderhoeve, die sinds 1250 werd geëxploiteerd door de Norbertijnen van de abdij van Averbode (B). Lang had men gedacht dat die ‘witte paters’ de eerste ontginners waren. Recent onderzoek toonde echter aan dat zij veelal reeds bestaande ontginningen verwierven. Dit geeft aan dat de ontstaansgeschiedenis van die hoeve, pal op de oude grens van Esbeek en Poppel, veel verder teruggaat in de geschiedenis. Arnoldus van Tuldel, zijn vader Jan werd in 1280 op de hoeve geboren, zag er zijn levenslicht in 1328. Op 28 juli 1368 werd hij gekozen tot abt van de abdij in Averbode en hij schreef in het Latijn een mooie agrarische verhandeling over het reilen en zeilen van die abdij als inleiding op het Cartularium (Kaartenboek). In 1486 werd Ansem van Tuldel schout van Beek, Diessen, Riel, Westelbeers, Hooge en Lage Mierde en Hulsel. Ook de bekende Beekse president Thielman Lemnius, benoemd in 1613, werd er geboren. Veel nakomelingen van Jan van Tuldel bezochten universiteiten; er heerste een intellectuele traditie. Mr. Jan van Tuldel behoorde sedert de stichting van de Katholieke Universiteit van Leuven in 1426 tot het docentencorps. Maar er verscheen vaak ook allerlei gespuis op die verafgelegen Tulderhoeve. In maart 1594 legden er 1000 man infanterie aan en in januari 1605 passeerden er weer vijf compagnieën hongerige ruiters. In 1625 bezweek bijna iedereen op Tulder aan de pest. In 1662 werd de oude hoeve afgebroken en er verrees een compleet nieuwe stenen boerderij met allerlei bijgebouwen. In het rampjaar 1672 richtten de Fransen enorm veel schade aan. De jaarlijkse kermis op 17 september zal ook wel een behoorlijke impact gehad hebben.

In september 1787 werd de eerste eigenaar Arnoldus Swagemakers, de abdij had de hoeve verkocht in 1772, bruut overvallen en gekneveld. Tussen 1810 en 1822 werd Maria Hessels uit medelijden, ze had een kromme buik en rulgewassen beenen, opgenomen op de Tulderhoeve. Als dank moest zij wel voeder plukken, aardappels schillen, hout aan het vuur brengen en beesten hoeden. Vanaf 5 juni 1838 hield Martinus Zoeren zich enige tijd schuil op de boerderij. Hij had Giovanni Castione vermoord aan de Oude Grintweg in Oirschot. De zuster van genoemde Arnoldus Swagemakers trouwde met Adriaan Weygerde. Diens dochter Petronella huwde Johannes van Haandel en vanaf 1863 emigreerde bijna de gehele familie naar Wisconsin (VS). De oudste zuster Marie was getrouwd met mijn betovergrootvader Jan van de Laar en zij namen ook de benen, maar dan naar de Baasterhoeve van de baron mr. Leonardus de la Court. In die periode stonden er nog drie ‘boerenhuizen’ maar het ging steeds verder bergafwaarts met het fameuze landbouwcomplex van weleer en de herberg moest ook sluiten. Op de boerderij van de later bekende Esbeekse herbergier Coob de Kort, werd in 1872 nog wel de 72-jarige krankzinnige Rosalin Magni verpleegd. Uiteindelijk kocht de vermogende notaris en liefhebber van de jacht Emile Huijsmans in 1895 de boerderijen met al haar gronden. Zijn weduwe (zie foto midden) deed later het ‘landgoed’ over aan August Kloppenburg. Via Eduard van Puijenbroek kwam het historische agrarische complex in handen van Landgoed De Utrecht.

Inmiddels had pastoor Jurgens in 1888 ook zijn intrede in Esbeek gedaan. Vol energie bouwde hij een fraaie kerk met pastorie en was hij de aanjager van allerlei verenigingen en coöperaties. Hij wilde de complete macht hebben en zijn invloed tot in de verste uithoeken proberen uit te oefenen. Op het gehucht Dun was dat mooi gelukt, want Gregorius Broecks (latere Bockenreijder) had er voor gezorgd dat alle bewoners in Esbeek de kerk bezochten en niet meer die in Lage Mierde. Hij kreeg trots de bijnaam Pastoor van Dun! Op het geïsoleerde Tulder had de rabiate pastoor uit Oss minder succes! In de nacht van donderdag 30 maart op 1 april 1900 sloeg het noodlot toe op Tulder. De bewoners en huurboeren Jan van Laarhoven en Hendrik Schellekens waren radeloos. De eigenaar en ‘Heer van Aalst en Tulder’ Emile Huijsmans zeker niet! De NTC schreef een dag later dat door den verren afstand en het nachtelijk uur was er weinig hulp komen opdagen, zoodat de bewoners zelf handen vol werk hadden om eigen have en goed in veiligheid te brengen en het vuur dus zijn vernielingswerk ongestoord zijn werk kon voltooien. De vermogende notaris en fanatieke jager liet de restanten van de blakende puinhopen ruimen en bouwde in dat jaar exact op de noordoost hoek van de funderingen van zijn Tulderhoeve een fraai Jachthuisje. De Esbeekse pastoor Jurgens schreef bijna triomfantelijk met sierlijke letters in zijn ‘Parochieboek’: Goddank! Verre van christelijk ging het aldaar toe: de afstand was te ver om er een geregeld toezicht over te kunnen houden. Blijkbaar kwam tijdens het blussen de ‘goddelijke zegen’ op Tulder ook niet… ruimschoots van boven.