Op vrijdagmorgen 5 december waren zo’n vijftig mensen getuige van de hernieuwde ingebruikname van molen De Doornboom. De molen, die eigendom is van de gemeente Hilvarenbeek, heeft een nieuw wiekenkruis gekregen en dat werd gevierd.
door Jan Scheirs
De Beekse molen is de afgelopen maanden door de molenmaker onder handen genomen en draait met zijn nieuwe wieken als vanouds. Of juist beter dan vanouds, want in het mistige herfstweer van vrijdagmorgen met weinig wind bleek de molen probleemloos rond te gaan.
Drie factoren zijn van belang geweest bij de totstandkoming van dit mooie resultaat: zorg voor de molen als gebouw, vakmanschap en inzet van vrijwillige molenaars, en draagvlak en politieke wil bij de gemeente. Daarom kregen ambtenaar Bert Brok, oud-molenaar Piet van Rijswijk en wethouder Machielsen de eer om als openingshandeling de vang op te halen.
Toespraak
De voorzitter van stichting Molen de Doornboom en tevens lid van het molenaarsteam, Onno Wubbels, gaf in zijn openingstoespraak aan erg verguld te zijn met de aandacht en zorg voor de molen in Hilvarenbeek. Het behoud van een molen is immers niet vanzelfsprekend. De waarde van een molen moet helaas nogal eens bevochten worden, en goed zorgen voor het gebouw alleen is daarbij niet voldoende. Een molen moet als maalmachine kunnen werken en moet daarom wind kunnen blijven vangen. Dit vraagt om bescherming van de molen in zijn natuurlijke omgeving. Dat staat vaak op gespannen voet met bomengroei of plannen van projectontwikkelaars om op lege plekken hoge huizen te bouwen.
Bredere betekenis
De Doornboom is niet alleen als rijksmonument beschermd. Ook is het ambacht van molenaar in 2017 door de UNESCO opgenomen op de lijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed van de Mensheid. De instandhouding en het gebruik van de molen in Hilvarenbeek zijn dan ook een schoolvoorbeeld van hoe het hoort. De Doornboom is een herkenbaar icoon voor het dorp, biedt molenaars de gelegenheid hun ambacht uit te oefenen door graan te malen, en in de molen wordt het meel aan mensen te koop aangeboden die bewust met het maken van meelproducten bezig willen zijn.
Wubbels stelde tot slot van zijn toespraak dat de molen er weer decennia lang tegenaan kan.
“Ik woon zelf in Tilburg”, zo vertelde hij ook nog, “maar voor mij is deze molen een deel van mijn identiteit geworden. Als ik ’s zomers op de fiets hierheen kom en op afstand de molen zie, dan denk ik ‘Daar is ‘t, daar moet ik zijn’”.
(foto’s Corrie Lemmens)
