door Jan van Helvoirt

Bij mijn onderzoek naar de hoeve van het Bossche Geefhuis stuitte ik onlangs op een akte uit 1791 waarin sprake was van een boerderij die leenroerig was aan de abdij van Thorn. Op 7 juli van dat jaar verkocht Adriaan Cornelis van de Zanden aan Maria Otten, de weduwe van Abraham Stevens, voor 500 gulden een huizinge, schuur, schop, stallinge, hof en aangelag op de gehuchte van de Biest tegenover de Heilige Geest Hoeve van Den Bosch. De belendingen waren: oost de weduwe Joost de Cort, zuid en noord Peter Adriaan Adams. Aan de westkant grensde de hoeve aan de Straat, de Biestsestraat, en daar stond de nu bekende en eerder beschreven Geefhuis Hoeve. De belangrijkste toevoeging was dat de voorschreven huysinge en aanstede leenroerig is aan de Vrouwe van Thoor, binnen Breda verheft.

Op 2 april 1690 stond Jan Jasper Segers als vader en momboir voor zijn zoon Jasper Jan Segers voor de stadhouder en meier Heer en Meester Adriaan van Rijen van de Leenhoeve in Breda. Op 8 januari 1710 trad Petrus van Beeck op als meier en stadhouder van Anna Juliana Gravinne van Manderscheyt en Blankenheim en Abdisse en Princesse van Thoor. Na de dood van Jan Peeter van Dommelen kreeg zijn broer Cornelis Peeter van Dommelen het leen op 6 september 1713 over het Rauw Veldeke. Na het overlijden van Hendrik Peeter van Dommelen ging het leen op 8 oktober 1725 over op Huybrecht Maes, die voor de 'hergewade' (erfpacht gift voor de leenheer) 2-10-0 gulden betaalde.

Bij het overlijden van haar vader Guilliam kreeg Margriet Verhart op 8 oktober 1731 het leen van de Gravin van Rhijn tot Salzborgh en Abdisse en Princesse van Essen en Thorn. Deze Margriet Guilliam Verhart was gehuwd met Cornelis van Laarhoven en zij hield in 1762 een weiland in de Goiren op de Biest in leen van de 'Vrouwe van Toir' groot 1,5 loopse. Het lag zuid de Stroom en oost de kinderen Guilliam Verhart en ook gelegen naast de Beemd achter Fiers groot 2 loopse ook leenroerig aan Thorn.

Yken Jan Wouters dochter is de oudst bekende persoon die het leengoed bezat. Het ‘middeleeuwse goed’ grensde aan de oostkant van de Biestsestraat. Het drie loopse grote erf met daarop een woonhuis met schuur lag aan de Biest en ten noorden lag de hoeve van Peter Fiers. Ten oosten bezat Hendrick Scheijven een perceel grond. De volgende eigenaar van de historische boerderij was Jan Jan Bieckens die op 6 april 1682 de leenhoeve gelegen aan sHeerenstraet verkocht aan Adriaen Claes Willem Denis. Die had op de ‘Ouden Hof' te Gilze behoorlijcken eedt gedaen van hulde en trouwe in het bijzijn van de leenmannen en schepenen Sebastiaen van den Corput en Anthony van Pelt. Hij moest voor ‘heirgewaede’ negen gulden betalen. Nadat Jan Peeters van Dommelen gestorven was als de gesetman op de hoeve van Jenneke Peeter Denis de Jongh, werd Hendrick van Dommelen op 8 januari 1710 als nieuwe 'gesetman' aangesteld.

Na het overlijden van diens opvolger Jacobus Noijens, gehuwd met Hendrien, kwam zijn zoon Jacobus Jacobus Noijens op de hoeve boeren. Op 8 oktober 1731 werd het leen van de Thornse en Essense abdis Francisca Christina te Gilze verheft. Op de hoeve woonden ook nog zijn twee zussen: Pieternel en Geertruy. De boerderij werd omschreven als drie lopensaet met huijs en schuer daerop staende te leen. Ten westen liep de s'Heeren Strate. Aan de oostkant bezat Joost de Cort een perceel en in het noorden boerde Adriaen Pluym. Nadat Margriet Peter Noijens even eigenaar geweest was, overleed de volgende eigenaar Adriaan Noijens in 1787 en kwam zijn neef Jacobus Noijens uit Diessen op de Biest zijn opwachting maken. De Biestsenaar Adriaen Cornelis van de Sanden kocht op 20 juli 1789 de aanstede, huijs, schuer en schaepstalling geleegen onder Hilverenbeek onder den gehugte van de Biest tegens over de H. Geest Hoeve van Jacobus Noijens. De Duitse auteur en bisschop Thietmar vertelde eeuwen geleden al erg nauwkeurig dat de gravin Hereswind ziek geworden was op haar hof te Gilze. Zij ging met haar gevolg toch nog op reis om haar thuisbasis Thorn te bereiken. Maar onderweg werd zij zo door haar ziekte bevangen dat zij halverwege op een van haar bezittingen moest aanleggen. Dat was wellicht de Biest tussen 992 en 995. Haar man Ansfried haalde haar wellicht in de hoeve op de Biest op en begroef haar plechtig te Thorn. Ik vermoed dat deze latere heilige op een eigen stuk grond van de leenhoeve uit eerbied even later de Lambertuskapel op de Westerwijk heeft laten bouwen. En een mooie opvolger staat er nog steeds. En de heilige Hildewaris? Die moest eeuwen later door de ‘kerkfabriek’… nog bedacht worden!