door Jan van Helvoirt

In de oude Bossche Protocollen wordt de Beekse Swaen al in 1461 vermeld. In 1510 woonde de Beekse notaris en secretaris mr. Dirck Claes Otten in het pand, gelegen aan de westkant van de Plaetse. Dan kunnen we gedurende een periode van drie eeuwen het reilen en zeilen van dit historische pand in de rijke Beekse archieven volgen. Een rijke stoet van kopers, verkopers en huurders trekt aan ons in de akten en geschriften voorbij. Dat Hilvarenbeek een pand met die naam kende, is trouwens helemaal geen uitzondering. Bijna elk dorp in onze regio had een herberg met een of twee ‘zwanen’ in het bovenlicht van de voordeur. Zelfs de Biest kende in de achttiende eeuw een Swaen op de hoek van het huidige Vossenhol en de Biestsestraat, schuin tegenover een brouwerij op de andere hoek. Eigenaren van de Beekse Swaen waren behalve de reeds genoemde notaris en secretaris, chirurgijn, president van de schepenbank, drossaard, boer en arts. Dit laatste beroep had Francois de Lang. Daarnaast was hij ook nog ‘vroedmeester’. Hij kocht op 28 juni 1803 eene huizing van ouds genaamd de Zwaan met den hoff daaraan te zamen omtrend 1½ lopense gestaan en gelegen aan het Marktveld te Hilvarenbeek. Hij kocht het pand van mevrouw Susanna Maria van Bosveld, de weduwe van de Beekse Drossaard Cornelis Willem Heinsius voor ruim 2400 gulden. De belendingen van de Zwaan waren: west Jan Peter Pellen, zuid Peter Ketelaars, noord Gerardus van der Poel en west het Marktveld.

Het was onze Beekse dokter blijkbaar voor de wind gegaan want met het opmaken van het taxatierapport van al zijn eigendommen op 12 december 1808 had de secretaris Martinus Huijsmans een enorme klus te klaren. Behalve de Zwaan, waarin hij zelf woonde, bezat hij ook nog het pand op de hoek van de Wouwerstraat. Daarin woonde Assuerus van der Poel. Het pand daar tussenin, genaamd Stad Mechelen, behoorde ook tot zijn eigendom met als huurder de weduwe De Vijlder. Een vierde woning van hem stond aan de noordkant van de Wouwerstraat waar de heer Loef huurder was. Naast de helft van de ‘vischvijver’ de Wouwer in die laatst genoemde straat bezat De Lang nog veel percelen grond, zoals: de Baanakker, de Hoogendries, de Akker aan de Esbeekzebaan, het Diessens Veld, de Hulsbosch en de Tulderman. De Beekse Schout en Schepenen hadden het nog maar druk met deze rijke Bekenaar. De totale waarde van zijn onroerend goed bedroeg maar liefst 11.630 gulden. Twee dagen later konden zij immers weer komen opdraven. Nu waren zij druk bezig in het woonhuis van de vermogende Beekse dokter. De taxatie van de complete inventaris van de Zwaan bleek een hele klus te zijn. Op 14 december wisten zij alle onroerende goederen met de waarde op papier te zetten. In de eetkamer beschreven zij een tafel en een ‘wageschotten kabinet’. Verder nog schootelen, visplaten, terines, souskommen, mostaardpotten, peperbussen, botervlootjes en geleye borden.

Daarna gingen de taxateurs naar de voorkamer. Daar noteerde men twaalf stoelen en een ‘neerslaande tafel’. De spiegel scheen veertien gulden waard te zijn. Bij de schoorsteen stond een ‘vuureyser met tang’ en op de schouw borden, kommen en wijnromers. Verder een prachtige glazen kast, met daar bovenop een ‘porceleine stelzel’ met een waarde van veertig gulden. In de kast pronkten veertien porseleinen borden, zes Japanse borden en twaalf Chinese theekopjes. Verder karaffen, bier- en wijnglazen. Zijn ‘scheerbekken’ was defect. Het zijkamertje was ook weer volgestouwd met allerlei meubels. Blijkbaar werd het gebruikt als slaapkamer, want het paviljoen met zijn behangzel bevatte een bed met een ‘hoofdpeluw’ en twee kussens. Het bed in de slaapkamer moet een pronkstuk zijn geweest, want de waarde werd geschat op zestig gulden. Op de overloop bleken twee slaapkamers te zijn, elk met meerdere luxe bedden bezet. Daarna kwam de keuken aan de beurt. Hier moeten de schepenen lang bezig zijn geweest om alles te rapporteren. Opvallend was de aanwezigheid van slechts twee ‘bierkannen’! Verder wel nog een koeketel. Die had vroeger een heuse relatie met de nabijgelegen stal. Daarin uiteraard geen vee, maar wel een zeis, zicht, schop en riek. Dan kwam de apotheek van de dokter aan de beurt. Hier werd alleen de waarde van 300 gulden opgegeven. Men eindigde de rondreis door de Zwaan met de deftige eetkamer met het rijk gevulde kabinet en een sierlijk opgemaakte eettafel met veel zilverwerk. De totale waarde bedroeg bijna 1300 gulden. Opvallend verder dat er toen geen herberg met inventaris werd genoemd. Blijkbaar stond die gefortuneerde arts niet te springen op de aanwezigheid van… brallende Beekse pottenkijkers!