door Jan van Helvoirt
De abdij van Thorn had gronden op de Biest in leen uitgegeven en daar had zij ook een complete boerderij aan de oude Biest in eigendom. In de buurt van die Thornse hoeve met een aanstede van drie loopse stond nog een buitengewoon interessante pachthoeve: de hoeve van het Bossche Geefhuis. Deze armenzorginstelling verwierf op de drempel van de veertiende eeuw een boerderij met landerijen aan de Biest. Deze charitatieve instelling was een 'Godshuis' van waaruit de zorg bestemd was voor de arme poorters of eigen inwoners van de stad Den Bosch. Rond 1210 bestond er al een Heilige Geesttafel in de voorloper van de huidige St. Jan en in de veertiende eeuw blijkt de Bossche Tafel over een eigen 'mansio' te beschikken. Dat was een groot gebouw met een hal, waar de rentmeester woonde. Dit latere Geefhuis lag tegenover de noordflank van de kathedraal, op de huidige hoek van de St. Josephstraat en de Hinthammerstraat. Achter dit Geefhuis lag in de vijftiende eeuw een complex van gebouwen: stallen voor de paarden, schuren voor gereedschap en karren, een slachthuis, hooizolders, een timmermanswerkplaats, een brouwerij, broodovens, graanzolders en even verderop een eigen windmolen. Omstreeks 1550 had het Geefhuis 52 hoeven in eigendom die verpacht werden. Die leverden vooral rogge, boekweit, haver en gerst. De op een na oudste hoeve van dit Bossche Geefhuis vond ik na lang speurwerk en dankzij mijn toponymisch onderzoek eindelijk terug aan de oude Biest.
Op 15 mei 1750 kocht de Biestse Maria Otten, de weduwe van Jasper Wustenberg, de omvangrijke boerderij, die omschreven werd als een schoone en welgeleegen hoeve ende landerijen bestaende in eene huysinge, schuer, schop, bakhuys, schaepskooy en paardenstal, hof boomgaard en aangelag groot 7 loopse. De belendingen waren: oost de Gemene Straat (nu Biestsestraat), zuid Wouter van de Sanden, west Jan Jacob Abrahams en noord Adriaantje Jacob Abrahams. De oudst bekende naam van de Heilige Geesthoeve was Badaf. Het eerste element 'ba' betekende: hoog gelegen. Het tweede element zou kunnen verwijzen naar 'aven' of 'aaf', hetgeen een waternaam was. En het water had uiteraard betrekking op de Waterloop met de Hervoort. Deze oude 'voirde' lag in de gegraven Waterloop, in 1809 nog Schouwleij genoemd, die het overtollige water van de oude Biest afvoerde. Ter hoogte van de stalen voetgangersbrug stortte die Schouwleij zijn water in de Stroom. Een uitgebreide beschrijving van de hoeve kunnen we lezen op een mooi perkament uit 1466. Een van de oudst bekende 'laten' Claes Claes die Gruyt pachtte die hoeve met haere toebehoirten gelegen te Hilverenbeke ter stede geheiten die Byest. Het omvatte een huysinge ende hof tusschen (=naast) die Gemeyn Straet ende ene acker daeraen leggende 10 lopensaet.
Vaak ging de pacht op de Biest over van vader op zoon of schoonzoon. Willem Jan Nouwen was voerman, paardenhandelaar en herbergier in de Paardenstraat. Bovendien was hij steenbakker. In 1646 liet hij een steenoven bouwen opt Bevervelt op de Biest. Omstreeks 1605 schoot hij als jeugdige knaap per abuis de oude Hoeve aan de Biest in brand! De laatste pachter Jan Jan Ketelaars had in 1739 'acht hele beesten en twee halve beesten' op stal staan en hij bewerkte 35 loopse land in zeven percelen. In 1745 was de oppervlakte uitgebreid tot 40 loopse en daarmee was de Biestse Hoeve veruit de grootste boerderij. De Norbertijnse Tulderhoeve in Esbeek daarentegen bezat 91 loopse.
Omstreeks 1860 werd de zeer vermogende Biestse familie Noijens eigenaar van de Hoeve. In 1884 sloopte zij gedeeltelijk het 'Oude Geefhuis' en bouwde op ongeveer dezelfde plaats een nieuwe boerderij. In 1899 sloopte Nooijens de 'tweede hoeve' en bouwde parallel en iets verder aan de Biestsestraat een nieuwe boerderij, de 'derde hoeve'. In de ingemetselde steen lezen we immers: C. Nooijens 6 november 1899. In de stal zaten oude gebinten en wellicht werden die bij de nieuwbouw in 1899 hergebruikt. In 1940 woonde Jan Kuipers in de hoeve en momenteel is Wilfried van Oort de bewoner. Achter op het erf op sektie C nr. 1020 stond de historische Bossche Geefhuis Hoeve, die in 1830 bewoond werd door Cornelis Hendrik Huybregts. Op die oude plaats van de ´Hoef´, met een geschiedenis van ruim zeven eeuwen, bevond zich jarenlang de opslagplaats van het steigermateriaal van het bedrijf ORTO. Straks drie mooie nieuwe woningen. Maar hadden de drie achteroverleunende regenten van de Biest tijdens dat ‘erfgoed-proces’ toch niet even… moeten steigeren?
