door de Bikse bie

Naar de Stad

Hoe gaat het intussen met de honingbijen in het kleine bos? Ze hebben honger. Het vuilboompje dat vroeger de hele zomer bloeide, geeft geen nectar meer. De velden met wilde bloemen zijn verdord door de droogte. In hun wanhoop zijn de bijen op zoek gegaan naar voedsel. Vlakbij het bos graast een kudde schapen die extra voer krijgen van hun bazin. Het voer is zoet en enkele honingbijen gaan op de geur af, heerlijk is die! Ze vliegen naar huis en vertellen de andere bijen dat ze voedsel hebben gevonden....

De bijen gaan roven uit de voerbakken van de schapen. Een schaap wordt in haar neus gestoken. Boos komt de bazin van de schapen naar het bos. De bijen hebben honger, zegt ze tegen de imker, ze stelen het voedsel van mijn schapen. Wat kan de imker het beste doen?

Laat in de avond - als alle bijen binnen zijn, doet de imker de vliegplank omhoog en zet hem vast met een riem. Nu is de bijenkast afgesloten en kunnen de bijen er niet meer uit.

De volgende morgen, heel vroeg voor de zon opkomt, gaan de bijen op reis. De bijenkasten staan op een aanhangwagen en ze rijden het bos uit. Op weg naar de grote stad.

aardhommel op vingerhoedskruid

aardhommel op vingerhoedskruid

De tuin van de imker staat vol bloemen. De bijen krijgen een plekje op het garagedak - Zo hebben de mensen geen last van ze - De riemen gaan los en de vliegplank zakt omlaag. De bijen zien het licht dat door de vliegopening komt. Blij vliegen ze naar buiten. Maar ze kennen deze plek niet, alles is vreemd. Voorzichtig maken ze kleine rondjes voor de kast. Zo verkennen ze de omgeving. De cirkels worden steeds groter en dan weten de bijen de weg naar huis.

De bloemen in de tuin geuren van zoete nectar.

De aardhommel

De aardhommelkoningin is in het bos gebleven. Zij heeft er haar vrienden. Zij zorgen voor een woning. Het zijn de bosmuizen met hun ronde kraaloogjes die haar helpen. De grappige bosmuis maakt zijn nest onder de grond. Hij graaft een lange gang en twee kamertjes: één voor zijn nest en één als voorraadkamer. Het nestkamertje bekleedt hij met mos, blaadjes en reepjes gras.

bosmuis

bosmuis

Straks, als de bosmuizenfamilie het nest niet meer nodig heeft en het leeg achterlaat, mag de aardhommel het gebruiken. In het verlaten muizennest zal het nieuwe hommelvolk kunnen groeien. De aardhommelkoningin is heel tevreden.