door de Bikse bie
Melissa de honingbij
Zojuist heb ik het treurige verhaal gehoord. Ik zat op de vliegplank voor de bijenkast toen een van mijn zusjes terugkwam uit de tuin van de mensen. Ze was helemaal overstuur en ging naast me zitten. Ze vertelde hoe Bijtgraag, het wolbijmannetje, een honingbij had aangevallen en haar zo hard had gebeten dat ze niet meer kon vliegen. Arme bij, ze moet nu op de bloemen blijven.
Zoals je nu wel weet, wonen wij honingbijen in een huis gemaakt door de mensen: een bijenkast. De kasten staan in een bijenstal. Dat is al heel lang zo. De mensen verzorgen ons en daarom zijn we geen wilde bijen. Wij zijn eigenlijk huisdieren: zoals een hond een kat, of een koe. Een beetje raar is dat wel. Wij zijn een bijenvolk en wonen met duizenden bijen in onze bijenkast. (je zult maar duizenden huisdieren hebben... ) Gelukkig kunnen we goed voor onszelf zorgen.
Als honingbij heb je een druk leven. Sommige bijen zijn de hofdames van onze koningin. Zij blijven steeds dicht in haar buurt en voeden haar met zoete honing. De koningin kan in een jaar wel honderdduizend eitjes leggen. De broedkamertjes, de wiegjes, moeten wij poetsen en later voor de larfjes zorgen. Als we lang genoeg in de bijenkast gewerkt hebben, mogen we naar buiten. En dat is een feest. Wij gaan vliegen in de zon van bloem naar bloem. Wij bijen kunnen ook dansen: de kwispeldans. Die dansen wij om de andere bijen te vertellen waar de lekkerste bloemen zijn. Met ons achterlijf dansen we al kwispelend over de raat. ( Ik moet dan denken aan een hond die kwispelt met zijn staart als hij blij is. ) En wonderlijk, de andere bijen begrijpen de kwispeltaal.
Veel mensen zijn bang van ons. Zij zijn bang voor de pijn van de bijensteek. Steken zullen we niet gauw. Wij leven voor de bloemen en niet om mensen pijn te doen. Ook gaan wij zelf dood als we een mens gestoken hebben. We verliezen dan onze angel. Leer ons kennen en hou van ons, dan maken wij voor jullie heerlijke honing.
Ik zit nog op de gele vliegplank lekker in de zon. Straks zal ik op weg gaan naar de bloemen. De korfjes aan mijn poten zal ik vullen met stuifmeel en mijn honingmaagje met zoete nectar. Ik zal heel voorzichtig zijn en ver weg blijven van de bloemen die bewaakt worden door Bijtgraag de grote wolbij.
