Hier in onze gemeente zijn we gezegend met heel veel natuur. Met planten en bomen, maar ook met zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen , vogels, spinnen en insecten en dan kruipen er in de bodem nog tal van andere organismen. Laten we daarom maar eens op zoek gaan naar al wat wij de Beekse fauna noemen. Iedere soort heeft zijn eigen verhaal. Ieder seizoen zijn eigen bijzonderheden. Op pad dus voor een ontdekkingstocht naar alles wat loopt, vliegt, kruipt of zwemt. Naar een dier dat je zelden echt ziet, maar waarvan je de sporen vaak kunt waarnemen.
tekst Kees van Kemenade
fotografie Ans van Dal
Deze foto is gemaakt nabij de bosrand van het Groot Loo, van een flinke afstand. Pas als het begint te schemeren komen de wilde zwijnen tevoorschijn en gaan ze op zoek naar alles wat ze kunnen eten en dat is veel. Beukennootjes en eikels, larven en wormen, een dood dier ruimen ze ook op. Paddenstoelen laten ze staan, behalve truffels, die eten ze graag. Aardappelen en mais van de akkers slaan ze ook niet af. De hele nacht blijven ze wroeten en dat doen ze met hun uitstekend reuk zintuig en de stevige wroetschijf in de neus. De ever heeft geen krulstaartje, maar is wel nauw verwant aan onze gedomesticeerde varkens. De ogen zijn zwak, maar het gehoor is perfect. Zie je ze en je blijft stokstijf staan, en je hebt de wind van je af, dan kun je ze observeren.
Eigenlijk zijn everzwijnen alleen gevaarlijk als de zeugen biggen hebben geworpen, die aandoenlijke beesten met hun gestreepte lijven. Maar je moet niet tussen de biggen en de zeug komen, dan kan je ze aanvallen. Dat ze zo schuw zijn ligt aan ons. Eeuwenlang worden ze al bejaagd, vanwege het smakelijke vlees en ook omdat ze dus schade aanrichten aan het gewas, een gevaar vormen in het verkeer. Je wilt niet op een 100 kg zware beer rijden! Bovendien kunnen ze dragers en dus overbrengers zijn van de varkenspest.
Onze wilde zwijnen leven in rotten, met zeugen en jongen. De oudere mannetjes verlaten de rotte en gaan solitair verder totdat de paartijd aanbreekt.
Nog even iets over de jacht. In de negentiende eeuw waren deze dieren compleet uitgeroeid. Maar jagers hebben ze geherintroduceerd. Eigenlijk mogen onze zwijnen zich alleen op de Meinweg en op de Veluwe ophouden, maar als er overal veel voedselaanbod is, dan verspreiden zij zich. De jagers van de wildbeheerseenheid horen ze dan af te schieten, maar ze helemaal uitroeien hier, dat willen ze eigenlijk ook niet. Dus blijven ze een onderdeel van de Beekse fauna.
Omdat ik verhalen zo mooi vind, ook nog een uit de klassieke mythologie. In Diessen heeft men een beeld van Hercules die een van zijn 12 onmogelijke werken aan het uitvoeren is. Een ander werk was het levend vangen van een enorm everzwijn met grote slagtanden dat Erymanthos onveilig maakte. Dat lukte de held en op zijn schouders bracht hij het naar de koning, die zich uit angst verstopte.
