Dat Hilvarenbeek een mooie gemeente is en je er met veel plezier kunt wonen, dat weet iedereen. Maar hoe mooi en interessant dat zie je pas als je op ontdekkingstocht gaat. Bij voorkeur te voet, want dan ervaar je alles veel beter dan op de fiets of in de auto. Vandaag gaat de tocht over de beide oevers van het Wilhelminakanaal, dus een natuurwandeling langs het water. We maken gebruik van het netwerk aan knoppunten dat heel onze gemeente bestrijkt. Startpunt voor de weg terug is knooppunt nummer 59, en dan de brug over naar knooppunt 60 de weg van Haghorst naar Moergestel en vervolgens verder in de richting van nummer 30.

door Kees van Kemenade

x

Onze gemeente bezit een eiland, jazeker. In de Haghorst, en het is nog best groot. Aan een kant van het eiland is de stuw, die moet er voor zorgen dat het Wilhelminakanaal niet leegloopt. Aan de andere zijde is de sluit, zodat vrachtschepen en plezierjachten toch de stuw kunnen passeren. Wanneer kom aangewandeld gaat net de brug omhoog om het vrachtschip de Wijnanda uit Wessem te schutten. De boot vaart in de sluiskolk. De sluisdeur gaan dicht en het water stijgt. Als het hogere niveau naar het oosten bereikt is, opent de tegenover liggende sluisdeur zich en vaart de Wijnanda verder. Altijd een imposant gezicht. Op het eiland staat ook nog het oude pompstation, dat water verloren bij het schutten moest terugpompen. Het is nu omgebouwd tot elektriciteitscentrale en werd zelfs ooit door onze koning bezocht.

Hoge kanaaldijk

We gaan verder over de noordelijke oever van het Wilhelminakanaal en die is veel mooier dan die waarlangs we zijn gekomen. Een zandweg, en dus veel rustiger, beplant met vooral eiken. De kanaaldijk is best hoog en dat geeft een mooi uitzicht over de agrarische gebieden van het gebied van Den Opslag. Er ligt een bosje aan de voet van de dijk; zo’n bosje waar nooit iemand komt en dat dus een perfecte wijkplaats is voor allerlei vogels en voor zoogdieren. Dat de kanaaldijk zo hoog is, komt door het feit dat het Wilhelminakanaal niet alleen werd gegraven en men het zand ergens kwijt moest. Maar deels moest het ook worden opgeworpen om hoogteverschillen in het landschap op te vangen. Zand afvoeren was in de jaren twintig van de vorige eeuw nog geen optie, dus werd het door de kanaalwerkers hier opgeworpen. Dat maakt van de oevers een groot en lang natuurgebied. Veel mensen uit de omgeving verdienden bij met de graafwerkzaamheden. Maar er werd ook een enorme graafmachine ingezet, een excavateur (ook wel IJzeren Man genoemd) om de werkzaamheden te versnellen.

Natuurgebieden

Inmiddels bereiken we het stroomgebied van twee beken. Eerst de Reusel, die ontspringt in de buurt van het gelijknamige dorp en dan het Spruitenstroompje. Dat is een echte Beekse beek, die zijn oorsprong vindt aan de rand van het landgoed Gorp en Roovert. Een stuk verder zullen zij zich verenigen en verder vloeien in de richting van de Maas. We kijken nu uit over het prachtige, maar natte, natuurgebied dat hier is ontstaan. Uitgestrekte rietvelden, waar ik zo een roerdomp zou verwachten. Een blauwe reiger wiekt over en in de verte een familielid, de grote zilverreiger. Een paar ooievaars zijn al geen zeldzaam verschijnsel meer. Ze zijn allemaal op zoek naar eten; een mol misschien, want kikkers laten zich nog niet zien. Er staat zelfs nog een vogeluitkijktoren, maar die is in onbruik geraakt. Voorbij het natuurgebied van de beide beken komen we weer bij agrarisch land. Hier gaat de, nu door het Wilhelminakanaal afgesloten, Bosscheweg verder. De oude handelsweg voor mensen die in de stad moesten zijn voor de markt, om geneeskundige hulp te krijgen of op bedevaart naar Onze Lieve Vrouw. Wij naderen nu Biest-Houtakker, waar onze tocht begon. De ophaalbrug is het eind- en het beginpunt. Is het saai om een lange bijna rechte weg af te leggen. Helemaal niet! Daarvoor is er teveel te zien.

Je kunt echt niet verdwalen langs het kanaal, als je in een uur en een kwartier deze knooppunten volgt: 59 – 60 – 30 – 32 – 09 - 22