Hier in onze gemeente zijn we gezegend met heel veel natuur. Met planten en bomen, maar ook met zoogdieren, reptielen, amfibieën, vissen , vogels, spinnen en insecten en dan kruipen er in de bodem nog tal van andere organismen. Laten we daarom maar eens op zoek gaan naar al wat wij de Beekse fauna noemen. Iedere soort heeft zijn eigen verhaal. Ieder seizoen zijn eigen bijzonderheden. Laten we dus maar eens op zoek gaan naar alles wat loopt, vliegt, kruipt of zwemt. En zeker in het begin van de lente is dat heel wat.

door Kees van Kemenade

foto’s Kees van Limpt

Is er nog een treuriger gezicht dan een straat vol dode padden, door het verkeer vermorzeld? Alleen maar omdat ze gaan paren om vervolgens hun eitjes af te zetten in lange strengen in het water. Op weg dus naar een vijver, gracht of een zeer traag stromende rivier. Als ze bij die paddentrek een weg moeten oversteken, kan dat fataal zijn. Soms zijn er initiatieven van natuurliefhebbers die een stuk van de weg voorzien van hindernissen met openingen. Daar vallen de padden dan in een emmer om door die vrijwilligers overgezet te worden. Een gewone pad, ook wel bruine pad genoemd, is namelijk wel een amfibie, maar een groot deel van zijn leven brengt hij door op het land. Alleen voor de voortplanting keren padden zich naar het water, waaruit zij zelf voortkwamen. Het is niet zo dat onze pad een zeldzaam dier is, maar een massale dood van deze soort is toch iets wat je niet wilt zien.

Op de foto kun je de pad goed bekijken. Zijn huid is bedekt met wat wel eens als wratten wordt aangeduid. Maar dat zijn het natuurlijk niet, maar wel slijmklieren. Let ook eens op het oog, met de horizontale pupil. Als je er eentje ziet kruipen, verwar je het beestje niet met een kikker als je de ogen goed bekijkt. De kop is fors en de bek is breed. Alles wat daarin past vreet hij op: slakken, wormen, insecten. Vangen doet hij met een handige uitklapbare tong. Hij heeft kleine gifkliertjes en daarmee maakt hij zich onaantrekkelijk voor roofdieren. Dat gif is niet gevaarlijk voor mensen, als je er eentje zou oppakken, bijvoorbeeld om hem te helpen bij zijn trek, zou het wel wat kunnen irriteren. Gewoon even je handen wassen en het is weer weg.

Zijn beste bescherming is de camouflage-kleur, waardoor hij niet opvalt. Een pad kan zich ook opblazen en dan lijkt hij groter, nog een bescherming.

Je ziet ze niet zo vaak, omdat padden met het invallen van de schemering op jacht gaan naar voedsel. Dat beschermt hen ook tegen zijn vijanden. Gevaarlijk voor hem naast roofvogels, ooievaars, vossen om er maar een paar te noemen, en het verkeer, is ook een parasiet. De groene paddenvlieg legt zijn eitjes in het weefsel van de pad. De larven vreten hem dan van binnenuit op. Nee, fijnbesnaard is de natuur echt niet.