Dat Hilvarenbeek een mooie gemeente is en je er met veel plezier kunt wonen, dat weet iedereen. Maar hoe mooi en interessant dat zie je pas als je op ontdekkingstocht gaat. Bij voorkeur te voet, want dan ervaar je alles veel beter dan op de fiets of in de auto. Vandaag een wandeling doorheen het grensgebied met België, vanuit het gehucht Roovert. We maken gebruik van het netwerk aan knoppunten dat heel onze gemeente bestrijkt. Startpunt is knooppunt nummer 72 aan de weg van Hilvarenbeek naar Poppel en dan verder in de richting van nummer 79.

door Kees van Kemenade

Het beginpunt ligt aan een van de oudste hoofdwegen van Brabant, die de hoofdstad Brussel verbond met ’s-Hertogenbosch. Ooit was het hier in Roovert een drukke grensovergang, met brug en douane, een herberg en een watermolen op de Roovertsche Leij. Het is allemaal verdwenen, maar van de molen resteert nog het molenwiel, de dichtgegroeide vijver is gevormd door de kracht van het uitstromende water. Het riviertje heet op Belgisch grondgebied nog de Aa, maar krijgt dan in ons land ineens een andere naam. Het mooie van de Roovertsche Leij is dat hij nog meandert; men laat de natuurlijke kronkelingen van de waterloop nog toe. Heel even is het nog de natuurlijke grens tussen de beide koninkrijken, maar dan komen wij op de lange grensweg. Ooit patrouilleerden hier de marechaussees en de douanecommiezen op jacht naar smokkelaars en illegale passanten, maar de Europese integratie maakte daar een einde aan. Van de smokkelhandel resteren nu nog de verhalen uit een steeds verder van ons verwijderend verleden.

Een verborgen ven

We lopen door een prachtig gebied met aan de Nederlandse kant natuur en aan de overkant agrarisch gebied met weidse blikken. Dat hier een grens loopt is eigenlijk wonderlijk, want het hoorde ooit allemaal bij het Hertogdom Brabant. Maar de opstand tegen koning Philips II en de verovering van ’s-Hertogenbosch door de opstandelingen in 1629, zorgden voor een scheuring van het oude hertogdom. Ooit waren ze in het begin van de negentiende eeuw weer verenigd, maar door de Belgische Opstand van 1830 werd de scheiding definitief. De rijksgrens werd kort daarop ook gemarkeerd met genummerde grenspalen en met grensstenen, waarvan we er nog een aantal zien langs de grensweg.

Nu doemt door de bomen ook het droogstaande ven Papschot op. Ooit had Hilvarenbeek een groot aantal vennen, maar door de ontginningen verdwenen de meesten daarvan. Deze is nog bewaard gebleven en wacht op een stevige regenperiode. Hier aan de rand van de heide van Papschot staat ook de mysterieuze geld- of wensboom. Ik heb nog wel eens een muntje in de schors gewurmd en een wens gedaan. Maar zelfs het bordje is verdwenen en ik geloof niet dat de traditie nog leeft.

De grote, stille, heide

De weg gaat verder langs de langste akker die wij in onze gemeente bezitten. Dit gebied heet de Aalstheide, een herinnering aan hoe het er hier uitzag voor de ontginningen van de vorige eeuw. Een kaal landschap met door de wind opgewaaide zandduinen, waarbij je alle kerktorens van de verre omgeving kon herkennen. Door de bomen zien wij ook de Roovertsche Heide, waar men de bomen heeft gekapt om iets van het oude landschap, met de bijbehorende planten en dieren, terug te brengen. Een hagedis bijvoorbeeld kan niet leven in een naaldbos, maar heeft de hitte van de zon op de heide nodig. De kap heeft niet echt geresulteerd in een echt heidelandschap, want de taaie grassoort pijpenstrootje overheerst, maar het geeft een beetje het idee.

Door bij de ontginningen aangeplante bossen bereiken wij het beginpunt. Loop nog even naar de grenspaal en vergelijk de beide leeuwen: de klauwende leeuw op Belgisch grondgebied en de onze met zwaard en pijlenbundel. En als je wilt loop dan nog even door naar de witte Roovertsche kapel een stukje verderop en ontdek binnen waarom hij werd gebouwd.

Als je de volgende knooppunten en de pijlen tussenin volgt, dan ben je na ruim twee uur weer op het beginpunt: 72 – 79 – 90 – 91 – 76 – 79 – 72.