Tussen Biest-Houtakker en Hilvarenbeek liggen de Gooren. Een prachtig natuurgebied, aan weerskanten van het Spruitenstroompje en haar zijrivier de Roodloop. Ooit was het een kleinschalig agrarisch gebied, maar nu heeft men grote delen teruggegeven aan de natuur, en aan de wandelaars. Twee bruggen en knooppunt paaltjes zorgen voor een ontsluiting van het gebied. Brabants Landschap, dat de Gooren beheert, heeft een aantal borden geplaatst met daarop een rondwandeling waarmee men het natuurgebied beter leert kennen. Een mooi gebied dus voor een prettige wandeling vanaf de Hakvoortseweg.

Door Kees van Kemenade

Het is zomer en overal om je heen hoor je het gegons van de insecten. Allerlei zangvogels fluiten hier hun lied. In de verte hoor ik de roep van een koekoek. Echt een gebied dom tot rust te komen. Gooren betekent eigenlijk moerassen, maar die vind je hier niet meer. De afwatering van onze beken zorgt ervoor dat onze streek niet te nat gaat worden. Wateroverlast heeft het Waterschap al lang geëlimineerd vanwege de wensen van de agrariërs. Misschien dat een echt stukje moeras het gebied van de Gooren nog mooier zou maken, maar het is nu al een genot om er rond te kijken. Ik loop over de oude dijk die Beek met Biest-Houtakker verbindt. In de opgedroogde modder herken ik onmiddellijke het fijne, gespleten, hoefje van een ree. Soms zie je er eentje het pad voor je kruisen, om dan snel te verdwijnen in het veilige stuikgewas. Want dat beidt de Gooren ook: bosjes waar een dier zich veilig kan voelen. Wroet sporen van de zwijntjes heb ik hier nog nooit gezien, maar elders in de gemeente kun je vaak genoeg de plekjes vinden waar ze de grasmat hebben opgerold op zoek naar wormen en larven.

Biodiversiteit

De weilanden aan de oevers van de beek waren klein en langwerpig en die structuur is nog volop aanwezig. Er wordt nu niet meer aan intensieve landbouw gedaan en daardoor krijgen allerlei wilde planten hun kans. Dat geeft een overvloed aan zaadetende vogels die hier voldoende voedsel vinden. Langs veel van de paden en oude akkers liggen mooie houtwallen waarin insecten, amfibieën, vogels en kleine zoogdieren beschutting vinden. Soms schiet er dan zomaar een haas voor je voeten weg, of ontmoet je tegen de avond een familie egels. Brabants Landschap heeft, om de natuurlijke variëteit verder te verhogen een aantal grotere en kleine plassen en poelen gegraven. Bij zoveel voedsel moeten er natuurlijk ook rovers zitten. De buizerd draait zijn rondjes boven het terrein op zoek naar een onvoorzichtige veldmuis of zelfs een groter dier. En als deze roofvogel zich niet laat zien, dan verschijnt de torenvalk met zijn spitse vleugels. Hij hangt een poosje stil boven het veld, bidden noemen wij dat, en duikt neer op een argeloze bodembewoner: de dood uit de lucht.

Een uitgezet rondje

Om het gebied beter te leren kennen heeft Brabants Landschap een wandeling uitgezet, die begint aan de Biestse kant van de Hakvoortseweg bij de voet van het talud van het viaduct. Het pad volgt het Spruitenstroompje door welig gras. Dit zijn nou beemden; vochtig grasland dat regelmatig blank stond en waar vroeger het vee op graasde. Allerlei planten kregen ze toen binnen, nu in een reguliere weide eigenlijk alleen nog maar gras. Even verderop stroomt de Roodloop uit in het Spruitenstroompje. Vroeger was het een mooie samenvloeiing van twee rivieren, nu gaat het water van de Roodloop bijna onzichtbaar door een rioolbuis de grotere beek in. Dat zou het Waterschap gauw maar weer eens ongedaan moeten maken, met een echte samenvloeiing en een brugje voor de wandelaars. Maar voor de rest is het een prachtige tocht. Houtwallen langs de paden, kleine poelen die veel flora en fauna herbergen, bruggetjes van waar je het snel vlietende water kunt gadeslaan. Voor de hele rondwandeling moet je ongeveer anderhalf uur rekenen. Maar als je lang staat te mijmeren boven de beken, dan ben je zo twee uur onderweg. Geen straf in het natuurgebied van de Gooren.