Op reis gaan, wie houdt er niet van? Maar laten we deze zomer eens echt dicht bij huis blijven en toch vertrekken. Naar alle hoeken van de gemeente, en soms er nog een stukje overheen. Maar wij beginnen natuurlijk op de plek die het meest logisch is, de Vrijthof. Wat kom je allemaal tegen als je noordwaarts gaat, richting Tilburg. Begin maar bij het Faffestraatje, vooraan de Paardenstraat.

door Kees van Kemenade

Paardenstraat, genoemd naar de plaats waar tijdens de Beekse jaarmarkten de hengsten en merries stonden opgesteld, wachtend op kopers. Dat was de tijd dat het paard een hoofdrol vervulde in de economie. Transport en akkerbouw waren helemaal afhankelijk van dat beest.

We gaan het Faffestraatje in; een steegje genoemd naar een kleurrijke dorpsgenoot en komen zo op de mooiste straat van Hilvarenbeek, de Voortsepad. Een stuk verderop doemt de windmolen al op, maar daarvoor ligt het kerkhof. Ooit werden de doden begraven in en rond de kerk, maar toen men ruim twee eeuwen gleden ontdekte dat dit allesbehalve hygiënisch was, besloot men een nieuwe begraafplaats in te richten, ruim buiten het dorp. Het grootste deel voor de katholieken en een deel dat men ongewijde aarde noemde, voor de andersdenkenden. In de voorbije jaren heeft de bebouwing deze ooit eenzame plek al lang opgeslokt. Een begraafplaats is vaak interessant om te bekijken, zo ook hier. Je treft er het graf aan, met een soldatenhelm, van Jan Aarts. Hij was de enige jongeman van hier die sneuvelde bij de Duitse inval in mei 1940.

Gehuchten

Windmolen De Doornboom is een reus, die staat op een berg en gebouwd werd in 1857. Hij kan kruien, zich draaien naar waar de wind met volle kracht komt aanstormen. Kijk eens naar de windvaan, daar wordt de Legende van De Doornboom afgebeeld. Een man die een stok ver van zich afwerpt, om zijn onschuld te bewijzen. De meeste Bekenaren zouden het verhaal van een gerechtelijke moord wel moeten kennen. Aan de voet van de molen liggen het interessante museum De Dorpsdokter en heemtuin D’n Doornhof. De moeite waard om er even te verpozen.

Een stuk verderop splitst de Goirlesedijk zich af. Dit was het traject dat de boerinnen op hun klompen ooit aflegden om de kluiten boter te verkopen op de markt in Tilburg. Een stuk verderop splitst het zich opnieuw af om als Boterpad verder te gaan. Tot in de jaren dertig liep hier ook de stoomtram, totdat de rails en de bielsen gelicht werden.

Hilvarenbeek is omringd door gehuchten en dat komt door de landbouw. Een boer woont natuurlijk het liefst bij zijn goede gronden. We steken de Roodloop over, een beek die helemaal over het grondgebied van de gemeente loopt en uitkomt op het Spruitenstroompje. Beken zorgen voor goede, vruchtbare, kleigrond en daarop is het goed boeren. Groot Loo, Klein Loo en nog verderop Westerwijk zijn de drie gehuchten die er nog steeds liggen. Westerwijk heeft de mooist gelegen kapel van de gemeente. Omringd door machtige rode beuken staat daar de St. Jozefkapel, die je al van ver kunt zien in het open land.

Beekse Bergen

In het noorden van de gemeente liggen twee recreatieparken, genoemd naar de zandduinen die hier ooit lagen: De Beekse Bergen. Het begon allemaal met een zandwinning voor het hoog spoor in Tilburg in 1962. Er ontstond een waterplas, verbonden met het Wilhelminakanaal. Tilburg en Hilvarenbeek besloten om het als recreatiegebied te gaan uitbaten. In 1968 kwam daar een Leeuwenpark bij, dat met de uitbreiding van de soorten wilde dieren werd omgedoopt in Safaripark. Nou is het voor een gemeente moeilijk om een commercieel bedrijf te runnen, dus werden de parken geprivatiseerd. Het wildpark heeft inmiddels een grote naam opgebouwd bij het in stand houden van soorten die in het echte wild zwaar bedreigd zijn.

Ten noorden van het Safaripark stuiten we weer op het Boterpad, dat over een flink stuk niet meer toegankelijk is. Hier vormde de Leij ooit de natuurlijke grens tussen Tilburg en Hilvarenbeek. Onze gemeente is nog steeds onafhankelijk, al zijn er steeds stemmen die Hilvarenbeek zouden willen laten opgaan in de grote stad.