Dat Hilvarenbeek een mooie gemeente is en je er met veel plezier kunt wonen, dat weet iedereen. Maar hoe mooi en interessant dat zie je pas als je op ontdekkingstocht gaat. Bij voorkeur te voet, want dan ervaar je alles veel beter dan op de fiets of in de auto. Vandaag gaat de tocht door het agrarische buitengebied ten zuiden van de Vrijthof. We maken gebruik van het netwerk aan knooppunten dat heel onze gemeente bestrijkt. Startpunt is knooppunt nummer 77, bij de Mariakapel van de St. Petrus en dan verder de Koestraat in, in de richting van nummer 97.

door Kees van Kemenade

Is het agrarisch buitengebied de moeite waard om te bewandelen? Ga je dan over geasfalteerde weggetjes? Nou, dat valt heel erg mee. Behalve bij verlaten van het dorp en bij de terugkeer is er verharde weg, verder alleen maar zandwegen. Op pad dus maar via de Koestraat, zo genoemd omdat tijdens de jaarmarkten van Hilvarenbeek hier het rundvee te koop werd aangeboden. We passeren De Rommelpot, het woonhuis van de eertijds beroemde onderwijzer en schrijver Jan Naaijkens. Spoedig laten wij de bebouwing achter ons en passeren we de laatste echte boomgaard van Hilvarenbeek. Commercieel interessant is het al lang niet meer, maar wel belangrijk voor de biodiversiteit en tegelijk een stukje landbouwgeschiedenis. In de wei staan een paar stevige knollen, paarden die vroeger met gemak de ploeg of de eg door het taaie zand sleepten.

Het open land

Het landschap is open in het agrarische gebied. Langs het pad staan hier en daar bomen. Dat zouden er wat mij betreft veel meer mogen zijn, maar ja: de schaduw over de akkers! Achter ons zie je steeds de Beekse toren, die duidelijk zichtbaar toch steeds kleiner wordt. Ik begrijp nu de beeldspraak die zegt dat kerktorens als vingers zijn die hemelwaarts wijzen. Links en rechts van het pad liggen de immer groene weilanden. Gras, geen enkel ander plantje is erin te ontdekken. De enige biodiversiteit is in de bermen en slootranden waar nog wel een paardenbloem mag bloeien. En in een klein bosje, waar een grote teepee – een indiaanse tent – getuigt van alternatieve bezoekers in het buitengebied. Boven ons jaagt een buizerd-paar, hoog in de lucht. Ze kunnen neerstrijken op de bomen in de bosrand van het landgoed Gorp en Roovert. Altijd mooi om een pad te volgen met aan een kant het bos en aan de andere zijde de weidse blik tot in de verte.

Grote bonte specht

De lente is nu goed op gang en overal staan de struiken al flink in het blad of de bloesem. Alleen de eiken wachten nog even met het tonen van de bladeren. Dood blad op de grond en verdroogde varens zijn nog de resten van het koude seizoen dat nu definitief voorbij is. Een specht hamert in het dode hout van een berk. Nú kun je hem nog waarnemen, de grote bonte, maar straks als alle bladeren aan de bomen zitten, dan hoor je hem alleen nog maar. We volgen een stuk de bosrand totdat we weer afslaan. De akkers en de weilanden zijn enorm groot, een resultaat van de ruilverkaveling. Nodig voor de boer om zo efficiënt te kunnen werken, maar geen vooruitgang als het de natuur betreft. Aan de horizon zien we nog even de markante, spitse toren van Diessen. Voorbij een boomkwekerij komen wij aan in het buurtschap De Veldhoven en dan is de eerste bebouwing van Hilvarenbeek al weer in het zicht. We eindigen waar we begonnen zijn, de Vrijthof, het hart van het dorp.

Een kleine twee uur moet je toch wel rekenen voor deze wandeling als je de volgende knooppunt nummers volgt: 77 – 97 – 96 – 41 – 32 – 74 – 99 – 02 – 95 – 96 – 97 - 77