Om goed om te gaan met onze natuurgebieden vinden er ook activiteiten plaats in de overgang van de (veelal) landbouwgronden naar de beschermde gebieden. De komst van een nieuwe heideboerderij aan de Meirweg in Lage Mierde moet gaan zorgen voor een betere overgang en een bijdrage aan de natuur. De ontginningsboerderij waar ooit Jan Horrevorts zijn melkvee had, gaat nu onderdak bieden aan twee schaapskuddes van elk 250 schapen. De bezoekers kunnen straks in de voormalige boerderijwoning informatie halen bij hun bezoek, maar rentmeester Raymond Gennissen van De Utrecht verwacht dat het met de toeloop wel mee zal vallen.

door Harrie Wenting

Het proces van de omgevingsvergunning loopt nog en de schapen verblijven nu nog ‘s nachts in het open veld (wel achter een veilige afrastering). Maar achter de schermen wordt er al hard gewerkt om het nieuwe initiatief inhoud te geven.

Jochem Sloothaak van initiatiefnemer Brabants Landschap tilde afgelopen week een eerste tipje van de sluier op om het publiek mee te nemen naar de nieuwe boerderij. Met de schetsen van architect Joyce Verstijnen kon al een eerste impressie getoond worden van wat er komen gaat.

Menselijk ingrijpen en biodiversiteit

De Mispeleindse en Neterselsche heide kennen al een lange geschiedenis waarbij menselijk ingrijpen steeds meer een rol ging spelen. Nu zijn er poelen tussen de heidestroken en groeit er her en der weer de jeneverbes, klokjes gentiaan en andere bijzondere planten. Ook vogels zoals de grutto komen er nog voor, maar iedereen is het erover eens dat we zuinig zijn op deze planten en dieren die er nog zijn want hun aantal en diversiteit neemt in rap tempo af.

Volgens Sloothaak moet de nieuwe heideboerderij gezien worden als één groot geheel waarbij de schapen slechts een onderdeel zijn. “Er is behoorlijk wat grond aangekocht van twee veebedrijven, waardoor er ook akkers met graan en hooi aangelegd kunnen worden. Het graan en het hooi zijn dan ten dienste van de schapen om ze in de winter bij te voeren. De schapenmest kan daarna weer gebruikt worden om de akkers te bemesten, zoals dat honderden jaren terug al gebeurde. Daarnaast zal er ook veel aandacht zijn voor bijen en andere insecten die voor de biodiversiteit kunnen zorgen.”

Toegankelijk voor publiek

Een van de merkbare effecten van de heideboerderij is dat het gebied toegankelijk wordt voor het publiek. Aan de voorzijde van de bijgebouwen zal een opening komen waarmee het publiek de stalruimte kan zien en betreden. In die eerste bijgebouwen komt ook een opslag van hooi en stro. Aan de achterzijde van het eerste bijgebouw wordt zicht gecreëerd op de grote schapenstal, de ruimte die eerder gebruikt werd als ligboxenstal. Die stal zelf kan niet betreden worden omdat hij of leeg is of vol met schapen. Verderop op het erf komt er een graansilo en nog andere bijgebouwen.

Raymond Gennissen van De Utrecht is enthousiast dat er mogelijk zelfs een wandelpad aangelegd kan worden dat helemaal doorloopt tot aan de Beersedijk. De wandelaar heeft dan zicht op de Mispeleindse heide (die zelf niet betreden kan worden). Vanaf de Beersedijk is er dan de mogelijkheid om verder te wandelen richting de rest van Landgoed De Utrecht.

Voor Bart van Ekkendonk, die meerdere schaapskuddes beheert, kan het proces tot ontwikkeling van de boerderij niet snel genoeg gaan. “Het heeft veel voordelen om de schapen ‘s nachts op stal te hebben”, kijkt hij vooruit. “We kunnen dan de mest verzamelen en al wat er in de stal valt, valt niet tussen de heiplaggen. Daarnaast is het ook voor de schapen een stuk veiliger want met een wolvenpopulatie in Nederland blijven de schapen kwetsbaar in de open lucht.”

Het tijdspad waarnaar de verdere ontwikkeling zal gaan verlopen is nog niet exact te voorspellen, maar Jochem Sloothaak verwacht dat er in een jaar veel kan gebeuren. Ook Joyce Verstijnen is al druk bezig om materialen te selecteren die de heideboerderij een authentieke uitstraling moeten geven. Ze heeft daarbij wel voor een groot deel te dealen met de gebouwen die er nu staan want die worden niet geheel afgebroken. Ter inspiratie ging ze kijken in Duitsland, waar op de Lünenburgerheide meer Heideboerderijen te zien zijn. “Maar elk initiatief heeft weer eigen kenmerken. Belangrijk voor de heideboerderij in Lage Mierde is dat hij goed zichtbaar wordt en toegankelijk voor het publiek.” Ze verwacht derhalve niet dat er grote horeca ontwikkeld wordt op die plek. “Het zal wel bij een kopje koffie blijven, maar wellicht kunnen de cliënten van de nieuwe buren daar nog een rol in spelen (maar dat is weer een ander verhaal)!”