door de Bikse Bie
Ik ben een sachembij, een gewone sachembij, maar zo gewoon ben ik niet. Het is mijn naam: 'Sachem' waar ik zo trots op ben. Die naam heb ik te danken aan de lange haren aan mijn middenpoten. Het zit namelijk zo: ze doen denken aan de prachtige franjes van de kleren die de indianen dragen. De belangrijkste indiaan - het opperhoofd - heet Sachem. Hij draagt de mooiste franjes en naar hem ben ik vernoemd. Nu weet je waarom ik mij bijzonder voel: Sachem, de trotse, dappere mannetjesbij.
Ik ben het vrouwtje van Sachem en heb oranje verzamelharen aan mijn poten waarmee ik stuifmeel verzamel. Ik heb mijn nest gebouwd in de muur van het oude kerkje. Die muur is steil, maar aangezien ik erg snel ben, kan ik er gemakkelijk in en uit vliegen. Ook heb ik een lange tong en kan de nectar diep uit de bloemen halen. Dat is een voordeel.
De sachembijenoliekever
De sachembijenoliekever is een boef. Hij is een geduchte vijand van ons sachembijen. Haar eitjes legt het kevervrouwtje in de buurt van onze nesten. Ze blijven daar tot het voorjaar. Dan komen de sachembijmannetjes naar de nesten om vrouwtjes te zoeken. De kever-eitjes zijn intussen larfjes geworden. Ze klampen zich vast aan de bijenmannetjes en als de mannetjes gaan paren springen ze op het vrouwtje over. Ze reizen met haar mee en gaan zo ons nest binnen, tot in de broedcel. Als die afgesloten is, eten zij het eitje van de sachembij op en alle voedsel. Al ons werk is dan voor niets geweest.
De honingbijen gaan naar huis
Ze hebben het goed naar hun zin, de honingbijen op het garagedak van de imker. Ze wonen graag in de stad. In de tuin van de mensen staan veel bloemen met heerlijke nectar en volop stuifmeel. In de tuin is ook een vijver. Er zwemmen vissen in. De mensen willen graag bij de vijver gaan zitten om naar de vissen te kijken. Nu staan er bijenvolken op het dak van de garage en komen de bijen naar de vijver om te drinken. Ze komen vlakbij de mensen die erg bang zijn om gestoken te worden. De bijen moeten weg.
Laat in de avond sluit de imker de kasten. Hij begrijpt de angst van de mensen wel. Een bijensteek kan best even pijn doen. Hij brengt de bijen terug naar het kleine bos.
Ze rijden langs de oude kerk waar veel linden staan. De linden bloeien en ze staan niet ver van het bos. De lindebloemen verspreiden een heerlijke geur waarmee ze de bijen lokken. Ook in het bos hoeven ze geen honger meer te lijden.
