door de Bikse bie
roodgatje op meidoorn
Je moet nu niet lachen, want zo heet ik echt: Roodgatje. Ik heb namelijk glanzende oranjerode haartjes aan de punt van mijn achterlijf. Zo mooi, het is bijna of ze licht geven.... Daarom kreeg ik de naam: Roodgatje.
Ik ben een zandbij. Vroeger woonde ik aan de rand van het bos, soms op de heidevelden. Nu woon ik dicht bij de mensen in hun tuinen of parken. Daar vind ik veel heerlijke bloemen, zoals de meidoorn en het fluitenkruid. Als de fruitbomen bloeien, vlieg ik daar naartoe.
Ik ben een heel slimme bij. Ik ken een truc: als er gevaar dreigt, laat ik me op de grond vallen en beweeg niet meer. Mijn vijand denkt dan dat ik dood ben.
Slim is dat zeker. Maar ja, het kan ook verkeerd aflopen....
De gouden slakkenhuisbij
gouden slakkenhuisbij
Ze heeft geen naam en waarschijnlijk zal ze nooit komen wonen in het bijenhotel. Toch wil ik over haar vertellen.
In het bijenhotel liggen lege slakkenhuisjes. Keurig achter een stukje gaas, zodat ze er niet uit kunnen rollen. Ze zijn er neergelegd voor de gouden slakkenhuisbij. De bij is hier zeldzaam. Ze leeft vooral aan de kust en aan de oevers van de grote rivieren. Daar vindt ze lege slakkenhuisjes, gewoon in de natuur. Als je het bijenvrouwtje daar bezig ziet met het maken van haar nest, moet je haar wel bewonderen. Eerst graaft ze zand weg, zodat de opening van het slakkenhuis dicht bij de grond komt te liggen. Dan haalt ze stukjes bloemblad om de binnenkant van het slakkenhuis mee te bekleden. De kinderkamertjes zijn dan klaar. Het bijenvrouwtje legt er haar eitjes. Nu moet de opening van het slakkenhuis worden afgesloten. De kleine bij verzamelt plantendeeltjes die ze fijnkauwt tot pulp en in de opening stopt. Wat is de opening groot en wat moet ze vaak vliegen.
Maar nee, het werk is nog niet gedaan. Geen enkele vijand mag zien waar het slakkenhuis ligt. Ze knipt lange grassprieten af - zie haar eens vliegen, die kleine bij met die lange grasspriet - Ze bijt de spriet in kleine stukjes. Het slakkenhuis wordt ermee volgeplakt. Nu is het net een schilderijtje geworden. Je kunt niet meer zien dat hier een slakkenhuis ligt, het is verdwenen tegen de ondergrond.
De kleine bij kan eindelijk uitrusten.
Ik wilde je over haar vertellen omdat ik haar zo bijzonder vind. En je weet maar nooit, misschien komt er toch wel een gouden slakkenhuisbij wonen in het bijenhotel.
