door de Bikse bie
In het bos ligt naast het witte stenen huisje een grote hoop zand. Hier woon ik, Ivy de klimopbij. Veel andere klimopbijen hebben hier ook hun nest gemaakt. Wij wonen in een groep, heel gezellig. Verderop wonen mijn buren de honingbijen. Zij wonen in de bijenstal. Ik ben net zo groot als de honingbij, maar ik heb mooie witte bandjes op mijn achterlijf. Wij kunnen goed met elkaar opschieten.
Ik heet klimopbij, omdat ik vaak te vinden ben op deze plant. Ik haal er de stuifmeel voor mijn broed. Nu groeit er een heel mooie klimop tegen het witte boshuisje. Als de klimop bloeit - laat in de zomer - is het er een drukte van belang en komen ook de honingbijen om hun voorraad aan te vullen. Zij zijn meestal de enige bijen die ik ontmoet. Van mijn wilde bijenzusjes zijn de meeste al in winterslaap en komen niet meer naar buiten.
Ik heet dus Ivy en ben heel bijzonder, want ik ben pas kort geleden wakker geworden. Ik ben dus een langslaper. Eenmaal buiten kwamen ze op mij af: de mannetjes. Ze rolden over mij heen, het werd een hele kluwen: een bijenbal. Allemaal wilden ze met mij paren. Tenslotte heeft één mannetje gewonnen en hij werd de vader van mijn kinderen. Wat er verder van hem geworden is, weet ik niet.
Ik moet aan het werk. De klimop bloeit en ik vlieg af en aan. Per vlucht verzamel ik wel een half miljoen stuifmeelkorrels - Af en toe neem ik een slokje nectar - Mijn larfjes moeten wel een jaar in hun nest blijven, dus moet er voldoende voedsel zijn.
Overal zijn vijanden, ook op de klimopbladeren. Daar loert de valse tuinspin. Ik heb haast, maar blijf oplettend. Straks, als ik voor mijn larfjes alles in orde heb gemaakt, kan ik uitrusten. Volgend jaar, als de klimop bloeit komen mijn kinderen naar buiten om ervan te smullen.
Ik loop door het kleine bos. Ik ben weer heel dicht bij Fica, de oude, wijze honingbij. Hier slapen de aardhommel en Ivy de klimopbij. Hier dommelen de honingbijen in hun warme bijenkast.
Ik ben op zoek gegaan naar Fica's wilde zusjes: de wilde bijen. Ik wilde vertellen over hun leven. Het zijn mooie, spannende verhalen geworden.
Ik dank Rozenblad, de eerste wilde bij die aan kwam vliegen met een stukje blad tussen haar poten. Rozenblad, die ik volgde naar de rozenstruik.
