door de Bikse Bie

Beladen met goudgeel stuifmeel keer ik terug van de boterbloem. De boterbloem is míjn bloem. De bloem is van de ranonkelfamilie en wij ranonkelbijen zijn naar haar vernoemd. Haar vijf kroonbladen zijn glanzend goudgeel. Zij heeft een groen hartje en veel meeldraden. Dat komt goed uit, want om te groeien hebben mijn kinderen speciaal haar stuifmeel nodig. Ze willen niet anders.

Ik ben een zwarte, slanke bij met opvallend lange kaken. Die kaken heb ik hard nodig. Ik vlieg namelijk vroeg in het voorjaar. Half april trek ik erop uit. Ik ga naar de velden waar de scherpe boterbloem bloeit (een rare naam is dat wel. Zij is niet scherp, maar een beetje giftig. Zo beschermt zij zich tegen de koeien, die haar nu laten staan). In april waait nog de ruwe voorjaarswind. Als ik op een bloem ben geland, moet ik mij goed vasthouden. Dit doe ik met mijn lange kaken. Voor de energie drink ik eerst een slokje nectar, daarna verzamel ik veel stuifmeel waardoor mijn hele onderbuik knalgeel is. Vandaar mijn mooie naam: Goudglans.

Vroeger woonde ik in het rieten dak van een boerderij. Het was een goede plek. Tot op een kwade dag het gebeurde.... De boerin had het slaapkamerraam open gelaten. Door de harde wind was ik uit koers geraakt en ik vloog de slaapkamer binnen. Duizend angsten heb ik uitgestaan. Tenslotte voerde een koele luchtstroom mij naar buiten.

Nu woon ik in het bijenhotel. Ik heb hier familie: de klokjesbijen, want in de tuin staan veel klokjesbloemen. En voor mij bloeien er de boterbloemen. Deze boterbloemen zijn anders dan die op het veld, dat geeft niet. Het stuifmeel is prima. Ik heb hier een goed leven.

Tot op een dag de tuinman kwam met zijn schop en schoffel. Hij wilde de tuin wel eens netjes maken en de boterbloemen wegdoen. 'Bah, onkruid!', zei hij (ziet hij dan niet hoe mooi glanzend geel mijn bloemen zijn?). Gelukkig vinden de mensen uit het huis de boterbloemen ook prachtig en moest hij ze laten staan. Mijn kinderen kunnen blijven smullen van de stuifmeelkorrels.

Wat is er gaande in het bijenhotel? De man heeft er een paar glazen buisjes in gelegd. Dat is vreemd, waarom geen gewone rietstengels?\. ...De man en de jongen uit het huis hebben een plan. Zij willen door het glas naar binnen kunnen kijken en alles zien wat er in mijn broedkamer gebeurt - Ik houd daar niet van.

Ik wil het dus liever niet, maar voor één keer zal ik mijn nest maken in een glazen buisje. Ik begin met een laagje stuifmeel achter in het buisje te duwen. Ik duw achterwaarts met mijn kontje. Dan haal ik nectar om het stuifmeel vast te plakken. Dit doe ik met mijn kop. Dan weer naar buiten en terug om een eitje te leggen. Steeds heen-en-weer: eerst de kop, dan het kontje en omgekeerd. Omkeren in het buisje kan niet, het is te smal.

Als de eitjes gelegd zijn, sluit ik de nestgang af met zand waarin ik kleine kiezelsteentjes heb verwerkt. Zo zal mijn vijand, de vreselijke knotwesp, flink zijn kop stoten als hij probeert de broedgang open te breken.

Voorzichtig halen de man en de jongen het glazen buisje uit het bijenhotel. Ze nemen een paar foto's en schuiven het dan behoedzaam weer terug.